Home

Tactisch onderhandelaar Avraham Roet wilde ‘de geschiedenis rechtzetten’

Als onderhandelaar voor de Joodse herstelbetalingen ging Avraham Roet (1928-2024) tot het uiterste. ‘Hij was nooit bang om de dingen neer te zetten zoals ze zijn.’

Het was hem niet te doen om het geld, het was een kwestie van moraal. ‘Het gaat mij om het rechtzetten van de geschiedenis’, zei Avraham Roet in 2000 in een interview in Trouw.

Als belangenbehartiger van de Nederlandse Joden in Israël wierp Avraham Roet zich vanaf de jaren negentig op als een onvermoeibare onderhandelaar voor het terugvorderen wat de Joodse gemeenschap in de Tweede Wereldoorlog was afgepakt, of dat nu bij banken was, verzekeraars, de Amsterdamse effectenbeurs, of de Nederlandse staat. Afgelopen week overleed hij op 96-jarige leeftijd in Zürich.

Over de auteur
Anneke Stoffelen is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over de multiculturele samenleving.

Avraham Roet werd in 1928 in Amsterdam geboren in een welgesteld, orthodox-joods gezin. De Tweede Wereldoorlog overleefde hij door van onderduikadres naar onderduikadres te zwerven.

Na de bevrijding zat er in zijn ogen niets anders op dan Nederland te ontvluchten. Wat moest hij nog langer in een land, dat hem en zijn familie zo aan het tragische lot had overgelaten? Hij vertrok per boot naar Tel Aviv, om in het beloofde land een nieuw bestaan op te bouwen. Hij volgde er een opleiding aan de landbouwschool en vocht mee in de Arabisch-Israëlische oorlog in 1948.

Later werkte hij voor de grootste Israëlische voedselproducent, waar hij de instantpudding introduceerde (naar verluidt dankzij een recept dat hij was tegengekomen in de Libelle van zijn moeder) en als leidinggevende in de filmindustrie.

Maar hij zal vooral worden herinnerd om zijn rol in de naoorlogse herstelbetalingen aan Joodse Nederlanders. ‘Ik wilde weten hoeveel geld er bij de banken, de verzekeraars en de overheid was blijven hangen’, zei hij in 2000 in een interview in Vrij Nederland. ‘Er moest rechtvaardigheid komen.’

‘Diepe teleurstelling in de regering’

Ronny Naftaniel, destijds betrokken bij de oprichting van het Centraal Joods Orgaan, herinnert zich dat Roet zich halverwege de jaren negentig meldde omdat hij namens de Nederlandse oorlogsslachtoffers in Israël wilde komen opeisen wat de Joodse Nederlanders toekwam. ‘Dat deed hij op vastberaden en humoristische wijze. Hij was nooit bang om de dingen neer te zetten zoals ze zijn.’

Er zijn meerdere verklaringen voor het feit dat juist Roet zich zo hard maakte voor die financiële compensatie, zegt Naftaniel. ‘Wat meespeelt is dat hij opgroeide in een redelijk rijk gezin. Het huis van zijn ouders en dat van zijn opa aan de grachten in Amsterdam, stond bomvol met kunst. Daar was na de oorlog niets van over, compleet leeggeroofd.’

Bovendien, zegt Naftaniel, zijn twee van zijn zussen vermoord in de kampen – althans, een van hen overleed eigenlijk net daarna. ‘Avraham kampte met een diepe teleurstelling in de Nederlandse regering, die in zijn ogen ook na de oorlog helemaal niets had gedaan om overlevenden te redden. En dan speelde ook nog mee dat zijn vader, een bankier bij de Rotterdamsche bank, daar na de oorlog een begin had gemaakt met het terugzetten van de Joodse vermogens die bij de Liro-bank waren terechtgekomen.’

Uitgesproken

Als onderhandelaar was Roet volgens Naftaniel ‘heel tactisch’. Dat is volgens hem vooral tot uitdrukking gekomen in de onderhandelingen voor Joodse herstelbetalingen door de Amsterdamse effectenbeurs. De rol die Roet daarin speelde laat zich niet in een paar regels samenvatten, maar de uitkomst was veelzeggend: waar de beurs aanvankelijk was begonnen met een bod van 8 miljoen gulden ter compensatie van verloren aandelen, werd na de strategische onderhandelingen door Roet uiteindelijk 264 miljoen gulden uitgekeerd.

Roet mengde zich tot op hoge leeftijd in de discussie en sprak zelfs onlangs nog via een videoverbinding op twee symposia over roofkunst. Hij liet daarbij geen gelegenheid onbenut om uit te halen naar de Nederlandse regering, die in zijn ogen zo bitter weinig had gedaan om de naoorlogse Joodse gemeenschap te helpen.

In de overlijdensadvertentie die zijn familie zaterdag publiceerde, wordt hij geprezen om zijn ‘onwrikbare inzet en toewijding’ aan eenieder die op zoek was naar gerechtigheid na de Holocaust. Maandag wordt Roet in Israël begraven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next