Home

Cartoonist Stefan Verwey (1946–2024), gespecialiseerd in de tragisch-komische kanten van het boekenvak

Stefan Verwey, wiens cartoons van tobbende figuurtjes 47 jaar in de Volkskrant te vinden waren, is gisteren overleden. Hij is 78 jaar geworden.

Nog maar net 20 jaar is Stefan Verwey als hij zijn eerste cartoons publiceert. Dat gebeurt in 1966 in de Katholieke Illustratie, het dan nog veelgelezen weekblad voor het roomse gezin, dat in de progressieve jaren zestig wel brood ziet in een strip die het ‘rijke roomsche leven’ met milde spot beziet.

Verwey debuteert met Broeder Gosewijn, goedmoedige beeldgrappen die zijn geïnspireerd door herinneringen aan de fraters op zijn kostschool in Oss. De stijl ontleent hij aan de puntige cartoons in Paris Match, het Franse weekblad dat zijn ouders thuis in Nijmegen lezen. Broeder Gosewijn slaat aan, de strip verschijnt ook in België, Italië en Zuid-Afrika en later in het jeugdblad Okki.

Pas echt bekend wordt Verwey dankzij de transfer – nog tijdens zijn opleiding aan de kunstacademie in Arnhem – naar de Volkskrant, waar hij in 1974 begint in de rubriek Dag in Dag uit. Woordloos zijn de cartoons dan nog steeds, maar de humor staat inmiddels in het teken van het linksistische engagement. Verwey tekent wrange grappen over gifbelten, atoombommen, militaire junta’s, geestdodende flatwijken en gewetenloze grootindustriëlen – vertrouwde thema’s voor de ‘kritiese’ krantenlezer van toen.

Met de humor veranderen ook de ronde vormen van de brave Gosewijn. Ze maken plaats voor hoekige mannetjes en vrouwtjes met puntkinnen en effen gezichten, in tableaus waarin uitbuiters en bekommerde burgers tegenover elkaar staan. De scherpe lijnen getuigen van Verweys bewondering voor zijn oudere collega Harry Lammertink alias Yrrah, die in Vrij Nederland uitblinkt in sardonische grappen over galgen en terechtstellingen.

In 1982 werkt Verwey mee aan Tekenend voor Amnesty, een verzameling politieke cartoons voor Amnesty International, samen collega’s als Opland, Peter van Straaten en Jos Collignon. In Verweys bijdrage zien we een beul die zich met zijn martelrapport meldt bij het Guinness Book of World Records.

Bij uitgeverij De Harmonie verschijnt in 1978 Niks aan de hand, een keuze uit Verweys Volkskrant-cartoons. Er zullen nog vele bloemlezingen volgen (in Waar zit de pijn precies bundelt hij grappen in en om het ziekbed) en met opdrachten voor De Gelderlander, VPRO Gids en HP/De Tijd verruimt hij zijn werkterrein.

Bijna een halve eeuw lang zullen de tobbende figuurtjes van Verwey standhouden in de Volkskrant, waarbij ze een geleidelijke transformatie ondergaan naar meer menselijke vormen. De driehoekige pootjes worden gewone voeten, de lege gezichten gaan emoties vertonen en, het belangrijkste, de personages beginnen te praten.

Dat gebeurt na een periode van ziekte en gedwongen retraite in de jaren tachtig, waarin de kunstenaar zijn huiver voor tekst aflegt, maar ook genoeg krijgt van het nadrukkelijke engagement. In 2005 vertelt hij in de Volkskrant hoe de terugkerende symboliek hem was gaan tegenstaan: ‘Bij het thema vrede waren het altijd weer duiven. Ik heb er tientallen van gemaakt en kon er niet aan ontsnappen.’

De geweerlopen en gifbelten uit het vroege werk maken plaats voor een ruimer arsenaal aan geestigheden (Jan Klaassen in de poppenkast: ‘We gaan er even uit voor de reclame’) en nog weer later begint hij zich te specialiseren in de tragikomische kanten van het literaire bedrijf.

Zijn cartoons over verlaten boekwinkels, signeersessies zonder publiek en dichters met een writer’s block staan vanaf 1995 tussen de boekrecensies in het katern Cicero, dat later opgaat in Sir Edmund en vervolgens in Boeken & Wetenschap. Aanvankelijk denkt Verwey drie jaar vooruit te kunnen, maar het kleine literaire leed blijkt groot genoeg om er nog eens een kwart eeuw mee te vullen, een prestatie die in 2014 wordt bekroond met de bloemlezing Hoe open ik een boek. Ook verdere erkenning blijft niet uit: hij exposeert in de Kunsthal en het Persmuseum en wint tot tweemaal toe de Inktspotprijs.

Na duizenden cartoons neemt de 73-jarige tekenaar op 1 februari 2020 afscheid van de Volkskrant, met een allerlaatste grap in stijl. ‘Eindelijk tijd om te lezen’, laat hij zijn zwart-witte alter ego zeggen, genoeglijk onder de leeslamp tussen goed gevulde boekenkasten, oog in oog met een lege tekentafel.

Stefan Verwey woonde en werkte in Beek-Ubbergen met zijn vrouw Helma. Hij leed al sinds enkele jaren aan Alzheimer.

Een versie van dit stuk werd in 2020 gepubliceerd bij het afscheid van Stefan Verwey van de Volkskrant.

Source: Volkskrant

Previous

Next