Home

Nieuwe tegenvaller voor kabinet kan 2 miljard euro per jaar gaan kosten: weer uitstel vermogensbelasting

De Belastingdienst is niet in staat om per 2027 een vermogensheffing in te voeren die het werkelijk rendement belast, zoals het vorige kabinet wilde. Elk jaar uitstel kan de schatkist ongeveer 2 miljard euro kosten.

Dit blijkt uit interne notities van het ministerie van Financiën waar het FD vrijdag als eerste over berichtte. De notities zijn gericht aan NSC-staatssecretaris Folkert Idsinga van Fiscale Zaken, die deze stukken op Prinsjesdag als bijlagen bij een Kamerbrief publiceerde.

In de nota’s melden Idsinga’s ambtenaren hem zonder omwegen dat invoering van de box 3-belasting op werkelijk rendement ‘in de huidige vorm’ niet mogelijk is in 2027. Dat komt doordat de Hoge Raad in juni, zoals gevreesd, ook de ‘reparatiewetgeving’ van Idsinga’s voorganger Marnix van Rij afkeurde. De Belastingdienst moet door die juni-arresten veel extra werk verzetten om vermogende Nederlanders met beleggingen, te compenseren.

Over de auteur
Yvonne Hofs is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën, economische zaken en landbouw, natuur en visserij.

Van Rij had de Tweede Kamer voor zijn aftreden al gewaarschuwd dat 2027 als ingangsjaar alleen haalbaar zou zijn als de Hoge Raad in zijn vervolgarresten niet opnieuw een massale herziening van belastingaanslagen zou gelasten. Dat deed het hoge rechtscollege echter wel. De Belastingdienst heeft niet genoeg ict-medewerkers om de gevolgen van de arresten op te vangen én de belastingwijziging voor te bereiden.

Opmerkelijk genoeg rept Idsinga in zijn brief aan de Tweede Kamer met geen woord over het nieuwe uitstel, en ook niet over de mogelijke financiële tegenvaller van circa 2 miljard euro die dat in 2027 (dus nog in deze kabinetsperiode) veroorzaakt. Uit de begeleidende nota’s blijkt dat Idsinga zijn ambtenaren heeft gevraagd een ‘Plan B’ te bedenken, zodat hij het uitstel en de potentiële miljardentegenvaller op Prinsjesdag nog niet zou hoeven melden.

Idsinga, een voormalig VVD-Kamerlid, breekt in dit opzicht met het beleid van Van Rij. De CDA’er rapporteerde elke tegenvaller zo snel en volledig mogelijk aan de Tweede Kamer.

NSC-beginselen

Dat Idsinga het parlement in zijn Kamerbrief niet volledig informeert, staat op gespannen voet met de beginselen van zijn partij NSC. Partijleider Pieter Omtzigt was altijd uiterst kritisch op het achterhouden van gevoelige informatie door de kabinetten-Rutte. Met zijn nieuwe partij wil hij onder het vaandel ‘goed bestuur’ juist een einde maken aan de (bewust) gebrekkige informatieverstrekking aan de Tweede Kamer.

De box 3-belasting op het werkelijk vermogensrendement zou oorspronkelijk in 2025 worden ingevoerd. Dat wordt nu dus minstens drie jaar later. De nieuwe vermogensbelasting vervangt de oude vermogensrendementsheffing die alle vormen van vermogen volgens hetzelfde tarief belastte en die eind 2021 door de Hoge Raad onwettig werd verklaard.

Spaarders hadden de vermogensrendementsheffing bij de rechter aangevochten, omdat zij het oneerlijk vonden dat de Belastingdienst hun hetzelfde tarief in rekening bracht als beleggers, terwijl de spaarrente op dat moment vrijwel 0 procent was.

Overbrugging

Sindsdien is er een overbruggingsregeling van kracht, waarbij spaarders een lager belastingtarief betalen dan beleggers. Maar in zijn juni-arresten wees de Hoge Raad ook deze tussenoplossing af, omdat in de overbruggingsregeling alle beleggers over een kam worden geschoren. Ook dat mag niet van de rechters, omdat de ene belegger een veel hoger rendement maakt dan de andere (sommige beleggers lijden over een belastingjaar zelfs verlies).

Idsinga moet nu dus weer wat anders bedenken tot de invoering van de ‘werkelijk rendementsbelasting’, die dus op zijn vroegst in 2028 kan plaatsvinden. De nota’s die zijn Kamerbrief van dinsdag begeleiden maken duidelijk dat hij het door Van Rij voorbereide wetsvoorstel mogelijk wil aanpassen, omdat een vermogensbelasting op werkelijk rendement ontzettend complex is in de uitvoering.

Een van de door ambtenaren geopperde alternatieven is om vermogende belastingplichtigen jaarlijks zelf hun werkelijk rendement te laten opgeven, via een speciaal belastingformulier. Het ministerie onderzoekt deze variant momenteel zowel als tijdelijk alternatief voor het wetsvoorstel van Van Rij, maar dus ook als mogelijke permanente oplossing.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next