Home

51 dagen gegijzeld door Hamas: ‘Huilen was verboden’

Chen Almog-Goldstein werd op 7 oktober, met haar dochter en twee zoontjes gevangengenomen door Hamas. ‘Ze beschermden ons voor het gevaar van aanvallen door het Israëlische leger, nadat ze mijn man en oudste dochter hadden vermoord. Het was krankzinnig om die complexiteit te accepteren.’

Om te beginnen: de kille feiten. Op zaterdagochtend 7 oktober 2023 werd de destijds 48-jarige Chen Almog-Goldstein, met haar dochter Agam (17 jaar toen) en haar zoontjes Gal (11) en Tal (9) ontvoerd door Hamas. Dat was nadat haar man Nadav (48) en dochter Yam (20) door de terroristen waren vermoord, in hun woning in kibboets Kfar Aza. Nadav kreeg drie kogels in zijn lichaam, Yam werd in haar gezicht geschoten nadat de mannen haar legeruniform hadden ontdekt in een kast.

Na 51 dagen kwamen Chen en de drie kinderen vrij bij een gevangenenruil. De meeste tijd van hun gevangenschap verbleven ze met z’n vieren in een appartement in Gaza. Daar waren de omstandigheden beter dan in de beruchte tunnels, waar de meeste van de nog resterende honderd gijzelaars zich bevinden. Alleen de eerste dagen en de laatste week zaten ook Chen en haar kinderen in een tunnel, samen met lotgenoten.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.

Chen doet haar verhaal beheerst en zorgvuldig, in de woning van een kennis in Tel Aviv. Ze is het gewend om met buitenstaanders over haar beproeving te praten. Interviews geeft ze niet veel, maar ze houdt spreekbeurten voor organisaties in Israël en voor groepen militairen. ‘Dat is ook een manier om te verwerken wat we hebben meegemaakt’, zegt ze.

Huilen was verboden

Op de eerste plaats is dat: angst. Overal rondom was oorlog. Gebouwen werden gebombardeerd, ze hoorden de knallen en voelden de trillingen. De op een na laatste week was het ergst, vooral ’s nachts. ‘We konden onszelf er niet eens toe brengen gewoon te gaan liggen. Je lichaam is wakker en alert en wacht op wat er gaat gebeuren. Een constante angst. Er waren perioden dat ik het gevoel had dat ik de controle over mijn lichaam, over mijn ziel, kwijt was.’

Voor de ramen van het appartement hingen zware gordijnen, er kwam nauwelijks lucht of daglicht binnen. Vooral in oktober was het warm. Een raam opendoen mocht niet, want dan zouden de buren hen kunnen horen. Er woonden Palestijnse families in het gebouw, af en toe hoorden ze babygehuil. ‘Soms legde ik mijn hoofd op de grond bij een deur voor wat frisse lucht’, zegt Chen.

Als ze een ​​stukje wilden lopen in het huis, ging een van de gijzelnemers mee. ‘Privacy hadden we niet. Huilen was verboden, ze wilden dat we blij waren.’ Toch was er elke dag wel een moment waarop een van hen huilde.

‘Elke avond dwong ik mezelf het beeld van Yam met haar kapotgeschoten gezicht niet te vergeten’, zegt ze. Waarom precies, dat is moeilijk onder woorden te brengen. Misschien zocht ze de pijn juist op, om te voorkomen dat het beeld zou vervagen. ‘Het duurde maar een paar seconden. Ik was geschokt, ik kon gewoon niet geloven wat ik zag. Het gat, het bloed, ik zag haar trillen. Ik heb de herinnering in mijn hoofd, maar ik kan het gelukkig nu ook opzijzetten. Ik herinner me Yam liever mooi en lachend.’

Hoe verliep het contact met de bewakers? Ze houden je gevangen, maar je bent ook van hen afhankelijk om te overleven. Hoe werkt dat?

‘Het waren zeven mannen, de jongste 28 jaar, de oudste 43. We spraken met ze over wat er die zaterdag in ons huis was gebeurd. Toen bleek ​​dat het niet dezelfde groep was. Degenen die voor ons zorgden, leken menselijker. Ze regelden ook dat we onze medicijnen kregen. Maar ze waren erg blij met hun geweldige succes op 7 oktober.

‘Ze waren de hele tijd bij ons, 24 uur per dag. Vaak staarden ze ons alleen maar aan, wat erg ongemakkelijk was. Maar we praatten ook met elkaar. Dat hoort bij overleven. Ik begreep dat we in de interactie met hen iets duurzaams moesten opbouwen. Uiteindelijk waren we in hun handen. Je wilt ze niet boos maken.

‘Met een paar van de mannen konden we beter opschieten dan met anderen. Een van hen sprak een beetje Engels, een ander wat Hebreeuws, een slimme man. Hij vertelde dat hij van plan was naar Israël terug te keren. In 1948 hadden wij hun families verjaagd en vermoord, volgens hem. ‘Straks zullen we weer samenleven’, zei hij, en hij maakte met zijn vingers een gebaar van verstrengeling. Maar op de dag dat we werden vrijgelaten, kregen we van anderen te horen: jullie moeten naar elders verhuizen, want wij gaan het land overnemen.’

Jullie gingen vermoedelijk niet in debat over het Palestijns-Israëlisch conflict?

‘Nee, we stopten het gesprek als het te politiek werd. Maar mijn dochter Agam stelde hun een aantal uitdagende vragen. Ze vroeg of het volgens de Koran is toegestaan ​​kinderen en vrouwen in pyjama uit hun huis te ontvoeren. We zagen ze bij zichzelf te rade gaan. Ze antwoordden niet rechtstreeks. Ze zijn gehecht aan de Koran als leidraad, volgens de Koran mag je geen vrouw vermoorden.

‘Toen vroeg ik: dus waarom hebben jullie mijn dochter vermoord? Ze droeg een pyjama en ze viel flauw van de shock. Toen werd ze in haar gezicht geschoten. Of Nadav, hij vormde op geen enkele manier een bedreiging voor ze. Hij kon amper staan na een fietsongeluk in juli. Toen zeiden ze dat Allah hen op de dag van hun dood ter verantwoording zal roepen. En als ze Nadav en Yam voor niets hebben vermoord, zullen ze naar de hel gaan.

‘We vroegen wat ze zouden doen als ze een bevel kregen om ons dood te schieten. We beseften dat zij uiteindelijk kleine radertjes in het systeem waren, onderaan de hiërarchie. ‘Nee, wij zullen eerder sterven dan jullie’, zeiden ze. ‘We sterven hooguit samen, als de luchtmacht dit gebouw treft.’ Dat was bedoeld om ons een veilig gevoel te geven.’

Beschermd door je gijzelnemers

Soms kwam het gevaar heel dichtbij en werden Chen en haar kinderen naar een andere locatie overgebracht. Dan moesten ze de straat op, in het pikkedonker. Dan begon plotseling de Israëlische luchtmacht te bombarderen. Ze herinnert zich de vuurballen in de lucht.

‘Het is absurd. Onze bewakers probeerden ons veilig te houden. Ze duwden ons tegen de muur van een gebouw, zetten ons onder een dak. Alles om ons in leven te houden. Ik moest aan mijn kinderen uitleggen dat we nu in gevaar waren vanwege het Israëlische leger en dat Hamas-mannen ons beschermden, nadat ze hun vader en zusje hadden vermoord. Het is krankzinnig om dat te beseffen, om de complexiteit te accepteren.’

Na terugkeer uit gevangenschap kreeg Chen in Israël te horen dat ze niet moest praten over dat dubbele gevoel: doodsbang zijn voor het Israëlische leger terwijl je beschermd wordt door je gijzelnemers. ‘Er kwam een verzoek van officiële Israëlische instanties om erover te zwijgen. Maar ik heb gezworen dat niet te doen. Het is heel belangrijk om erover te praten. Iedereen zou deze complexiteit moeten begrijpen.’

Nog zoiets: op 23 oktober was ze jarig, ze werd 49. Een van de bewakers bracht haar een cadeau, een chocoladetaart. ‘Hij probeerde me echt blij te maken.’

Heb je ervan kunnen eten?

‘Jawel. En pas toen ik terugkwam in Israël, besefte ik dat op dezelfde dag Nadav en Yam waren begraven. Dat wist ik op dat moment natuurlijk niet. Op 8 oktober komen we met familie en vrienden voor het eerst bijeen op de begraafplaats.’

Van seksueel geweld hadden Chen en haar kinderen geen last. Wel hoorden ze de laatste week in de tunnel getuigenissen daarover, van medegijzelaars die niet werden geruild. Het is een van de redenen waarom ze aandacht blijft vragen voor hun lot en aandringt op hun vrijlating. Ze doet soms mee aan demonstraties in Tel Aviv; een paar keer sprak zij daar de menigte toe, net als haar dochter.

‘Toen we in de tunnel afscheid ­namen, vroegen de gijzelaars die ­achterbleven ons hen niet te ­vergeten, voor ze te vechten. Ik wil hun stemmen laten klinken. Ze doen er in de tunnels alles aan om te overleven. Maar doen wij als individu, als samenleving en als wereld daar ook alles aan? Het is iets dat ik mezelf dagelijks afvraag. Ik had verwacht dat de regering de bevrijding van de gijzelaars de hoogste prioriteit zou geven. We hebben geen bestaansrecht als land als we ze niet bevrijden.’

Teddybeer in de tunnel

Met de kinderen gaat het naar omstandigheden goed, volgens Chen. Alleen de jongsten zijn nog geregeld boos, nerveus of angstig. Ook in het appartement hielden ze zich bewonderenswaardig bezig, zegt ze. Ze kregen schriften en potloden, maakten tekeningen en schreven. Alleen in het Engels, want de bewakers dreigden papier met tekst in het Hebreeuws in brand te steken.

‘Vaak werd hun gezegd dat ze geen geluid mochten maken, zodat andere bewoners in de gebouwen ons niet zouden horen, of misschien de Israëlische legerinlichtingendienst. Maar hoelang kun je kinderen blijven zeggen dat ze stil moeten zijn? Ze leven, ze maken geluid.

‘In het appartement vond Tal een roze teddybeer. Hij raakte eraan gehecht en wilde hem meenemen toen we naar de tunnel gingen, maar dat wilden de mannen niet. Toen hij begon te huilen, stopte een van de jonge gasten de beer in zijn tas. Dus liep Tal door de straten van Gaza met een roze teddybeer die uit zijn tas stak. Uiteindelijk lieten we de beer achter in de laatste tunnel. Het laat zien dat hij veel moeite heeft gedaan om zich normaal te gedragen, met z’n knuffel.

‘Toen we net waren teruggekomen uit Gaza, verzetten ze zich tegen alles, ook als het heel normaal was, ook de leuke dingen. Als we gewoon naar een restaurant gingen, waren ze dwars. Mensen zeiden tegen me dat het oké was. In Gaza mochten ze zich nergens tegen verzetten, dus moet je ze nu de kans geven hun verzet ​te ​uiten.

‘Ik word sterk aangetrokken door wat het leven je geeft. Maar een ​​nieuw leven opbouwen kost veel energie. Daar werk ik aan. Ik doe veel aan sport, ik geef lezingen. We hebben allemaal individueel therapie en we hebben gezinstherapie. De kinderen zijn sterk. Hun basisvertrouwen is niet geschaad. Bij mij praten ze niet zoveel over Nadav en Yam. Met anderen wel, niet met mij.

‘De pijn en het verlies zijn elke dag bij ons, dat zal altijd zo blijven. Of we weer op dezelfde plek gaan wonen, weet ik niet. Maar we hebben twee fruitbomen geplant bij het huis, ter nagedachtenis aan Nadav en Yam. Iedereen die op bezoek komt, geeft ze water. Zo kunnen we iets laten groeien naast het huis waar ze vermoord werden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next