Om incidenten in de jeugdzorg tegen te gaan is het nodig om de bewijslast om te draaien: kinderen die melding maken van een misstand dienen in principe te worden geloofd, tenzij de instelling het tegendeel kan bewijzen.
De menselijke behoefte om te worden gezien en gehoord is zo sterk dat Jason Bhugwandass, een jongere die zelf had ervaren dat deze behoefte met voeten werd getreden, een rapport opstelde dat ernstige misstanden binnen de gesloten jeugdzorg onthulde.
Zijn rapport Eenzaam gesloten legt pijnlijk bloot hoe de overheid ernstig faalt in haar zorg voor en bescherming van kwetsbare kinderen in gesloten jeugdzorginstellingen. Hoe kunnen jongeren die misstanden en onrecht ervaren gehoor vinden bij de volwassenen die over hen beslissen?
Kwetsbare kinderen met complexe trauma’s hebben vertrouwen, veiligheid en positieve aandacht nodig, alsmede inspraak en mogen meebeslissen over het eigen leven. Daarom doen wij een dringende oproep aan het kabinet-Schoof te investeren in de kwaliteit van de jeugdzorg en de rechtspositie van kinderen en jongeren te verbeteren door inspraak en omkering van de bewijslast.
Over de auteurs
Anouk van Beijsterveldt, Ayla Yayla en Daniela Stojkovic zijn lid van de werkgroep Jeugdrecht van het Nederlandse Juristen Comité voor Mensenrechten (NJCM).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De jeugdzorg kent (nog) de praktijk van Zikos. Dat staat voor Zeer Intensieve Kortdurende Observatie- en Stabilisatieafdeling en maakt deel uit van JeugdzorgPlus. Deze vorm van jeugdzorg is bedoeld voor kinderen en jongeren voor wie lichtere vormen van hulpverlening niet voldoende zijn, omdat zij een risico vormen voor zichzelf of hun omgeving.
Na een gerechtelijke jeugdbeschermingsmaatregel worden zij geplaatst in een gesloten instelling, met als doel gedragsverandering en een veilige terugkeer in de samenleving. In theorie klinkt dit nobel, maar Jasons rapport toont een heel andere realiteit.
Crisisopvang in een repressief klimaat zonder adequate behandeling, leidt niet tot afname van onveiligheid. Zo ervaren jongeren in Zikos-afdelingen verwaarlozing en geweld. Gemiddeld zitten ze bijna 21 uur per dag opgesloten in hun cel, dat is extreme isolatie. In dit repressieve klimaat kunnen en durven jongeren niet hun emoties te uiten of hun mening te geven.
Ondanks de specifieke problemen van deze doelgroep, ontbreekt het de medewerkers vaak aan kennis over psychiatrische ziektebeelden en de juiste behandelmethoden. Medewerkers proberen psychiatrische klachten te onderdrukken met straffen in plaats van aandachtvolle zorg en relationele veiligheid, wat leidt tot verdere schade en trauma’s bij deze toch al getraumatiseerde jongeren. Dit gebrek aan deskundigheid is onaanvaardbaar, vooral gezien de kwetsbaarheid van deze kinderen.
Het personeel moet daarom voldoende opgeleid zijn en beschikken over expertise op het gebied van gedrag, de problematiek van de jongeren, de psychiatrische ziektebeelden en adequate behandelvormen. Zolang deze expertises niet gegarandeerd kunnen worden, mogen jongeren niet in dergelijke instellingen worden geplaatst.
Dit betekent concreet: sluiting van dergelijke instellingen of fors investeren in de opleiding van gekwalificeerde medewerkers en hervormingen van dergelijke instellingen, zolang deze nog deel uitmaken van ons jeugdhulpsysteem. Daarnaast moet er worden geïnvesteerd in de (versnelde) ontwikkeling van alternatieve, kindvriendelijke vormen van opvang, behandeling en verzorging van onder overheidstoezicht geplaatste kinderen.
Naast gebrek aan deskundigheid faalt de gesloten jeugdzorg ook in het oppakken van (terechte) kritiek en feedback van kinderen en jongeren zelf op het systeem van (gesloten) jeugdzorg. Hun kritiek en pogingen tot in- en tegenspraak worden vaak niet als zodanig erkend door jeugdzorgprofessionals en vertegenwoordigers van instellingen.
Een schrijnend voorbeeld hiervan is het 10-jarige Vlaardingse meisje dat, ondanks diverse pogingen het geweld tegen haar te stoppen, geen hulp kreeg en niet beschermd werd tegen haar pleegouders. Jason liet op basis van
51 interviews met ervaringsdeskundigen zien dat verschillende meldingen die aan te merken waren als (medische) verwaarlozing, fysiek geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag, niet werden opgepakt.
De ongelijke machtsverhoudingen maken dat de sector de stem van ervaringsdeskundigen niet kan of wil horen. In mei en juni van dit jaar hebben wij als leden van diverse adviesgroepen aanbevolen te onderzoeken hoe een omkering van de bewijslast in de jeugdzorg en -bescherming kan worden vormgegeven.
Wij stelden voor dat kinderen en jongeren die melding maken van misstanden in principe geloofd dienen te worden, tenzij het tegendeel bewezen kan worden door de instelling zelf.
Inmiddels zijn er afspraken gemaakt tussen het Rijk, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Jeugdzorg Nederland over versnelde afbouw van de gesloten jeugdzorg. Dit terwijl de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in februari dit jaar nog haar bezorgdheid had geuit over de afbouw van locaties voor gesloten jeugdzorg zonder dat hiervoor voldoende alternatieven waren gerealiseerd.
Volgens Peer van der Helm, lector residentiële jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden, zijn deze afspraken echter een oplossing voor geldnood in het systeem en niet om de problemen daadwerkelijk op te lossen. Zo gaat het weer óver jongeren, maar zitten zij niet aan tafel en wordt er met dit plan dus weer óver hen besloten.
Al in 2004 was er draagvlak om meer behandelaanbod voor deze doelgroep te ontwikkelen, maar dat is nooit van de grond gekomen, zoals blijkt uit de oratie van Jolande uit Beijerse, hoogleraar justitiële jeugdinterventies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
De urgentie voor het ontwikkelen van behandelaanbod is weer actueel sinds het rapport van Jason Bhugwandass. Zijn bevindingen roepen op tot onmiddellijke actie. Er moet een duidelijke focus zijn op de naleving van kinderrechten binnen de jeugdzorg. Volgens het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) moet de overheid waarborgen dat instellingen die verantwoordelijk zijn voor de zorg van kinderen voldoen aan vastgestelde normen voor veiligheid en gezondheid van deze kinderen, en voor de geschiktheid van het personeel.
Instellingen die hier niet aan voldoen, moeten worden gesloten of grondig hervormd, nadat jongeren daarover gehoord zijn in lijn met artikel 12 van het IVRK. Volgens dit artikel is het meebeslissen en de regie hebben over het eigen leven de meest wenselijke vorm van participatie. Ook kinderen in gesloten jeugdzorg hebben dit recht.
Wij stellen verder (opnieuw) voor de bewijslast in jeugdzorg en jeugdbeschermingszaken om te draaien. Wanneer kinderen en jongeren melding maken van misstanden, moeten zij geloofd worden, tenzij instellingen het tegendeel kunnen bewijzen. Te vaak en te snel wordt fundamentele tegenspraak en kritiek afgedaan als een incident door de sector, de betreffende instellingen of door (vertegenwoordigers van) jeugdzorgprofessionals.
Het rapport van Jason en de casus van het Vlaardingse meisje tonen juist aan dat een melding juist gezien moet worden als een signaal van een groter probleem. Met het omdraaien van de bewijslast wordt voorkomen dat meldingen worden afgedaan als incidenten, en zullen problemen die door jongeren worden aangekaart serieus worden onderzocht.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant