De inzet van het staatsnoodrecht om officieel een asielcrisis uit te kunnen roepen, plaatst het piepjonge kabinet-Schoof onder hoogspanning. Negatieve ambtelijke adviezen zetten NSC voor het blok, terwijl de PVV van geen wijken wil weten.
De Algemene Politieke Beschouwingen eindigden in de nacht van donderdag op vrijdag in een patstelling binnen de regeringscoalitie. ‘Denkt u nou echt dat ik dit opgeef bij het eerste zuchtje tegenwind, vanwege een aantal ambtelijke adviezen?’, zei PVV-leider Wilders in de Tweede Kamer.
Intussen was wel duidelijk dat het NSC-smaldeel in de komende weken nog onder zware druk komt te staan om juist wel af te wijken van de afspraak uit het hoofdlijnenakkoord, nu duidelijk is dat juristen op alle betrokken departementen waarschuwen dat er geen noodsituatie is die de noodgreep rechtvaardigt.
Over de auteur
Raoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
Pieter Omtzigts partij ziet het toezicht op ordentelijk, transparant en staatsrechtelijk overheidsoptreden als een van haar voornaamste bestaansredenen. De partij wordt nu geconfronteerd met PVV-minister Faber van Asiel en Migratie, die deze zomer van vele kanten het advies kreeg om de Vreemdelingenwet niet geforceerd via het noodrecht open te breken, omdat daarvoor de vereiste ‘buitengewone omstandigheden’ ontbreken. Dat bleek donderdag uit stukken die het kabinet vrijgaf nadat de Tweede Kamer ze had opgeëist. Faber wil toch doorzetten.
Fabers eigen ambtenaren waren nog relatief mild in hun advies. Zij waarschuwden dat ‘het twijfelachtig is dat thans sprake is van buitengewone omstandigheden’. Ambtenaren van minister Uitermark van Binnenlandse Zaken (NSC) waren scherper. Zij wezen er medio augustus op dat onvoldoende motivering kan bijdragen aan ‘de politisering van het staatsnoodrecht, wat vanuit een rechtsstatelijk oogpunt onwenselijk is’. Ze adviseren: ‘Het is cruciaal om helder uit te leggen wat de huidige situatie plotseling zo nijpend maakt en voor welke periode toepassing van de noodbevoegdheden nodig wordt geacht.’
De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van Binnenlandse Zaken deed er nog een schepje bovenop: ‘Er is geen sprake van een noodsituatie die de activering van artikel 110 en artikel 11 Vreemdelingenwet rechtvaardigt. Inwerkingstelling daarvan zou dan ook uit het regeerprogramma moeten worden gehaald.’
Vrijwel alle oppositiepartijen in de Tweede Kamer zien daarin hun opvatting bevestigd dat Faber het noodrecht slechts inzet om een gewoon wetgevingsproces – waarin eerst het parlement aan het woord komt – te vermijden. Via Fabers route komen de Tweede en Eerste Kamer pas aan bod nadat het besluit al genomen is. Partijen vermoeden dat Faber vooral de Eerste Kamer vreest, waar de coalitie geen meerderheid heeft.
Met het vrijgeven van de ambtelijke adviezen reageerde premier Schoof donderdag op de commotie die in de oppositiebankjes was ontstaan over het noodrecht-plan: NSC-fractieleider Van Vroonhoven had zich woensdagavond laten ontvallen dat de omstreden constructie binnenskamers al voorzien was van onderbouwend juridisch advies. Daarop eisten vrijwel alle oppositiepartijen die stukken op.
Schoof weigerde ze aanvankelijk te geven – ambtelijke adviezen worden doorgaans pas openbaar nadat een kabinet een besluit formeel heeft genomen – maar moest capituleren toen Van Vroonhoven zich met een beroep op artikel 68 van de Grondwet aansloot bij de oppositie. In dat artikel is geregeld dat bewindslieden de Kamer in principe alle informatie moeten verstrekken waar die om vraagt.
Nu bekend is hoe de juridische afdelingen van de departementen over de toepassing van het noodrecht denken, leeft in de Tweede Kamer weinig twijfel meer dat ook de Raad van State, de belangrijkste juridisch adviseur van het kabinet, uiteindelijk een negatief oordeel zal vellen over het plan. In de woorden van GL/PvdA-leider Timmermans: ‘Deze stukken laten boven alles zien dat er van dit kabinet noodrecht moet komen om te bewijzen dat er een noodtoestand is, in plaats van andersom.’
Het kabinet moet de ingreep via het noodrecht – dat door middel van een Koninklijk Besluit zal worden aangekondigd – voorleggen aan de Raad van State. Eerder deze week liet Van Vroonhoven weten dat NSC niet kan instemmen met iets wat volgens de Raad onvoldoende gemotiveerd is. Het kabinet moet dan ‘terug naar de tekentafel’. PVV-leider Wilders reageerde furieus en zal waarschijnlijk niet accepteren dat een van de regeringspartijen terugkrabbelt op het asieldossier, voor hem het allerbelangrijkste deel van Schoofs regeerprogramma.
Donderdagavond werd duidelijk dat de kwestie de coalitie de komende weken in de ban zal houden, met een zeer onzekere uitkomst. Van Vroonhoven blijft bij het standpunt dat ze het oordeel voorlopig overlaat aan de ministerraad (en dus mede haar eigen ministers) en daarna aan de Raad van State. Tot die tijd heeft de NSC-fractie geen inhoudelijk oordeel over het beroep op het noodrecht.
‘Ik sta hier met comfort’, zei Van Vroonhoven, die de oppositie beloofde dat het wel moet passen binnen de rechtsstaat. ‘Laat de boel maar komen. Als blijkt dat het niet langs die lat gelegd kan worden, dan gaat het niet. Laten we daar nou op vertrouwen met elkaar.’ Nu al van het plan afzien, gaat haar een stap te ver, vanwege het hoofdlijnenakkoord met de PVV. ‘Ik ben een vrouw van mijn afspraken en hier gaan we voor.’ Desgevraagd voegde ze toe dat ze er een ‘hard hoofd’ in heeft dat Fabers route begaanbaar is.
PVV-leider Wilders sloot even daarvoor al uit dat hij makkelijk zal wijken voor verzet van NSC. ‘Stukken of geen stukken, ik houd vast aan de asielnoodwet. Ik heb geen ruggengraat van een banaan.’ Of hij ook bij dat standpunt blijft als de Raad van State binnenkort negatief oordeelt, wilde hij afgelopen nacht niet zeggen. ‘Dat weet ik niet. Dat zullen we zien.’
Premier Schoof, die nu voor de taak staat om te voorkomen dat dit dispuut zijn kabinet splijt, hield nadrukkelijk alle opties open: ‘De besluitvorming in de ministerraad over de motivering heeft nog niet plaatsgevonden.’ Op de ambtelijke stukken ging hij inhoudelijk niet diep in: ‘Deze adviezen zullen ons besluit in kwaliteit doen toenemen.’
Faber zal het voorstel naar verwachting binnen enkele weken op de kabinetsagenda zetten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant