Donderdagavond laat werd het Dick Schoof, de partijloze ambtenaar die door de coalitie is neergezet op de stoel van de premier, te veel. Hij stond al de hele dag in de grote vergaderzaal van de Tweede Kamer te vertellen dat hij is aangesteld om het regeerprogramma van de vier coalitiepartijen uit te voeren en dat hij zich daarbij niet laat hinderen door eventuele eigen opvattingen. Diverse parlementariërs van de oppositie hadden daarop vermoedens geuit dat de premier een trekpop is van Geert Wilders. En toen brak er iets.
Schoof zoog de borst vol lucht, blies hard uit en somde geëmotioneerd op wat hij de hele dag (‘dagdagelijks’) zoal doet: héél hard werken. ‘Op de prioriteiten van Nederland’, nota bene. Dat Rob Jetten (D66) had gesuggereerd dat ‘de premier alleen maar papiertjes zit voor te lezen’ met instructies van anderen, vindt de premier ‘buitengewoon pijnlijk’. Zijn stem trilde zachtjes, in zijn ogen blonk iets.
Daarna ging de coalitie langdurig roffelen op de bankjes. ‘Wauw’, twitterde Caroline van der Plas.
‘Dit is géén kleuterklas’, liet Schoof zich een tijdje geleden ontvallen over de coalitie waar hij zo hard voor werkt, en dat is leeftijdtechnisch gezien een feit. Wat het wel is: een verzameling mensen die eigenaardig weinig met elkaar gemeen hebben – in ideologie, in mens- en wereldbeeld, in analyse van wat ze belangrijk vinden en wat ze willen bereiken, in politieke stijl, in bestuurlijk amateurisme, in kennis van en gehechtheid aan democratische processen en rechtsstatelijkheid.
Wat ze bindt: de opvatting dat critici gemeen zijn. De oppositie doet ‘flauw’, de pers is ‘zuur’, wie feitelijk constateert dat het de premier ontbreekt aan gezag is onaardig. In elke kritische kanttekening of voorzichtige tegenwerping wordt een persoonlijke aanval vermoed, niet alleen op de politicus en diens zotte ideeën zelf, maar ook op de voltallige achterban, en daarmee – snik in de stem – op ‘het volk’. En als blijkt dat iets niet kan, omdat het niet uitvoerbaar is of feitelijk onjuist is of moreel onverdedigbaar is of haaks op de democratische rechtsorde staat, is het tegenargument een geëmotioneerd ‘Kan wélles!’. Roffel op de bankjes.
We zijn in kinderland beland. In welles-nietesland waarin zandstrooiers de inwoners zand in de ogen strooien, raddraaiers ze een rad voor de ogen draaien en Vrouw Faber enge sprookjes vertelt. In kinderland kan de minister van Asiel en Migratie een brief waarin staat dat Nederland niet meer wil meedoen met Europese asielafspraken sturen naar een instantie die daar niet over gaat. De onderhandelingen daarover bestaan niet, het opzeggen van de afspraken gaat niet gebeuren. Maar in kinderland kan Geert Wilders kraaien dat we hier‘ een mini-Nexit’ te pakken hebben. De VVD – ooit een serieuze bestuurderspartij, ruim dertien jaar premiersleverancier – staat erbij en kijkt ernaar.
In kinderland kan de coalitie afspreken om het vervelende parlement met al die gemene kritische mensen uit de Tweede en de Eerste (vooral die) Kamer die ‘kan niet’ gaan roepen uit te schakelen, door een asielcrisis uit te roepen en het noodrecht in te roepen. De asielcrisis bestaat niet. Alle ambtelijke adviezen zeggen ‘doe het niet’ en ‘met staatsnoodrecht eigent de regering zich ingrijpende bevoegdheden toe zonder wet’ en ‘dit is rechtstatelijk en democratisch niet aanvaardbaar’, bovendien zijn er zijn ook nog mensenrechten in het geding, want je zou het haast vergeten maar achter het begrip ‘asielcrisis’ schuilen mensen, gewone kwetsbare mensen zonder stem of vertegenwoordiging.
Maar in kinderland kan NSC blijven volhouden dat de partij enorm rechtstatelijk gemotiveerd is en júíst daarom met de coalitie blijft meehobbelen over de heilloze weg, in de aandoenlijke overtuiging dat Wilders heus tot matigheid te bewegen zal zijn en dat het zonder NSC allemaal veel erger zou zijn. In kinderland kunnen de 150 duizend kinderen die in de echte wereldleven onder de armoedegrens het ondertussen schudden. Daarvan zei de premier: ‘We hebben er in ieder geval voor gezorgd dat de armoede, specifiek kinderarmoede, niet stijgt. Het was al een onvoorstelbare opgave om dat te realiseren.’ Dat klinkt heel anders dan: ‘Kan wél!’
Maar in kinderland kan NSC blijven volhouden dat de partij enorm rechtstatelijk gemotiveerd is en júíst daarom met de coalitie blijft meehobbelen over de heilloze weg, in de aandoenlijke overtuiging dat Wilders heus tot matigheid te bewegen zal zijn en dat het zonder NSC allemaal veel erger zou zijn.
In kinderland kunnen de 150 duizend kinderen die in de echte wereldleven onder de armoedegrens het ondertussen schudden. Daarvan zei de premier: ‘We hebben er in ieder geval voor gezorgd dat de armoede, specifiek kinderarmoede, niet stijgt. Het was al een onvoorstelbare opgave om dat te realiseren.’ Dat klinkt heel anders dan: ‘Kan wèl!’.
HIER MAG DE TEKST!
Sheila Sitalsing is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant