Home

In de nok van de stal zoeft aan een kabel een oplossing voor het stikstofprobleem: een metalen cilinder

Meet de stikstofuitstoot per boerderij, en reken de boer af op zijn prestaties. Met die aanpak hoopt het kabinet het stikstofdossier los te trekken. Onderzoekers van de Wageningen Universiteit doen het al. ‘Meten is weten, maar het is ook zweten.’

In de nok van de koeienstal zoeft aan een kabel een metalen cilinder heen en weer. Elke tien meter stopt hij even, om na een paar minuten verder te bewegen. Aan een andere kabel hangen elke tien meter drie kleine doorzichtige bollen, die eruitzien als verlichting. Eronder hangt een rode laser die van de ene naar de andere kant van de stal schijnt.

Hier in het Gelderse Hengelo draaien continu onderzoeken van de Wageningen Universiteit. De koeien van Agro-innovatiecentrum De Marke zijn dus wel wat gewend en lijken niet onder de indruk van wat zich enkele meters boven hun koppen voltrekt. Het is de sleutel tot een fundamenteel andere aanpak van het stikstofprobleem.

Over de auteur
Maarten Albers is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over landbouw en de voedingsindustrie.

Dat zit zo: Door de bollen in de nok van de stal wordt continu stallucht aangezogen die in een kamer boven in de stal door sensoren geanalyseerd wordt op de aanwezigheid van gassen als ammoniak, een stikstofverbinding die ontstaat in de veehouderij en de kern vormt van het stikstofprobleem. De bewegende cilinder en de laser meten de gasconcentraties direct boven de koeien

Uit die metingen blijkt hoeveel ammoniak en andere schadelijke stoffen er uit de koeienstal ontsnappen – ongeveer de helft van de totale emissies op een melkveebedrijf. Zo kan een boer dus worden afgerekend op zijn werkelijke prestaties, met uitstootdoelen per bedrijf.

‘Ik zie dit als een belangrijke weg uit de juridische impasse waarin we zitten’, zegt Albert Winkel, onderzoeker van Wageningen University & Research en landelijk coördinator emissiemonitoring bij het ministerie van Landbouw.

Het doel en de boer

Daarin is hij niet de enige. Van links tot rechts zien politieke partijen brood in wat in ambtelijk jargon doelsturing heet. Daarbij legt de overheid een doel op (stoot maximaal X kilo ammoniak uit), en mag de boer zelf bepalen hoe hij dat haalt. Het zou ruimte moeten scheppen voor vakmanschap en maatwerk. In de huidige situatie, middelsturing, schrijft de overheid een maatregel voor (een emissiearm stalsysteem, injectie van mest) die de boer moet uitvoeren.

‘De vakkennis van boeren en tuinders staat centraal: we gaan van middel- naar doelsturing’, leest het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet. Ook in het regeerprogramma komt het voornemen prominent terug – voor stikstof én broeikasgassen. Minister van Landbouw Femke Wiersma (BBB) ziet de invoering van doelsturing als een van haar grootste prioriteiten.

Thom van Campen, Tweede Kamerlid voor de VVD, dringt al lang aan op de invoering van doelsturing. ‘Het belangrijkste is dat ons water en lucht schoon is, en de natuur in goede staat. Hoe een boer dat wil doen is aan hemzelf, daar zou de politiek zich verre van moeten houden.’

Zelfs GroenLinks-PvdA is ‘onder strikte voorwaarden’ voorstander van doelsturing, kondigde Tweede Kamerlid Laura Bromet in januari aan. ‘Een belangrijk principe is dat de vervuiler betaalt’, licht Bromet toe. ‘Dat betekent ook dat je mensen die het goed doen, moet belonen. Er zijn voorbeelden waar het heeft gewerkt.’

Ook in de wetenschap is er breed draagvlak. ‘Harde doelen stellen is veel beter dan mensen voorschrijven wat ze moeten doen’, zegt Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid aan de Universiteit Leiden. ‘Als boeren inzicht krijgen in hun uitstoot, kunnen ze die verminderen en tegelijkertijd geld besparen.’

Meten bij de bron

Toch is doelsturing in de landbouw nog bijna nergens ter wereld ingevoerd. De uitstoot van een boer precies vaststellen, is daarvoor te ingewikkeld. In Nederland wordt die berekend op basis van het aantal dieren en het staltype. Veel maatregelen die bewezen kunnen bijdragen aan een lagere uitstoot, zoals minder eiwitrijk veevoer, tellen niet mee.

De afgelopen jaren hebben veel boeren daarom geavanceerde stalsystemen geïnstalleerd, die op papier tot minder uitstoot leiden. In de praktijk worden ze vaak niet goed onderhouden en is de stikstofwinst daardoor beperkt. Tot aan de Raad van State zijn vergunningen op basis van deze systemen afgeschoten.

‘De les van de afgelopen jaren is dat je niet blind kunt vertrouwen op techniek’, zegt Winkel bij een kop koffie op De Marke. Emissies meten en daarop sturen is daarentegen ‘geen geitenpaadje’, bezweert hij. ‘Als je een reductie van de uitstoot meet, is die er ook echt.’

‘Uitstootreductie begint bij de bron’, stelt onderzoeker Gerjan Hilhorst. ‘De meeste boeren zijn daar al wel mee bezig, maar het kan scherper.’ Op De Marke is niet alleen het eiwitgehalte in het voer verlaagd, maar zijn zelfs de krachtvoersnoepjes in de melkrobot afgestemd op de behoefte van de individuele koe.

Terwijl Hilhorst praat komen er in de sleufvloer kettingen in beweging die een schuif voorttrekken van de ene naar de andere kant van de stal. Op die manier wordt elk uur de mest naar de opslag geschoven. De urine van de koeien zakt direct weg.

De regen houdt de koeien vandaag binnen, maar ook daar houden ze het niet droog. Boven de koeien hangt een druppelsysteem dat de sleufvloer vochtig houdt. Daardoor koekt de mest niet aan en blijft de schuif goed werken.

Geen heilige graal

De ammoniakuitstoot op De Marke bedraagt zo’n 6 tot 7 kilo per koe per jaar, terwijl de vergunning voor dit staltype uitgaat van maar liefst 11,8 kilo. Het is volgens Hilhorst het bewijs dat emissiereductie haalbaar is. ‘De meeste boeren denken dat ze het al best goed doen. Als je laat zien dat de buurman het nog beter doet en hoe, kun je ze in beweging krijgen.’

Hoogleraar Erisman denkt dat doelsturing een koude douche kan zijn voor sommige boeren. ‘Het is daarom van belang welke doelen je hanteert.’

Voorlopig tornt het nieuwe kabinet niet aan de stikstofdoelen. De lat ligt dus nog even hoog, alleen mogen boeren straks hun eigen aanlooproute bepalen.

‘Doelsturing of niet, de noodzakelijke ingrepen in de veehouderij zijn fors’, denkt Kamerlid Bromet (GL-PvdA). Zij vreest dat het kabinet doelsturing vooral gebruikt als ‘toverwoord’ om die ingrepen uit te stellen.

‘We moeten er niet op wachten’, zegt VVD’er Van Campen over de invoering van doelsturing. Hij wijst erop dat de uitkoopregelingen en afroming van productierechten al op kortere termijn stikstofwinst gaan opleveren. ‘Er is niet één heilige graal.’

Dichte varkensstal

Uiteindelijk staat of valt het idee met de consequenties voor boeren die hun doelen niet halen. Ook een BBB-minister zal in het uiterste geval bereid moeten zijn vergunningen in te trekken. Het ministerie kan nog niet zeggen welke consequenties er komen, maar erkent dat het ‘niet vrijblijvend’ kan zijn.

Inmiddels overwegen meerdere gemeenten en provincies vergunningen uit te geven met uitstootdoelen voor boeren. Een Gelderse varkenshouderij moet dit najaar de eerste worden. De uitstoot wordt daar continu gemeten en de vergunning bevat een plan van aanpak voor het geval er alsnog te veel ammoniak ontsnapt.

Het verbaast onderzoeker Winkel niet dat een varkensstal de primeur heeft. In een dichte stal zijn uitstootmetingen relatief makkelijk. In de koeienstal van De Marke wijst hij om zich heen, naar de openingen in de zijmuren en de nok, en de wijd openstaande achterdeur waar de regen door naar binnen waait. ‘We meten hier op meerdere punten. Met een luchtcirculatiemodel kunnen we de uitstoot berekenen.’

Niet alleen de open stallen, ook het grasland van melkveebedrijven vormt een probleem. Bij het uitrijden van mest komt namelijk stikstof vrij. ‘Ongeveer de helft van de emissies in de melkveehouderij vindt in het veld plaats’, zegt hoogleraar Erisman. ‘Je moet dus op het hele bedrijf meten.’

Helft van het probleem

Dat is een probleem. Op het erf van De Marke staan her en der houten palen met witte kastjes erop om ammoniak te meten. Maar waar dat in een stal nog wel te doen is, zijn de concentraties in de buitenlucht zo klein dat de sensoren ze niet goed oppikken.

‘Veldemissies meten is niet te doen’, zegt Winkel berustend. Met metingen kan een boer dus bewijzen dat zijn stalsysteem goed werkt, maar de uitstoot daar is slechts de helft van het probleem.

Een andere oplossing is een zogeheten afrekenbare stoffenbalans, een boekhouding om de aan- en afvoer van stoffen als nitraat, fosfaat en ammoniak bij te houden en uitstoot of uitspoeling te berekenen. De benodigde gegevens moeten boeren zelf invullen, en daar wringt de schoen. Bij zelfs een hint van fraude zal de rechter optreden.

In 2018 zou er een pilot komen met een soort afrekenbare stoffenbalans. Toen uitkwam dat melkveehouders hadden gefraudeerd met de registratie van hun kalveren, zette toenmalig minister van Landbouw Carola Schouten (ChristenUnie) er een streep door. Het ontbrak de sector volgens de minister aan ‘de eigen verantwoordelijkheid die nodig is voor het verantwoord toepassen van een dergelijk instrument’.

Hufterproof

De uitstoot meten met sensoren kan wel ‘hufterproof’ gemaakt worden, denkt onderzoeker Winkel. ‘Je kan de apparatuur bijvoorbeeld in een afgesloten kast hangen, of een breed scala aan variabelen meten. Dan valt het wel op als de sensor ineens is afgeplakt.’

In de kamer boven in de stal is het een warboel van slangetjes en kabels. Hier worden de luchtmonsters uit de stal langs de sensoren gestuurd. Twee doorzichtige slangetjes lopen vanuit de muur naar twee pvc-buizen, waarop grijze kastjes gemonteerd staan met CO2-meters. Een grijze metalen doos meet methaan, uit een zwart kistje met daarin de ammoniaksensor komt een doordringend gebrom.

‘Ik vraag me weleens af: tuigen we niet te veel op?’, zegt Winkel. ‘In de industrie is dit al jaren gangbaar, maar dat zijn weinig bedrijven. We hebben bijna 35 duizend veehouderijen in Nederland.’ Het zal dan ook nog wel even duren voordat elke boer die dat wil op zijn prestaties afgerekend wordt. Het motto op De Marke: ‘Meten is weten, maar het is ook zweten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next