Wat vinden laagopgeleiden en hoogopgeleiden van elkaar? Waar denken ze ‘t zelfde over - en waarover juist niet? Socioloog Quita Muis deed grootschalig onderzoek naar de opvattingen van Europeanen en Nederlanders over allerlei belangrijke zaken, van abortus tot immigratie. Ze deed daarbij een verrassende ontdekking over hoe polarisatie echt werkt.
Sigrid Kaag liet zich filmen voor een tv-documentaire over haar werk, drie jaar geleden. Op de achterbank van haar dienstauto sprak ze met haar politiek assistent over de snelle winst van Forum voor Democratie in de peilingen. Kaag vroeg: ‘Wie zíjn die mensen, die daarop stemmen?’
Het hielp niet dat haar assistent erbij lachte. Rechtse duiders plaatsten het fragment moeiteloos in het populistische frame van volk versus elite: Kaag was neerbuigend, toonde ‘de weerzin van de kosmopoliet’ tegen ‘de alledaagsheid’ en had ‘dus geen idee van de sentimenten in Nederland’.
Wij/Zij-maatschappij
Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij
Socioloog Quita Muis begreep destijds al vrij precies waar de ergernis rond Kaags vermeende superioriteitsgevoelens vandaan kwam. Haar vader is opgeleid aan de toenmalige middelbare technische school, haar moeder werkt in een tuincentrum en belangrijker: zelf zat ze al jaren diep in haar grootschalige onderzoek naar polarisatie in Nederland en Europa. Komende week hoopt ze daarop te promoveren aan Tilburg University. De titel: ‘Wie zijn die mensen?’ – Oorzaken en gevolgen van polarisatie in de geschoolde samenleving.
Muis baseert haar breed opgezette dissertatie op ruim 35 jaar aan grootschalige onderzoeksdata uit vrijwel heel Europa plus een enquête van een representatieve focusgroep van 1.275 Nederlanders. Ook zoomt ze afzonderlijk in op de twee groepen die het meest uit elkaar lijken te groeien: hoog- en laagopgeleiden. Het proefschrift laat zo zien hoe de houding van Kaag en veel andere hoogopgeleiden kon ontstaan. En vooral: welk probleem er áchter de vermeende polarisatie ontstond.
Want om meteen maar met een uitkomst te beginnen: ‘polarisatiepaniek’ domineert weliswaar het debat, maar onze meningsverschillen nemen helemaal niet toe.
‘Ja, dat schrijf ik. Meningenpolarisatie, zoals wij onderzoekers het noemen, zien we in vrijwel heel Europa gewoon niet terug. In de meeste Europese landen zijn de opvattingen die mensen hebben over zaken als sociale stabiliteit, economie, abortus, homoseksualiteit en immigratie in ruim 35 jaar gemiddeld nauwelijks uit elkaar gegroeid.’
Over de auteur
Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.
Muis doelt op de data uit de European Values Study, waarvoor Europese onderzoekers sinds 1981 per decennium de waarden omtrent religie, politiek en maatschappij meten van een grote, representatieve groep Europeanen. De laatste keer, in 2017, zijn hiervoor ruim 59 duizend Europeanen uit 36 landen ondervraagd.
Maakt het niet uit dat 2017 alweer zeven jaar geleden is?
‘Niet echt. Waarden ontstaan al vroeg als gevolg van opvoeding en omgeving. Ze veranderen in de regel niet van het ene op het andere jaar. Als ze al veranderen, dan kost dat minstens een generatie.’
De jongste kiezers blijken voor het eerst wel weer wat meer geneigd tot conservatieve standpunten. Gemeten in 2017, dus dat zijn de millennials van nu.
‘Ja. En er zijn intussen vergelijkbare onderzoeken bij gekomen over gen Z, inmiddels de jongste kiezers. Daar zie je hetzelfde. Veel opvattingen van de twee jongste generaties lijken op dit moment het meest op die van de oudste generatie: de 95-plussers. En dus niet op die van hun ouders van middelbare leeftijd en de babyboomers.’
Waar gaat het dan over?
‘Het is geen onwijze terugslag hoor, zo conservatief zijn de jongeren nu ook weer niet. Dat is wel belangrijk om te benadrukken. Je ziet het vooral goed bij hun democratische waarden: net als de oudste kiezers reageren de jongste kiezers positiever op bijvoorbeeld een sterke leider, die zich niet zo druk maakt over parlement en verkiezingen.’
Hoe is dat te verklaren?
‘De oudste vooroorlogse generatie vergelijkt allerlei culturele ontwikkelingen met het eigen verleden. Daar reageren ze nu wat antidemocratisch op. Zo van: transgenders, moet dat nou, die herken ik niet uit mijn jeugd, dat gaat misschien wel wat snel. Maar bij de jonge generaties speelt iets anders. Zij ervaren veel onzekerheid over de economie, de woningmarkt, het klimaat: daarom willen ze een leider die het voortouw neemt. Ik denk dat dit een reactie is op de uitzondering die je ziet als je de waarden van een reeks generaties achter elkaar vergelijkt: die uitzondering is het hyperindividualisme van de boomers.’
Dus de ouderen zijn wat behoudender dan andere leeftijdsgroepen omdat ze denken aan het verleden, en de jongeren juist uit onzekerheid over de toekomst?
‘Daar komt het op neer. Dit laat ook zien waarom politici die beide groepen kiezers willen aanspreken zich beter kunnen gaan focussen op de economie in plaats van op allerlei culturele standpunten.’
Zoals de verkiezingscampagne van de Democraten in de VS, met extra veel nadruk op betaalbare gezondheidszorg en huizen?
‘Ja precies. Ook hier kunnen politici zich beter meer met dit soort economische waarden gaan bezighouden.’
Ook aan de opvattingen van hoog- en laagopgeleiden in Nederland kun je goed zien dat de meningsverschillen niet zijn toegenomen.
‘Inderdaad. Over thema’s als abortus en homoseksualiteit zijn hoog- en laagopgeleiden het juist vaker eens. Of neem opvattingen over migratie. Die zijn dus al decennia ongeveer hetzelfde. Áls er al even wat fluctueert, dan zie je dat op precies dezelfde manier fluctueren onder hoog- en laagopgeleiden. Een meerderheid van de hoog- én laagopgeleiden noemt migratie nu bijvoorbeeld spontaan een ‘probleem’.’
Waarom ervaren mensen dan toch polarisatie?
‘Je kunt wel stellen dat vooral politici en sociale media de indruk bij mensen versterken dat polarisatie toeneemt. Die veroorzaken wij-zij-denken, waardoor het kan gaan lijken dat we het vaker oneens zijn. En ik heb de indruk dat omdát mensen denken dat ze het vaker oneens zijn, ze zich daar ook naar gaan gedragen. Dan dreigt selffulfilling prophecy. Overigens was het vroeger ook al zo hoor, dat mensen vooral dachten dat de meningsverschillen toenamen.’
Wat is er nu anders?
‘De aard en de toon van conflicten werd heftiger, al dan niet aangedikt door sociale media en politici. Dan neemt het korte lontje toe bij een kleine groep. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling die tot geweld kan leiden, zoals je deze zomer in Engeland zag na de steekpartij in Southport, bij de rellen tegen asielzoekers op basis van een valse beschuldiging op sociale media. Maar hier moeten we nog meer onderzoek naar doen.’
Dit promotieonderzoek signaleert iets opmerkelijks bínnen afzonderlijke groepen. Vooral bij de hoogopgeleiden.
‘Ja, hoogopgeleiden lijken meer op elkaar dan laagopgeleiden. Als ik als hoogopgeleide met een andere Nederlandse hoogopgeleide zit te praten, dan is er aanzienlijk meer kans dat wij dezelfde mening hebben dan wanneer twee laagopgeleiden met elkaar praten.
‘De meeste hoogopgeleiden hebben bijvoorbeeld een relatief hoog vertrouwen in politie, ambtenarij en justitie, en accepteren zaken als abortus, echtscheiding en homoseksualiteit. Onder laagopgeleiden is dit minder vanzelfsprekend en verschillen de meningen meer.
‘Uit mijn onderzoek blijkt voor het eerst dat dit al twintig jaar zo is. Omdat niemand eerder onderzocht wat er binnen deze groepen zelf eigenlijk precies gebeurde, laat ik het als eerste zien. Nota bene: de afkomst van hoogopgeleiden werd in twintig jaar juist steeds diverser. Daarom is het nog opvallender dat vrijwel al hun standpunten op elkaar lijken.’
En binnen de groep laagopgeleiden?
‘Die zijn veel gevarieerder. Alleen over economische thema’s, zoals bijvoorbeeld de noodzaak prijsverhogingen te voorkomen, hebben zij voornamelijk dezelfde mening. Dat is het enige terrein waar ze als groep homogener zijn in hun opvattingen dan hoogopgeleiden.’
Waarom is het een probleem dat hoogopgeleiden zo op elkaar lijken?
‘Opleidingsniveau werd de laatste twintig jaar een van de belangrijkste identiteiten van mensen. Hoogopgeleiden worden in Nederland al op het vwo uitgesorteerd. Vanaf hun 12de beginnen ze zich te conformeren aan allerlei hoogopgeleide standpunten. Hoogopgeleid zijn is nu eenmaal iets wat meer mensen nastreven dan laagopgeleid zijn. En als je dezelfde mening hebt, dan versterkt dat het groepsgevoel. Het gaat vaker over culturele thema’s dan binnen de groep lager opgeleiden, omdat er economisch voor hoogopgeleiden niet veel meer te winnen is.’
Hoogopgeleiden zeggen volgens dit onderzoek ook vaker dat ze polarisatie ervaren. Hoe kan dat?
‘Doordat ze zich sterker identificeren met hun hoogopgeleide groep. Wat er dan optreedt, is een psychologisch mechanisme: wanneer je omringd bent door mensen die allemaal zo denken als jij, en je woont ook nog in dezelfde buurt met zulke mensen omdat hoogopgeleiden ook steeds vaker in dezelfde wijken wonen, dan lijkt iemand met een andere mening al snel totaal anders. Politici en media versterken dit mechanisme ook nog eens.
‘Hoogopgeleiden ervaren dit onderscheid daarom, anders dan ze zelf vaak denken, juist veel sterker dan laagopgeleiden. Dat versterkt het wij-zij-gevoel. Dit noemen sociologen op identiteit gebaseerde polarisatie, of ‘affectieve polarisatie’. Dat is dus iets anders dan meningenpolarisatie.’
Je schrijft dat een van oorsprong ‘politiek conflict’ daardoor vaker een ‘moreel conflict’ wordt . Wat betekent dat?
‘Je kunt het uitstekend oneens zijn over bijvoorbeeld waar ons belastinggeld naartoe moet en daar dan een hard inhoudelijk conflict over hebben. Dat is een politiek conflict. Een moreel conflict is wanneer mensen de andere groep gaan afwijzen en zeggen: jouw mening is fout. Of: jij bent fout, ik ga niet meer met je in gesprek.’
Als een politicus suggereert dat asielzoekers verkrachters zijn, is het wel moeilijk om nog in gesprek te gaan.
‘Natuurlijk. Maar hier geldt dan ook dat iemand zich al niet aan de democratische regels houdt door zoiets te beweren. Deze persoon discrimineert. Maar rond bijvoorbeeld een thema als het klimaat of vaccinaties zouden mensen minder moralistisch kunnen zijn.’
Anders wordt het al snel superieur gedrag?
‘Ja, bijvoorbeeld door mensen die er anders over denken als ‘wappie’ weg te zetten. Of je stelt dus de vraag ‘Wie zijn die mensen?’ terwijl je als politicus erg uitstraalt dat je echt niet de moeite zal nemen hen te leren kennen. Het hoeft niet doelbewust te zijn, dat superioriteitsgevoel, maar het zit wel impliciet in zo’n uitspraak. Vaak ook expliciet trouwens. In mijn onderzoek naar hoog- en laagopgeleiden zaten veel open vragen die mensen anoniem en thuis, dus in alle vrijheid, konden beantwoorden. Daar zei een hoogopgeleide: ‘We hebben veel diversiteit in ons land. Hoogbegaafden, maar ook de mensen met een IQ van een baviaan.’
Neemt de superieure toon toe?
‘In relatieve zin zeker: het aantal hoogopgeleiden in Nederland groeit en naarmate er meer bijkomen, met hun culturele thema’s, ervaren laagopgeleiden ook meer morele claims van die hoogopgeleiden. Laagopgeleiden heb ik ook ondervraagd. Zij vinden op hun beurt dat hoogopgeleiden niet snappen hoe de wereld echt in elkaar zit. Maar ze zeiden veel minder echt lullige dingen, zoals hoogopgeleiden doen.’
Mensen zoeken intussen houvast in groepen die steeds kleiner, gefragmenteerder worden. In dit onderzoek lijkt die fragmentatie uiteindelijk een groter gevaar te zijn dan polarisatie.
‘Ja, want iedereen in dit onderzoek blijkt nog steeds op zoek te zijn naar gemeenschappelijkheid en saamhorigheid. Mensen willen helemaal niet polariseren, ze willen zich inzetten voor een algemeen belang. Maar omdat we ook in een hyperindividualistische tijd leven, zoeken veel mensen een groep die hen wél erkent, inclusief al hun individuele eigenschappen: mens, vrouw, christen, lhbtq, hoogopgeleid, trans, enzovoort. En verzetten ze zich vaker tegen andere groepjes om dat af te bakenen.
‘Het is dus helemaal niet zo dat we geen collectief meer zouden willen zijn. De grote vraag is: wat blijft binnen zo’n collectief dan nog onze gemeenschappelijkheid? Is dat opleiding? Of nationalisme, of patriottisme? Waar hebben we nog een gedeeld belang? Daar moeten we hard over nadenken. Want er is steeds minder sprake van een breed gedeeld goed of fout. En daar zijn we allemaal naar op zoek.’
Het goede nieuws uit dit onderzoek is dus dat er nog niets aan gemeenschapszin verloren is.
‘Ja, de rode draad is de blijvende hang naar collectiviteit. Maar we moeten onze saamhorigheid echt weer in wat grotere groepen zien terug te vinden. Zodat de democratie ook werkbaar blijft.’
In dit interview spreken we over ‘hoog-’ versus ‘laagopgeleid’, omdat Quita Muis in haar proefschrift die termen hanteert, en niet ‘theoretisch’ en ‘praktisch opgeleid’. Muis: ‘Ik vind ook dat de termen hoog- en laagopgeleid beter kunnen veranderen, maar er bestaan in mijn soort onderzoek nog geen duidelijkere termen voor. Vmbo-t is een theoretische leerweg, maar in mijn data hoort het bij laagopgeleid.’
Hoogopgeleid betekent hier minimaal hbo of universiteit. Laagopgeleid: maximaal basisonderwijs, het vmbo, de eerste drie leerjaren van havo/vwo of mbo-1.
Quita Muis analyseerde vragenlijsten die sinds 1981 zijn voorgelegd in een terugkerende, representatieve steekproef van in totaal ruim 5.500 Nederlanders. In 2017 gebeurde dit grotendeels via een computer, dus zonder aanwezigheid van een interviewer, om sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen. Hier werd ook gevraagd hoe hoog- en laagopgeleiden zelf naar de toenemende segregatie tussen beide groepen keken. Een selectie uit de antwoorden:
'Hoogopgeleiden moeten neerdalen willen ze laagopgeleiden begrijpen en laagopgeleiden kunnen niet mee in het denken van hoger opgeleiden.’
‘Ik heb altijd het gevoel dat ik me aan moet passen als ik met bv. een loodgieter of heftruckchauffeur praat. Het is me nog nooit gelukt om daar een (in mijn ogen) zinnig gesprek mee te voeren.’
‘Je vriendengroep bestaat uit OSM. Ons soort mensen daar voel je je prettig. Mensen met een lagere opleiding mogen daar bij maar meestal lukt dat niet. De ene kant moet extra moeite doen en de andere kant voelt zich niet thuis dus mislukking.’
'Het is gewoon opvallend, dat als je net met iemand gepraat hebt op een intelligent niveau, je alweer heel gauw iemand tegenkomt, dat je denkt wat een dombo.’
‘Een mens met een gedegen educatie heeft een totaal ander inzicht in de menselijke ontwikkeling’
‘Hoger opgeleiden denken veel meer na. Laagopgeleiden overkomt veel, zonder dat ze het zien aankomen.’
‘Lager opgeleiden zijn tegenwoordig minder sociaal. Ook politiek interesseert hen steeds minder. In de tijd van de verzuiling werd vaak nog engagement voor de eigen sociale klasse aangeleerd, dat lijkt nu totaal weg. Lager opgeleiden zien weinig dwarsverbanden en afhankelijkheden. Veelal reageren ze uit emotie en zijn passief. Men kiest niet voor vereniging of actie, maar voor onttrekken en agressie.’
‘Het lijken wel gescheiden werelden. Zelfs mbo-opgeleiden (grootste groep) ken ik niet zoveel. Waar je mee omgaat, raak je mee besmet.’
'Hoogopgeleiden verdienen meer of ze een goede bijdrage leveren of niet, dit in tegenstelling tot lageropgeleiden.’
‘Er wordt op de laag opgeleiden neer gekeken, al werken ze nog zo hard.’
‘Hoger opgeleiden kunnen zich behoorlijk verheven voelen boven een laag opgeleid persoon.’
‘De meeste hogeropgeleiden hebben totaal geen binding meer met de rest van de wereld.’
‘Niks dommer dan wat hier voor hoogopgeleid doorgaat. Niets denkt in meer ongefundeerde dogma's en weinig is intoleranter voor wie anders denkt.’
'Hoogopgeleiden zijn in algemeen vervreemd van de laagopgeleiden deze worden gezien als een andere klasse mensen.’
‘Lager opgeleiden hebben een opleiding genoten die is afgestemd op de praktijk. Hoger opgeleiden niet en zijn daarom vaak ook zeer onpraktisch. Deze categorie valt dan ook dikwijls onder de norm IWAB (Ik Weet Alles Beter).’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant