Home

Kruisspin

Spinnetjes in je vensterbank, aan het plafond, in kieren en gaten. September is spinnenmaand. Waar komen ze vandaan en gaan ze ook weer weg?

In de herfst valt het ineens op: een dikke spin op het keukenkastje, bedauwde webben voor je raam of een spinnetje dat boven in je raamkozijn in een web gaat hangen en niet van plan lijkt om ooit weg te gaan.

Lijkt het alsof er ineens een invasie of een plaag aan de gang is? Dat is niet zo, legt Sanne van der Mark uit. Zij is teamleider Koudbloedigen bij het Insectarium van ARTIS. Er zijn niet méér spinnen in de herfst, maar ze vallen meer op.

"Een spinnetje wordt rond mei geboren. Dan is-ie heel erg klein. Een spin moet dan een paar keer vervellen. Dan zijn ze erg kwetsbaar met hun zachte lijfje en afgeworpen exoskelet. Ze verstoppen zich goed. Dan zie je weinig spinnen, maar ze zijn er wel. In de herfst, als het wat kouder wordt, zijn spinnen groot genoeg en gaan ze elkaar opzoeken om te gaan paren. In die periode zitten we nu."

Het is buiten nog lekker warm en er is nog genoeg voedsel. Als het straks kouder wordt zullen de spinnen een warmer plekje opzoeken - ze blijven koudbloedige beesten en kunnen hun temperatuur niet zelf constant houden. "Ze houden ook van buiten, van plekjes tussen de dode bladeren waar ze beestjes kunnen vangen. Als ze genoeg voedsel kunnen vangen aan jouw plafond, zullen ze daar naartoe gaan."

Een spin is een echte insecteneter, legt Van der Mark uit. Ze zullen niet in je keukenkastje op zoek gaan naar broodkruimels. "Daarom zijn ze ook zo nuttig. Vervelende fruitvliegjes, zilvervisjes, mieren, muggen eten ze allemaal op."

In het ARTIS Insectarium ziet koudbloedigenexpert Van der Mark bezoekers vaak heftig reageren bij de grote spinnen. "Het zijn dan vaak de ouders die tegen hun kind roepen 'Kijk wat eng, wat vies, wat een vreselijke spin!' En dan vinden ze mij heel knap dat ik met spinnen werk."

"Ik begrijp de angst niet, maar ik zie wel veel bange mensen. Ik leg dan maar uit dat een spin echt niet van mensen houdt en ons het liefst op afstand houdt. En dat ze prachtig zijn als je goed kijkt."

Dat veel mensen bang zijn voor spinnen klopt. Zo'n 3 tot 6 procent van de Nederlanders lijdt aan arachnofobie: een irreële angst voor spinnen.

"Een spinnenfobie kan overgaan van ouders op kinderen", legde psycholoog Maartje Kroese eerder uit. Ook kan de fobie ontstaan door een nare ervaring of door verhalen over spinnen. "Het type spin dat mensen vrezen, kan verschillen. We zien in de praktijk wel dat vrijwel altijd geldt: hoe groter en hoe sneller, hoe enger", legt Kroese uit.

Bioloog Geert-Jan Roebers verklaart de angst door te kijken naar de uiterlijke kenmerken van de spin, zoals de gifkaken. "Spinnen bijten alleen als ze in de knel komen en heel soms om hun broed te verdedigen", vertelt hij. "Van de meeste spinnen zijn de kaken bovendien te zwak om door de huid heen te dringen."

"Dat lukt in Nederland maar drie soorten, waarvan de roodwitte celspin het 'gevaarlijkst' is. Zijn beet voelt als een wespensteek en is niet gevaarlijk, maar wel pijnlijk. In Nederland leven ongeveer zeshonderd soorten spinnen en die zijn juist hartstikke nuttig om ons ecosysteem in stand te houden. Ze 'ruimen' insecten op en zijn op hun beurt ook weer voedsel voor de vogels."

Wat spinnen ook niet doen, zegt Van der Mark: in je mond kruipen terwijl je slaapt. "Dat is echt een broodjeaapverhaal. Een spin in jouw huis hangt het liefst lekker hoog in zijn web, waar hij prooien kan vangen, en vertrekt ook weer als het buiten warmer wordt."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next