Alle ingrediënten voor een kabinetscrisis lijken aanwezig, maar ondanks de ruzies zijn er krachten die de coalitie bijeenhouden. Alleen Wilders kan zich nieuwe verkiezingen veroorloven, en daar zouden ook voor hem nadelen aan zitten.
Op momenten van grote druk citeert Geert Wilders volgens ex-medewerkers graag Winston Churchill: ‘Never give in, never, never, never.’ Donderdag leek Wilders weer zo’n mini-Churchillmoment te ondergaan. Een groot deel van de oppositie, waaronder de potentiële samenwerkingspartners SGP en CDA, vroegen hem niet te kiezen voor het staatsnoodrecht waarmee de Eerste en Tweede Kamer tijdelijk buitenspel worden gezet, maar voor reguliere spoedwetgeving.
Op die manier zou Wilders het asielbeleid toch kunnen aanscherpen, zonder dat er een noodsituatie wordt uitgeroepen die volgens juristen van meerdere departementen juridisch onhoudbaar zal blijken.
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
De eerste reactie van Wilders: inbinden? Nooit. ‘Wat zouden kiezers van mij denken als ik bij het eerste zuchtje tegenwind van enkele ambtelijke adviezen de asielnoodwetgeving wegdoe? Nee!’ Of hij een andere keuze van het kabinet zal accepteren? ‘Dat weet ik niet’, klonk het onheilspellend. ‘Dat zullen we zien.’
Plaatsvervangend NSC-leider Nicolien van Vroonhoven had zich toen al diep ingegraven. Kort na Wilders’ dreigende taal herhaalde ze dat haar partij en de NSC-bewindspersonen niet zullen instemmen met de noodwetgeving als er geen ‘dragende motivering’ is. En uit de ambtelijke stukken, die mede dankzij haar naar buiten waren gekomen, blijkt dat die waarschijnlijk niet bestaat.
‘We proberen het via die noodprocedure’, zei Van Vroonhoven. ‘Dat is belangrijk voor de heer Wilders, maar ik heb er een hard hoofd in dat het er komt.’
Het kabinet onder leiding van premier Dick Schoof neemt nog enkele weken de tijd om de knoop door te hakken, maar daarmee is de onvermijdelijke clash alleen maar even uitgesteld. Niks wijst erop dat de NSC-bewindspersonen zullen instemmen met de door PVV-minister Marjolein Faber voorgestelde route.
Ook de VVD heeft weinig fiducie in de juridische houdbaarheid van noodwetgeving, die eind 2022 nog door eigen staatssecretaris van Eric van der Burg van de hand werd gewezen. VVD-leider Dilan Yesilgöz adviseerde het kabinet om alvast op zoek te gaan naar een andere route.
Maar wat doet Wilders als zijn partij straks in de ministerraad aan het kortste eind trekt? Never give in?
Op het eerste gezicht lijken alle ingrediënten voor een kabinetscrisis aanwezig. Tussen PVV en NSC heerst openlijk wantrouwen, de onervaren minister Faber ligt op ramkoers door te stellen dat er geen juridische bezwaren zijn en de even onervaren premier Schoof wekt niet de indruk genoeg gezag te hebben om de explosieve situatie te ontmantelen.
Uiteindelijk zal veel afhangen van Wilders, de leider van de grootste partij. Het uitroepen van de noodsituatie is grotendeels symboolpolitiek, maar vormt wel een essentieel onderdeel van zijn strategie om de asielinstroom in te perken. De hele wereld moet de boodschap meekrijgen dat Nederland niet meer in staat of bereid is om vluchtelingen ruimhartig op te vangen.
De afschrikwekkende retoriek en symboliek zijn des te belangrijker voor Wilders, omdat het kabinet-Schoof heeft afgesproken op asielgebied volledig binnen de Europese asielrichtlijnen te opereren. Het materiële verschil met het beleid van andere Europese landen blijft daardoor beperkt.
Door de patstelling rond de inzet van noodrecht hangt er weer een crisissfeer in Den Haag, maar die maskeert dat er ook krachten zijn die de coalitie bij elkaar houden. NSC wil via dit kabinet nog steeds een belangrijk deel van de eigen agenda op het gebied van bestuurlijke vernieuwing en bestaanszekerheid verwezenlijken. Bij een voortijdige val staat het voorbestaan van Omtzigts partij op het spel. Ook VVD en BBB hebben weinig te winnen bij nieuwe verkiezingen.
Wilders heeft volgens ingewijden zijn buik vol van NSC, maar publiekelijk houdt hij zich nog in. Ondanks florerende peilingen zitten er ook voor hem nadelen aan een breuk. Onderzoeksbureau Ipsos I&O toonde afgelopen week aan dat bijna 80 procent van de PVV-kiezers vertrouwen heeft in dit kabinet. Onder de praktisch opgeleiden is het vertrouwen in de politiek en overheid gestegen.
Alles wijst erop dat PVV-stemmers niet zitten te wachten op nieuwe verkiezingen. Een veel logischere coalitie voor Wilders’ partij tekent zich ook niet af in de peilingen.
De afgelopen anderhalf jaar heeft bewezen dat Wilders al lang niet meer leeft naar Churchills stelregel. In de campagne gaf hij veel oude principes op en in de kabinetsformatie is hij daarmee doorgegaan; de kiezers hebben hem beloond, niet afgestraft. Zolang Wilders zich kan presenteren als de man die het hardst vecht voor een streng asielbeleid, lijkt zijn achterban hem het vertrouwen te gunnen, zelfs als hij lang niet alles voor elkaar krijgt.
Het is de vraag of daar iets aan verandert als er straks mogelijk spoedwetgeving komt in plaats van noodwetgeving. Premier Schoof lijkt er in elk geval van overtuigd dat ook Wilders nog genoeg te winnen heeft bij dit kabinet. Op de vraag of er een crisis dreigde, luidde zijn antwoord: ‘Absoluut niet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant