Opmerkelijke taferelen in de Belgische eredivisie: voetballers van dezelfde teams spelen er, afhankelijk van hun leeftijd, met verschillende shirts. De competitie legt de sponsoring door gokbedrijven na vijftien jaar eindelijk aan banden. Hoe gaat Nederland hiermee om?
Een vrolijke chaos was het, afgelopen weekend in de Belgische eredivisie. Meerdere spelers van Club Brugge en Anderlecht waren te aanschouwen in andere shirts dan hun teamgenoten. Bij andere clubs liepen alle spelers in dezelfde tenues, terwijl dat juist niet had gemoeten. De aangescherpte regels voor sponsors uit de gokindustrie waren duidelijk nog niet tot alle deelnemers aan de Pro League doorgedrongen.
Tot 1 september mochten minderjarige eredivisiespelers in België al geen shirts meer dragen met een gokbedrijf voorop. De Pro League heeft die regels aangescherpt: alleen spelers van 21 jaar of ouder mogen voortaan nog reclame maken voor de gokindustrie. Daarmee gaat de competitie verder dan de wet, die alleen de deelname aan kansspelen verbiedt zolang iemand geen 21 is.
Over de auteur
Mark Misérus is nieuwsverslaggever van de Volkskrant, met als specialisme onderwijs en sport.
De gevolgen waren afgelopen weekeinde, nadat de competitie twee weken had stilgelegen door de interlandbreak, meteen zichtbaar. Zo traden twee spelers van Club Brugge (de 19-jarigen Joaquin Seys en Chemsdine Talbi) aan met de tekst ‘No Heart, No Glory’ op hun borst en niet met het vertrouwde Unibet. Bij Anderlecht deden Jan-Carlo Simić en Mario Stroeykens (ook beiden 19) mee met een paars shirt zonder bedrukking voorop, terwijl hun teamgenoten reclame maakten voor Napoleon Sports & Casino.
Zeker drie andere clubs (Cercle Brugge, Standard Luik en Dender) hadden dat onderscheid eveneens moeten maken, maar deden dat volgens Het Laatste Nieuws niet. ‘Ik vermoed dat de communicatie vanuit de Pro League nog niet helemaal tot die clubs was doorgedrongen’, zegt Bram Constandt, professor sportmanagement aan de Universiteit Gent. Hij is onder meer gespecialiseerd in goksponsoring van de sport.
Het Belgische voetbal is aan een inhaalslag bezig, nadat gokbedrijven sinds 2010 vrijelijk hebben geprofiteerd van het openstellen van de online gokmarkt. De ‘Gouden Eeuw’ van de kansspelindustrie, een typering van Constandt, loopt daarmee langzaam ten einde.
Vanaf 1 januari 2025 mogen Belgische profclubs geen reclame meer maken voor gokbedrijven op de voorkant van hun shirts. Daarna is het tot 2028 alleen nog toegestaan op de broekjes en achter op de shirts, met uitingen ter grootte van een mobiele telefoon. Niet dat de gokindustrie in de luwte zal verdwijnen, verwacht Constandt. ‘Die zal zich richten op de amateurclubs die het geld net zo goed kunnen gebruiken.’
Nederland legaliseerde de markt voor online kansspelaanbieders pas in oktober 2021, volgens Constandt een van de laatste landen in Europa. De gevolgen waren voor niemand te missen: bushokjes hingen vol met advertenties, er ging geen reclameblok op radio of tv voorbij of er kwam een uitnodiging langs om ergens te gokken. De kansspelindustrie vond in de betaaldvoetbalclubs bovendien een ideaal vehikel om zichzelf aan de man te brengen bij een miljoenenpubliek.
Met de radio- en tv-reclames is het al gedaan en sinds kort mag een programma ook niet meer ‘mede mogelijk worden gemaakt door’ een kansspelaanbieder, aldus de Kansspelautoriteit. Wel hebben vijf eredivisieclubs (Almere City, AZ, Fortuna Sittard, Go Ahead Eagles en PEC Zwolle) en vijf eerstedivisieclubs (ADO, MVV, Telstar, Vitesse en Volendam) dit seizoen een goksite of casino als hoofd- of shirtsponsor. Ook spelers onder de 18 mogen in zo’n shirt rondlopen, omdat Nederland hier geen aparte regels voor kent.
Tot 1 juli 2025 althans, want vanaf dan mogen gokbedrijven de sport niet langer sponsoren. ‘Dan zie je er niets meer van terug in de stadions. Niet meer op de boarding en niet meer op de shirts’, zegt de Kansspelautoriteit.
En dan? Worden ook Nederlandse amateurverenigingen overspoeld met aanlokkelijke aanbiedingen van gokbedrijven, zoals in België volgens Constandt nu al merkbaar is? Voor breedtesportverenigingen is het moeilijk nee zeggen, aldus de professor. ‘Al zal de ene club het uit principe nooit willen en de andere club er vooral een mooie bron van inkomsten in zien.’
Zo vertelde een anonieme Antwerpse amateurclub onlangs in de Gazet van Antwerpen dat een goksponsor op de mouw net zoveel oplevert als een andere geldschieter die (wel) voor op het shirt mag. De wetswijziging heeft de gokindustrie in de armen van het amateurvoetbal gedreven, aldus de club. ‘Als kleine club hoor je ons niet klagen. Maar mist de wetgeving dan zijn effect niet?’
‘Als onderzoeksgroep van de universiteit hebben we de wetgever gewaarschuwd voor zulke mazen in de wet’, zegt Constandt. ‘Er blijft een enorm budget over bij de gokbedrijven als die niet meer zo nadrukkelijk in het profvoetbal mogen investeren. Dat geld zullen ze graag in de amateurclubs steken.’
Nederland kent zo’n (drie jaar lange) overgangsperiode als in België niet. Vanaf 1 juli is het voor gokbedrijven ook gedaan met de shirtsponsoring van amateurclubs. Dat leidt de KNVB tenminste af uit de wet, die bij het verbod de term ‘beroepssporters’ niet specifiek noemt.
Tot die tijd raadt de bond de clubs af om amateurs tot 24 jaar te laten spelen met een goksponsor op hun borst. Gokreclames mogen van de wet namelijk niet gericht zijn op jongvolwassenen. Al is het aan de Kansspelautoriteit of de rechter om te bepalen of een club in strijd met de wet handelt. Daarbij zijn de reclameregels voor bijvoorbeeld alcoholhoudende producten, tabak of seksspeeltjes een stuk duidelijker: die mogen in geen geval op wedstrijdkleding te zien zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant