Het laatste beschikbare stukje polder van Utrecht, in de oksel van de A2 en de A12, Rijnenburg, wordt een woonwijk voor 50 duizend Utrechters met 12.500 werkplekken: de hoogleraar en de politieagent moeten er niet alleen kunnen wonen, maar ook werken en recreëren.
Midden in Nederland zitten twee zwanen in een weiland in het gras. Verderop grazen paarden, een torenvalk bidt in de lucht. Een boer verbouwt maïs op een belendend stuk grond. De trekker staat naast de maishakselaar op het erf klaar voor de oogst.
Wie vanaf dit uitzicht een halve slag draait, ziet de A2 met voorbijrazend verkeer, met daarachter de geluidswal van Nieuwegein. Er loopt een weggetje tussen de A2 en de weilanden, met aan weerszijden een sloot en knotwilgen. Vanaf het weggetje, de Ringkade richting het westen, heet de polder Rijnenburg.
Dit gebied van ongeveer 1.000 hectare landbouwgrond wordt als het aan de gemeente Utrecht ligt een levendige woonwijk voor 50 duizend Utrechters en hun toekomstige kinderen, huisdieren en andere geliefden. Maar om dit te realiseren, moeten eerst heel veel neuzen dezelfde kant op.
Vrijdag stuurde het Utrechtse college een brief naar de gemeenteraad met de ‘programmatische verkenning’ van het gebied. Daarin wordt de ontwikkeling van Rijnenburg omschreven, bedoeld als startpunt voor gesprekken binnen de raad en met belanghebbenden, omwonenden en geïnteresseerden. Wethouder Eelco Eerenberg wil dat hier, na 2035, tussen de 22 duizend en 25 duizend woningen worden gebouwd.
Op zijn bruine leren schoenen staat Eerenberg (D66, Ruimtelijke Ordening) in het natte gras naast de Ringkade. Hij legt uit waarom de natuur hier plaats moet maken voor woningen. Wachtenden zonder urgentieverklaring, zegt hij, staan in de stad meer dan tien jaar op de lijst voor een sociale huurwoning.
Utrecht, een gemeente met bijna 375 duizend inwoners, barst uit zijn voegen. De woningprijzen zijn volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het eerste kwartaal van 2024 nergens zo hard gestegen ten opzichte van hetzelfde kwartaal van 2023 als in de provincie Utrecht.
En dus zoekt de wethouder naar oplossingen. De komende zes jaar komen er 25 duizend woningen bij in de bestaande wijken tussen Utrecht Centraal en Nieuwegein. Daarna komen er nog eens 15 duizend tot 27 duizend woningen in de voormalige A12-zone, nu Westraven en Galecopperzoom.
Maar dat is niet genoeg. Eerenberg wandelde daarom onlangs met Mona Keijzer, de minister van Ruimtelijke Ordening (BBB), over het weggetje met knotwilgen, langs de weilanden ten zuiden van de A12 en ten westen van de A2.
Daar sprak Eerenberg tegen Keijzer zijn grootste zorg uit: hoe moeten al die inwoners van dit nieuwe stuk Utrecht ooit richting de stad komen? Daarvoor is hulp uit Den Haag gewenst, zegt de wethouder ook tijdens deze rondgang met de Volkskrant meermaals. ‘Langjarige betrokkenheid van Den Haag is nodig. Kijk wat er nu is hier’, zegt hij terwijl hij uitkijkt op het maisveld. ‘Er is geen infrastructuur. Dat moet er dus komen.’ Het liefst zou hij de geplande Merwedelijn, een ondergrondse metrolijn, doortrekken tot Rijnenburg.
Het Utrechtse Rijnenburg, op zo’n 35 minuten fietsen van de binnenstad, is een polder met een turbulente geschiedenis. De groeiende stad Utrecht laat er in de jaren negentig haar oog op vallen. Eerst wordt er gebouwd in Leidsche Rijn, een zogenoemde Vinexwijk, waar nu tegen de 50 duizend mensen wonen. Maar er is meer nodig, oordeelt de stad dan al. In 2001 wordt de polder, die bij Nieuwegein hoort, bij een gemeentelijke herindeling aan Utrecht toegevoegd.
Projectontwikkelaars en woningcorporaties kopen vervolgens delen van Rijnenburg. In 2009 komt de gemeente Utrecht met plannen voor een groene woonwijk met zevenduizend woningen. Maar de financiële crisis breekt uit, de bouw in Rijnenburg wordt ‘on hold’ gezet.
Onderzocht wordt of het gebied kan worden gebruikt om duurzame energie voor de stad op te wekken. Er volgen gesprekken, er komt een Visie energielandschap. Daarin staat dat er ruimte is voor acht windmolens en 230 hectare zonnepanelen, daarmee kunnen 80 duizend Utrechtse woningen van stroom worden voorzien.
In de jaren daarna verenigen de grondeigenaren zich. Ze zijn niet per se tegen stroomopwekking, zeggen ze, maar liever niet hier. Er komt een lobby van een andere groep op gang, voor de komst van windmolens. In juni 2024 beslist de Raad dat er vier windmolens worden gebouwd, de zonnepanelen komen er niet. De windmolens worden onderdeel van Landschapspark Rijnenburg, het stuk polder dat straks tussen de nieuwe wijk en de stad ligt ingeklemd en groen blijft.
‘De afspraak is nu dat de turbines er vijftien tot twintig jaar blijven staan’, zegt Esther Agricola, regiodirecteur van bouwfonds BPD, namens de grondeigenaren. Wethouder Eerenberg: ‘Natuur moet hier enorm belangrijk worden. We willen verkennen of er een roeibaan kan komen, waterberging. Suggesties zijn welkom.’
‘Er is heel veel gesproken over deze polder, maar er is nog niets gebeurd’, zegt Agricola. ‘Er zijn hier heel veel verschillende partijen die heel veel tegelijk willen. Daar kunnen dan spanningen en conflicten bijhoren.’
Nu is het tijd om te beginnen, stelt de wethouder. Ter inspiratie bezocht hij half september de wijk Ørestad in Kopenhaven, samen met 44 ambtenaren, project- en gebiedsontwikkelaars (ook BPD) en medewerkers van woningcorporaties. Daar – en in de wijk Nordhavn in de Deens hoofdstad, en in het Zweedse Malmö (wijken Västra Hamnen en Hyllie) – hoort de groep wat er goed en fout kan gaan bij de bouw van een nieuwe wijk in de polder.
Eerenberg zag een supersnelle metro, die elke twee minuten stopt. Hij zag prachtige woningen voor diverse gezinssamenstellingen. Maar ook veel te veel auto’s op brede straten. ‘Dat zou ik graag anders zien. Misschien met parkeergarages op centrale plekken.’
Zo kunnen de toekomstige kinderen van Rijnenburg wel overal buitenspelen, in tegenstelling to hun leeftijdsgenootjes in bijvoorbeeld Ørestad. ‘En dat is een ruil waar iedereen natuurlijk in mee gaat.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant