Home

Berlijn in crisisberaad met noodlijdende autobouwers: kan Duitsland wel zonder Volkswagen?

De Duitse auto-industrie heeft het moeilijk, en dat is slecht nieuws voor het land. De regering belegt daarom maandag een crisisberaad met de grootste spelers uit de sector. Alles draait om de vraag: blijft Duitsland wel drijven zonder ‘Das Auto’?

Ook ministers lezen kranten en bladen. De Duitse minister van Economische Zaken, Robert Habeck, zal zich een hoedje zijn geschrokken van het nieuws dat Volkswagen van plan is om dertigduizend werknemers te ontslaan. Dat komt neer op een op de vier van de personeelsleden van de autofabrikant in Duitsland.

Volkswagen had al aangekondigd dat het veel arbeidsplaatsen wilde schrappen. Maar het cijfer waarmee Manager Magazin donderdag op de proppen kwam, op basis van bronnen binnen het bedrijf, overtreft de somberste scenario’s.

‘Krankjorum’

Volkswagen zwijgt over de claim van het zakenblad. De VW-ondernemingsraad deed de bewering af als ‘krankjorum’. Niettemin heeft Habeck de Duitse auto-industrie bijeengeroepen voor een crisisberaad, aanstaande maandag. In één adem zei hij niet uit te sluiten dat de overheid de portemonnee trekt voor Volkswagen, gezien ‘de aanzienlijke betekenis van het bedrijf voor Duitsland’.

De vraag is: hoe aanzienlijk is die? En hoe groot is de bijdrage van de volledige auto-industrie aan de economie van Duitsland, het land waar Carl Benz in 1885 ’s werelds eerste auto met verbrandingsmotor uitvond?

Met 130 duizend werknemers is Volkswagen de op vijf na grootste werkgever van het land, buiten de overheid gerekend. De bulk van de werknemers bevindt zich bij de buitenlandse vestigingen: meer dan 530 duizend. Naar omzet gemeten is de automaker de grootste Duitse onderneming, met een omzet van ruim 322 miljard euro vorig jaar.

Lelijke kuch

Een Volkswagen in een kleiner jasje kan de economie misschien nog wel lijden, en dat is in het verleden ook wel eens gebeurd. Maar het concern uit Wolfsburg is niet de enige Duitse autobouwer die met een lelijke kuch kampt.

Concurrent Mercedes liet vrijdag weten dat zijn winstverwachtingen het raam uit waren gevlogen, voor de tweede keer in minder dan twee maanden. De winstmarge komt nu uit op 7,5 tot 8,5 procent, in plaats van de 10 tot 11 procent die het bedrijf eerder voorzag.

Tien dagen geleden waarschuwde BMW de beleggers ook al voor magere tijden. Porsche voorzag in juli een daling van de omzet vanwege een gebrek aan aluminiumonderdelen. Ford werkt aan de sluiting van een fabriek in Saarland, met duizenden werklozen als gevolg.

Ook de toeleveranciers van de auto-industrie happen naar adem. ZF Friedrichshafen, de nummer drie van de wereld, liet twee maanden geleden weten dat het voor ‘duizenden’ geen werk meer heeft. De ondernemingsraad vreest dat tot 2030 een op de vijf banen verdwijnt. Duizenden banen staan er ook op de tocht bij branchegenoten Robert Bosch en Continental.

Vijf miljoen werknemers

Er waait kortom een gure wind door de Duitse auto-industrie, en dat is zorgelijk voor de regering in Berlijn. De sector is de op een na grootste van het land, goed voor een totale omzet vorig jaar van 564 miljard euro. Al jaren zijn de autobouwers en hun toeleveranciers goed voor zo’n 5 procent van het bruto binnenlands product van Duitsland, en voor zo’n 7 procent van die van Europa.

Zo’n 800 duizend Duitsers danken het dak boven hun hoofd direct aan Volkswagen en zijn concurrenten. Breder gezien hangt het lot van ruim vijf miljoen Duitse werkenden samen met het wel en wee van de opvolgers van Carl Benz. Dat is een op de negen arbeidsplaatsen. In Wolfsburg is bijna de helft van alle werkenden aangewezen op de auto-industrie.

Een krimpende automobiele sector zou ook elders gevolgen hebben, zoals voor universiteiten en onderzoeksinstituten. In 2022 werd elke derde euro die het bedrijfsleven besteedde aan onderzoek en ontwikkeling, uitgegeven door de autobouwers: 28 miljard in totaal.

Hoge omzet

Opmerkelijk genoeg lijkt de branche volgens sommige statistieken niks om over te klagen te hebben. De omzet steeg van 361 miljard euro in 2013 naar 564 miljard vorig jaar. Maar dat cijfer is niet zaligmakend: het is de winst die het verschil maakt, en daar schort het aan. In de eerste zes maanden van dit jaar boekten de grote drie – Volkswagen, BMW en Mercedes-Benz – gezamenlijk een plus van net geen 26 miljard. Dat is 18 procent lager dan een jaar terug, aldus de accountants van EY. Die trend van krimpende marges is al een poos aan de gang.

Over de plagen die de Duitse auto-industrie teisteren zijn al vele boeken volgeschreven. De moordende concurrentie uit vooral China, de moeizame overgang naar de elektrische auto en de coronapandemie hebben de perfecte storm veroorzaakt.

Elke denkbare oplossing vergt een lange adem. Vandaar dat de fabrikanten nu kiezen voor het terugdringen van de kosten. Minder namen op de loonlijst biedt snel wat soelaas.

Psychologische dreun

Het is ook niet zo dat de volledige industrietak op het punt van omvallen staat: de sector ondergaat een pijnlijke transformatie, maar Volkswagen en de anderen blijven nog wel even auto’s bouwen. De duizenden Duitsers die hun baan verliezen belanden niet allemaal achter de geraniums: net als in Nederland is er een schreeuwend tekort aan vakmensen.

Psychologisch gezien is de crisis van ‘Das Auto’ wel een dreun, en electoraal ook. De automobiele tegenwind is nog een kopzorg van de regering van bondskanselier Olaf Scholz, die al worstelt met een economie die zich in een ‘milde’ recessie bevindt.

Minister Habeck temperde overigens vrijdag al de verwachtingen als het gaat om steun uit Berlijn. ‘Het grootste deel van alle uitdagingen zal Volkswagen toch zelf moeten oplossen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next