Na de exploderende piepers in Libanon waren alle ogen donderdag gericht op de speech van Hezbollah-leider Nasrallah. ‘De woede richt zich op Israël, maar óók op de beweging zelf.’
De tv-toespraak van de Hezbollah-leider is net een half uur bezig, als er een dubbele dreun klinkt. In een restaurant in de arbeiderswijk Haret Hreik (zuidelijk Beiroet) schudden de ramen. De bron van het lawaai laat zich raden: een Israëlisch gevechtsvliegtuig is laag over komen vliegen, en heeft met een knal de geluidsbarrière doorbroken. Klanten en personeel kijken op, maar zonder schrik op hun gezichten. Een van de obers, Mahdi Attar (30), krult zijn lippen tot een glimlach. ‘Ach, dit is normaal.’ Alles went, zegt zijn lichaamstaal, ook een oorlog.
En dus, alsof er niets gebeurd is, gaan de blikken terug naar de tv-schermen in het restaurant. De bebaarde leider van Hezbollah, Hassan Nasrallah, spreekt de Libanezen donderdagmiddag toe vanaf een onbekende locatie (in het openbaar verschijnt hij niet). Het is een speech zoals hij er de voorbije maanden talloze heeft gegeven, maar zelden hing er zoveel vanaf als deze week. Hoe zou de Hezbollah-frontman reageren op de bloedigste dagen op Libanees grondgebied in een jaar? Zou hij wraak aankondigen voor de dubbele Israëlische aanval, waarbij duizenden piepers en portofoons explodeerden?
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Na een aantal vrome Koransoera’s komt Nasrallah ter zake. Hij zegt dat zijn beweging een ‘ernstige veiligheidsklap’ te verduren heeft gehad, en dat Israël ‘alle rode lijnen’ heeft overschreden met zijn ‘terroristische aanval.’ Hij spreekt van een ‘oorlogsverklaring’. In het restaurant zitten overwegend sjiitische gezinnen die de (eveneens sjiitische) groepering volmondig steunen. Ze luisteren instemmend; dit is de geharnaste taal die ze van de man kennen.
Dat Nasrallah grote woorden zou gebruiken, stond van tevoren vast. De chaos die de exploderende apparaatjes veroorzaakte, kriskras door Libanon, was immens. 34 Hezbollah-leden werden gedood, net zoveel als er voorheen in een maand omkwamen. De ziekenhuizen liggen vol gewonden die een hand missen, of een oog. Veel Libanezen durven van schrik niet meer in de buurt te komen van hun mobiele telefoon. Tegen hun kinderen zeggen ze dat de gezins-iPad even wordt opgeborgen.
Hezbollahs imago heeft averij opgelopen. De groepering heeft minstens zoveel haters in Libanon (en de rest van het Midden-Oosten) als aanhangers, maar beide zijn het er doorgaans over eens dat Hezbollah een serieus te nemen organisatie is met doortimmerde veiligheidsprotocollen en een geducht inlichtingenapparaat. Die reputatie liep krassen op toen tijdens deze oorlog bleek dat Israël overal in het land hooggeplaatste commandanten kon uitschakelen. De explosies van deze week kwamen daar nog overheen.
Onder Hezbollah-leden is de woede groot, zegt Joseph Daher aan de telefoon. Daher is verbonden aan de Universiteit van Lausanne en schrijver van een boek over Hezbollah. ‘Die woede richt zich op Israël, maar óók op de beweging zelf. Die heeft haar mensen niet kunnen beschermen, terwijl ze hun dagelijkse dingen deden: in de supermarkt, of thuis met hun gezin.’
De beweging is intern verdeeld, denkt Daher. Een deel van de Hezbollah-kaders vraagt om een serieuze wraakactie, ook als dat leidt tot een regionale oorlog. ‘Maar er is ook een deel dat zegt: als Israël hiertoe in staat is, dan hebben wij bij een oorlog meer te verliezen dan te winnen.’
Die voorzichtigheid krijgt in de speech van donderdag de overhand. De Israëlische dreigementen doet Nasrallah af als intimidaties, bedoeld om hem uit de tent te lokken, iets wat hij duidelijk niet van plan is. Hij bezweert dat er een wraakaanval gaat komen, maar houdt het tijdstip bewust stil.
Niet voor het eerst vraagt hij om geduld. ‘Strategisch geduld’, is de term die het Iraanse bewind daarvoor gebruikt, Hezbollahs nauwste bondgenoot. ‘Israëls dwaze leider van het Noordelijke Commando heeft het over een bufferzone op Libanees grondgebied’, aldus Nasrallah. ‘We wachten tot jullie Libanees grondgebied betreden. We wachten op jullie tanks, en we zullen dit zien als een historische kans.’
Of die tanks gaan komen, laat zich niet voorspellen, maar er zijn onrustbarende voortekenen. Op woensdag verplaatste Israël de 98ste elitedivisie van Gaza naar de noordelijke grens met Libanon, met in haar rangen paratroepers en commando’s die getraind zijn om achter de vijandelijke linies te vechten.
Is het een teken van een aanstaande invasie, of een poging Hezbollah onder druk te zetten en een diplomatieke oplossing te forceren? ‘Voor zo’n invasie heeft Israël geen groen licht van de Amerikanen’, nuanceert analist Daher. ‘Daarom daagt het Israëlische leger Hezbollah uit. Ze hopen dat de groepering een fout begaat.’
Een grondinvasie zou een bezetting betekenen van Zuid-Libanon, met als doel Hezbollah terug te dringen en het mogelijk te maken dat Israëls geëvacueerde bevolking uit het noorden terug naar huis kan. De vraag blijft: hoe handhaaf je zo’n bezetting? Hoe verweer je je tegen guerrilla-aanvallen? Tussen 1982 en 2000 bezette Israël het zuiden ook, en dat eindigde in een vernederende terugtrekking. Hezbollah kraaide victorie. ‘Je maakt dezelfde fout, en verwacht andere resultaten’, sneerde een columnist van het Israëlische dagblad Ha’aretz.
Nasrallah wil er niets van weten dat het Libanese front wordt losgeknipt van de oorlog waarmee het allemaal begon, die in Gaza. Zolang Israël daar huishoudt, bezweert hij, vecht Hezbollah door. ‘Dit wordt een lange oorlog’, concludeert de 29-jarige Ali (‘geen achternaam’) als de toespraak erop zit. Kort daarop melden de nieuwsbulletins dat Hezbollah aan de grens twee Israëlische soldaten heeft gedood.
Aan een ander tafeltje heeft Amer (56) de woorden van Nasrallah opgevat als een nationale peptalk. ‘We zijn een krachtig volk, we zijn nooit bang’, zegt hij met een smoothie in de hand. Ook hij wil uit veiligheidsoverwegingen alleen met zijn voornaam in de krant. ‘Israël zal geen meter Libanese grond durven te bezetten.’ Sterker: hij denkt dat er een staakt-het-vuren op komst is. ‘Binnen een paar weken, met hulp van Frankrijk en de Verenigde Staten.’ Het is een kwestie van geduld – precies zoals de leider zegt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant