Baby's kunnen vanaf zes weken al terecht op de kinderopvang in Nederland. Dat is wereldwijd gezien uitzonderlijk jong. De verlofregelingen voor gezinnen zijn dan ook "strak afgesteld".
De Nederlandse kinderopvang zucht onder een personeelstekort. Toch worden baby's al naar de opvang gestuurd, terwijl juist zij het meest arbeidsintensief zijn.
Nederland is bijna het enige land ter wereld waar het normaal is om baby's zo jong al naar een kinderdagopvang te brengen. Alleen in de Verenigde Staten gebeurt dit ook in vergelijkbare mate.
De oorzaak daarvoor zit hem onder meer in onze verlofregelingen. Werkende moeders krijgen tien tot twaalf weken na de bevalling volledig doorbetaald. Wie daarna weer gaat werken en bijvoorbeeld een werkende partner heeft, is op de opvang aangewezen.
Ouders die een deel van het salaris kunnen missen, kunnen met andere verlofregelingen nog een aantal maanden thuisblijven. Maar dat steekt schril af tegen een land als Zweden, waar ouders 480 dagen verlof op kunnen nemen en hun kind pas na een jaar naar de opvang mag. In Duitsland kunnen beide ouders veertien maanden verlof onderling verdelen en gaan veel kinderen op latere leeftijd naar de zogeheten Kinderkrippe.
Terwijl in de twintigste eeuw wereldwijd flink werd gesleuteld aan regelingen voor ouders, bleef Nederland wat achter. Feministen bij de Nederlandse Vrouwenbeweging, een feministische organisatie die opkwam voor arbeidersvrouwen in de tweede helft van de twintigste eeuw, zetten zich eerder in om vrouwen naar de arbeidsmarkt te bewegen.
"Wij kennen een sterke traditie van huishoudens die konden draaien op een goede huisvrouw", zegt historicus Els Kloek. "In de jaren zestig werd het grootste deel van de moeders nog huisvrouw, ook als ze hadden gestudeerd", beaamt feminist en oud-politicus Hedy d'Ancona.
d'Ancona en medefeministen waren voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen. "De Nederlandse Vrouwenbeweging streed tegen het huisvrouwenbestaan", zegt Kloek. "Die beweging was vóór de crèches, kinderopvang dus."
Onder d'Ancona's bewind als minister in de vroege jaren negentig schoten de kinderdagverblijven als paddenstoelen uit de lucht. Zo konden vrouwen meer werken en economisch zelfstandig worden, was het idee.
De strijd die feministen voerden om moeders meer aan het werk te krijgen, rijmde niet met het idee van een jaar verlof. "We hebben eigenlijk nooit zo getrokken aan het ouderschapsverlof", beaamt d'Ancona.
Voor de baby's zelf is de uitkomst niet zo slecht, vermoedt bijzonder hoogleraar kinderopvang Ruben Fukkink. "We zijn heel goed in baby's opvangen in Nederland", zegt hij. De kwaliteit van de opvang is enorm vooruitgegaan.
Wetenschappelijke kennis over de jonge doelgroep is volgens Fukkink wel kwetsbaar. Onderzoek gaat vaak over dreumesen en peuters, omdat er wereldwijd zo weinig baby's naar een formele opvang gaan.
Wel is het bekend dat baby's zich veilig kunnen hechten aan andere opvoeders dan de ouder. "Dat kan een oma zijn, maar ook een pedagogisch medewerker van de kinderopvang", zegt Fukkink.
Hoewel Fukkink geen bewijs ziet dat de kinderopvang slecht is voor baby's, vindt hij het Nederlandse verlof "strak afgesteld" voor gezinnen. Zo zijn er gezinnen die nog kampen met chronische vermoeidheid en postnatale depressies, zo vlak na de bevalling.
"Ik zou het mooi vinden als gezinnen zelf kunnen kiezen om het verlof te verlengen met drie extra maanden", besluit hij. "Sommige gezinnen hebben meer tijd nodig."
Het scheelt de overvolle kinderopvang bovendien personeel. Zo is er één pedagogisch medewerker nodig voor slechts drie baby's. Zijn ze één jaar oud, dan kunnen ze al met z'n vijven bij één medewerker terecht.
Source: Nu.nl economisch