Home

Schadelijke stoffen? Dat bepaalt de tankreiniging zelf wel

Duizenden liters pure chemicaliën mogen dagelijks in het riool worden geloosd door tankreinigers, bedrijven die tankwagens met chemische producten reinigen. Tankreinigers hebben tientallen zeer schadelijke stoffen, die nauwelijks uit water te zuiveren zijn, als ‘minst schadelijk’ aangemerkt. Dankzij deze indeling mogen ze de chemicaliën volgens de vergunning met tientallen tot honderden liters per tankwagen via een simpele afvalwaterzuivering lozen op het riool, waarna ze in de Maas, de Rijn en andere oppervlaktewateren terechtkomen waaruit drinkwater wordt gewonnen.

Dit blijkt uit onderzoek van NRC en De Limburger. Ruim vijftig chemicaliën die deze bedrijven als ‘minst schadelijk’ hebben ingedeeld, zijn zo gevaarlijk voor mens en natuur dat ze volgens de wet zoveel mogelijk uit het milieu moeten worden geweerd.

De branchevereniging van tankreinigers ATCN verdeelt de honderden verschillende chemicaliën die achterblijven in tanks in vier categorieën, van minst schadelijk tot zeer schadelijk. Deze ‘stoffenbank’ is de ruggengraat van vrijwel elke vergunning voor tankreinigers. Ze is niet openbaar en volgens de branchevereniging ook „niet voor journalistieke doeleinden toegankelijk”. Gemeenten, provincies en omgevingsdiensten die de vergunningen voor tankreinigers afgeven varen op deze ‘stoffenbank’ voor wat betreft het inschatten van risico’s van stoffen.

De indeling van stoffen wordt volgens de website van de stoffenbank gevalideerd door onder meer Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen. De Unie van Waterschappen zegt echter in een reactie dat ze al sinds 2015 of 2016 „geen rol” meer heeft in de validatiecommissie. Rijkswaterstaat heeft al „minimaal zes jaar geen enkele betrokkenheid” bij de stoffenbank, laat een woordvoerder weten.

Branchevereniging ATCN weigert ondanks herhaald aandringen vragen te beantwoorden, omdat „sprake is van een grote mate van vooringenomenheid” bij de journalisten, aldus het bestuur. Op de vraag waar die vooringenomenheid uit blijkt, geeft de vereniging geen antwoord.

Blinde vlek

NRC en De Limburger vroegen daarom de vergunningen op van 21 tankreinigers, omdat in die vergunningen de indeling van stoffen terug te vinden is. Dit kostte maanden tijd en veelvuldig aandringen – hoewel vergunningen openbaar heten te zijn, bleken sommige zoek of waren ze alleen in een papieren archief te vinden.

Uit de vergunningen blijkt dat ruim 160 schadelijke chemicaliën door de branchevereniging of door bedrijven zelf als ‘minst schadelijk’ zijn ingedeeld. Chemicaliën als het kankerverwekkende benzeen, dat volgens de wet zoveel mogelijk uit het milieu moeten worden geweerd, is door de branchevereniging ingedeeld als ‘minst schadelijk’. Het vermoedelijk kankerverwekkende melamine, dat mogelijk ook hormoonverstorend is, werd ook als ‘minst schadelijk’ ingedeeld.

Een tankwagen met resten chemicaliën wordt schoongespoeld met water.

Water met chemicaliën loopt naar de afvalwaterzuivering van de tankreiniger. Verschillende chemicaliën kunnen daar niet gezuiverd worden. Die stoffen stromen door naar het riool.

Vervolgens gaat het water met de chemicaliën naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Ook daar lopen verschillende chemicaliën doorheen. Dan wordt het water geloosd op de Maas.

In de Maas zijn innamepunten waar drinkwater wordt gewonnen.

Meerdere stoffen die tankreiningsbedrijven langs de Maas mogen lozen, zoals melamine en het vermoedelijk kankerverwekkende tetrahydrofuraan, zorgden afgelopen jaar voor overschrijdingen van internationaal vastgestelde streefwaarden bij drinkwaterinnamepunten.

„We wisten niet hoe die stoffen in de Maas terechtkwamen en hadden tankreinigingsbedrijven niet op de radar”, reageert Maarten van der Ploeg, directeur van RIWA-Maas, de vereniging van drinkwaterbedrijven aan de Maas. „Nu blijkt dat dit een enorme blinde vlek was. „Deze stoffen zijn zó schadelijk, die wil je niet in het water hebben. Het kan echt niet dat dit zo is vergund.”

Deze stoffen „wandelen gewoon door de waterzuivering heen”, zegt milieuecoloog Annemarie van Wezel, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Ze maakt zich ernstige zorgen over de hoeveelheden chemische stoffen die tankreinigers kunnen lozen. „Wij maken ons als ecologen druk om concentraties van enkele nanogrammen per liter. Hier gaat het om honderden liters pure chemische stof die mogen worden geloosd. De effecten op de waterkwaliteit kunnen enorm zijn, ik schrik hiervan.”

Ook volgens Roberta Hofman, specialist waterzuivering bij onderzoeksinstituut KWR, is het onterecht om de stoffen als ‘minst schadelijk’ in te delen. „Tientallen van deze stoffen zijn nauwelijks te zuiveren in een biologische waterzuivering en komen dus direct in het oppervlaktewater terecht.” Bovendien is een waterzuivering bij tankreinigingsbedrijven moeilijk af te stellen, omdat er zoveel verschillende typen stoffen doorheen gaan, zegt Hofman. „Ik begrijp niet hoe vergunningverleners dit zo kunnen toestaan.”

Benzeen komt voor in ruwe aardolie en wordt gebruikt om chemicaliën te maken zoals plastics, harsen en nylon.

Bisfenol A wordt gebruikt voor de productie van verf en plastics, onder meer voor bouwmaterialen, elektronica en voedselverpakkingen.

Melamine is een brandvertrager en wordt toegepast in servies, verf, plastic en papier.

Formaldehyde wordt gebruikt in bestrijdingsmiddelen, lijm, verf en coatings.

Meer dan tien jaar oud

Gemeenten en provincies, die de vergunningen afgeven, varen op informatie van bedrijven zelf voor wat betreft het inschatten van risico’s van stoffen.

Omgevingsdienst DCMR, actief in de Rijnmond, zegt ervan uit te gaan dat de stoffenbank een „goed handvat” biedt voor het indelen van stoffen. „In het algemeen gaan wij ervan uit dat de stoffenindeling voldoende is onderbouwd.” Ook de gemeente Venlo zegt uit te gaan van een „juiste/correcte typering” in de stoffenbank.

Rijkswaterstaat laat echter weten dat de stoffenbank tot stand is gebracht „op basis van de kennis van circa twintig jaar terug”. „Inmiddels zijn er diverse beleidswijzigingen geweest” en „is de kennis over de meest bezwaarlijke stoffen enorm toegenomen”. Volgens DCMR is de systematiek van de stoffenbank in 2020 geactualiseerd, maar hoogleraar Van Wezel en onderzoeker Hofman noemen die systematiek nog altijd „niet adequaat”.

De helft van de vergunningen die NRC onderzocht, is meer dan tien jaar oud, terwijl watervergunningen voor schadelijke stoffen volgens de wet „regelmatig” geactualiseerd moeten worden. Één vergunning dateert zelfs uit de vorige eeuw.

Omgevingsdiensten hebben bovendien slecht zicht op welke stoffen precies worden geloosd. De omgevingsdiensten in Limburg, die van groot belang zijn voor de waterkwaliteit in de Maas, namen de afgelopen vijf jaar slechts één keer zelf een watermonster om te controleren of het bedrijf zich aan de vergunning hield, zeggen zij in antwoord op vragen van NRC. Zij hebben tankreinigingsbedrijven in de afgelopen vijf jaar nooit gestraft voor verboden lozingen.

In andere delen van het land, waar omgevingsdiensten wel zelf watermonsters nemen, worden regelmatig overtredingen vastgesteld. Zo kreeg Cotac in Rotterdam in 2023 een last onder dwangsom omdat het te veel halogeenverbindingen loosde – dit zijn stoffen die moeilijk afbreekbaar en vaak giftig zijn. Technoport in Moerdijk kreeg in 2020 een last onder dwangsom om dezelfde reden. In 2021 kreeg het nóg een last onder dwangsom omdat het negen keer meer fenolen loosde dan toegestaan. Het bedrijf moest dwangsommen van in totaal 10.000 euro betalen, maar weigerde. De gemeente wist slechts de helft – 5.000 euro – in te vorderen.

Terwijl tankreinigingsbedrijven honderden verschillende soorten stoffen en mengsels mogen reinigen, controleren omgevingsdiensten slechts op vijf tot tien van die stofgroepen, zoals zware metalen, fenolen en halogenen. „Dat zijn stoffen waar we ons twintig jaar geleden zorgen over maakten”, zegt directeur Van der Ploeg van RIWA-Maas. Op de stoffen die nu het meeste risico vormen voor het drinkwater, controleren omgevingsdiensten vrijwel niet.

Bij tankreinigingsbedrijf Service Center Weert blijkt bij een controle van de omgevingsdienst in 2017 zelfs dat in de vergunning helemaal geen voorschriften zijn opgenomen voor lozing van afvalwater. De vergunning is daarna aangepast, maar ook in de huidige vergunning staat niets over welke stoffen het bedrijf wel en niet mag reinigen. De gemeente zegt in een reactie dat ze niet kan controleren of er te veel wordt geloosd, omdat in de vergunning niet is uitgewerkt hoeveel het bedrijf mág lozen.

In 2027 moeten Europese wateren schoon en ecologisch gezond zijn, schrijft een Europese richtlijn uit 2000 voor. Op dit moment voldoet 96 procent van de Nederlandse wateren niet aan die norm. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) noemde het Nederlandse waterbeleid in 2023 in zijn jongste advies over dit onderwerp „te vrijblijvend” en waarschuwde dat „tal van activiteiten in Nederland noodgedwongen stil komen te liggen” als Nederland de doelen niet haalt, zoals eerder met stikstof gebeurde.

Het kabinet wil dat omgevingsdiensten vergunningen gaan herzien om te zorgen dat er strengere lozingseisen voor bedrijven komen. Maar een aantal omgevingsdiensten, die door gemeenten worden betaald, heeft hiervoor geen financiering beschikbaar omdat gemeenten het geen prioriteit geven, bleek uit een overheidspublicatie over het toezicht door omgevingsdiensten uit maart dit jaar. Omgevingsdiensten zijn „te gering van omvang om voldoende kwaliteit en capaciteit op te brengen”, stond in datzelfde rapport.

Reageren? Onderzoek@nrc.nl

Over dit onderzoek

Voor dit onderzoek vroeg NRC bij gemeenten, provincies en omgevingsdiensten de vergunningen op van 21 tankreinigingsbedrijven in het stroomgebied van de Maas. We kozen voor een focus op de Maas, omdat die belangrijk is voor de drinkwaterwinning.

NRC kreeg twintig vergunningen toegestuurd, vaak na weken of zelfs maanden wachten. Daarnaast bekeken we de zes stoffen in de ATCN stoffenbank waarvan de indeling publiek toegankelijk is gemaakt.

Vervolgens zochten we een tool van het RIVM de PMT-score van de stoffen op, een graad voor de schadelijkheid van stoffen voor het water op basis van modellen. Eveneens bekeken we of de stof een zogenaamde Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS) is.

Ook onderzochten we voor welke stoffen in 2023 de streefwaarden bij de drinkwaterinnamepunten in de Maas werden overschreden.

We onderzochten eveneens hoe goed de stoffen afbreekbaar zijn in een microbiologische afvalwaterzuivering. Hiervoor hebben we in EPI Suite, een databank van de Amerikaanse milieuautoriteit EPA, de zogenaamde BioWin3-score opgezocht. Dit is een gemodelleerde score voor de mate waarin een stof afbreekbaar is in een microbiologische zuivering.

NRC publiceert de vergunningen die voor dit onderzoek zijn geraadpleegd, omdat milieuvergunningen volgens de wet openbaar heten te zijn, maar in de praktijk erg moeilijk te vinden bleken. NRC verwacht door het publiceren van de vergunningen bij te dragen aan transparantie over de lozingen en de effecten op het milieu.

Reacties

Volgens de gemeente Maastricht was op het moment dat de vergunningen aan Arnold Maassen en Cleaning Limpens werden verstrekt nog niet van alle stoffen bekend hoe schadelijk ze zijn. De komende tijd krijgt de Omgevingsdienst Zuid-Limburg „meer middelen” om de problematiek rond ‘zeer zorgwekkende stoffen’ aan te pakken en momenteel „wordt gewerkt aan het opbouwen van kennis op dit onderwerp.” „Als de benodigde kennis aanwezig is zal naar de vigerende vergunningen gekeken worden.” Verdere aanscherping van voorschriften ter beperking van mogelijke emissies naar afvalwater ligt dan voor de hand, aldus een woordvoerder. De gemeente laat weten dat Cleaning Limpens in 2024 zal worden gecontroleerd op waterlozingen. „Bezien zal worden of de actuele milieuvergunning wordt herzien.”

De gemeente Venlo is bij de vergunningverlening aan Claessen Tankcleaning „uitgegaan van een juiste/correcte typering” van stoffen in de ATCN-Stoffenbank. De gemeente ontkent dat de vergunning onjuist zou zijn, en benadrukt dat bedrijven ook na het ontvangen van een vergunning continu moeten streven naar het verminderen van emissies. „Dit kan ertoe leiden dat wij op basis van nieuwe inzichten aanvullende voorschriften verbinden aan een reeds verleende vergunning en het bedrijf maatregelen moet treffen.”

De provincie Noord-Brabant laat weten dat de vergunning van Stolthaven „gezien de leeftijd” mogelijk „niet meer op alle onderdelen actueel is.” De provincie werkt op dit moment aan een actualisatie van de voorschriften, waaronder die voor afvalwater.

Omgevingsdienst DCMR, die namens de provincie Zuid-Holland vergunningen verstrekt aan bedrijven in de Rijnmond, laat weten dat het voor de vergunningen voor tankreinigingsbedrijven de ‘stoffenbank’ van de ATCN raadpleegt en hiervoor contributie betaalt. De omgevingsdienst wijst er verder op dat bedrijven die ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ lozen verplicht zijn om elke vijf jaar een vermijdings- en reductieprogramma op te stellen.

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid schrijft in een reactie dat de vergunning voor OT Holding juist is. „Wij werken bewust met de ATCN-stoffenlijst, deze blijft zich updaten.” De omgevingsdienst betaalt contributie voor de stoffenbank en benadrukt dat de indeling van stoffen wordt gevalideerd door Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen. De omgevingsdienst wist niet dat deze organisaties al zeker vijf jaar niet meer betrokken zijn bij de stoffenbank.

De gemeente Moerdijk laat weten dat in de vergunningen voor GCA (Gentenaar Cleaning) en Technoport een verbod is opgenomen op het lozen van zogenaamde ‘zeer zorgwekkende stoffen’.

Tekst: Karlijn Kuijpers en Sjors van BeekGraphics: Pepijn Barnard, Tim Tensen en Erik van GamerenEindredactie: Hans WammesVormgeving: Sanne van Griensven

Source: NRC

Previous

Next