Ambtenaren van diverse ministeries hebben PVV-minister Marjolein Faber er in de afgelopen weken op gewezen dat haar plan om het staatsnoodrecht te activeren onderbouwing mist en juridisch zeer kwetsbaar is. Wat zijn hun argumenten?
De waarschuwingen kwamen donderdag naar boven in stukken die het kabinet vrijgaf nadat de oppositie in de Tweede Kamer ze had opgeëist – met steun van regeringspartij NSC. Premier Schoof stuurde daarop interne notities van de ministeries van Algemene Zaken, Justitie en Veiligheid, Asiel en Migratie en Binnenlandse Zaken.
Ambtenaren op het nieuwe ministerie van Asiel en Migratie waarschuwden hun eigen PVV-minister Marjolein Faber al in de zomer dat ‘het twijfelachtig is dat thans sprake is van buitengewone omstandigheden die noodzaken tot activering’ van de artikelen 110 en 111 uit de Vreemdelingenwet, waarmee verregaande maatregelen kunnen worden genomen om het aantal asielzoekers te beperken.
Over de auteur
Remco Meijer is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over justitie en het koninklijk huis.
Alles over politiek vindt u hier.
Toenmalig staatssecretaris Eric van der Burg (VVD) stelde al in november 2022 vast dat een beroep op uitzonderlijke omstandigheden ‘niet gerechtvaardigd’ zou zijn. Huidig VVD-leider Dilan Yesilgöz wees er in haar rol van minister van Justitie en Veiligheid in het vorige kabinet op ‘dat activering van het staatsnoodrecht voor reguliere asielopvang niet mogelijk is’.
Het kabinet-Schoof wil binnenkort een nieuwe poging wagen, en krijgt blijkens de ambtelijke stukken een aantal dringende adviezen. ‘Staatsnoodrecht vergt een heel sterke motivering, omdat er buiten het parlement om wordt gehandeld’, schrijven de ambtenaren. Ze waarschuwen ook dat toepassing bij de rechter zal worden aangevochten, wat het extra van belang maakt ‘dat het besluit juridisch overtuigend gemotiveerd wordt’.
Bij een niet-deugdelijke motivering ‘is de inzet van staatsnoodrecht niet aanvaardbaar vanuit democratisch en rechtsstatelijk oogpunt’, staat in de stukken, en ook: ‘Er is nog recent door de Raad van State en de regering gezegd dat het staatsnoodrecht niet gebruikt mag worden om structurele problemen in de reguliere opvang aan te pakken.’
De ambtenaren van Binnenlandse Zaken (BZK) zijn nog scherper in het uiten van hun reserves. Zij wijzen er medio augustus op dat onvoldoende motivering kan bijdragen aan ‘de politisering van het staatsnoodrecht, wat vanuit een rechtsstatelijk oogpunt onwenselijk is’. Ze adviseren: ‘Het is cruciaal om helder uit te leggen wat de huidige situatie plotseling zo nijpend maakt en voor welke periode toepassing van de noodbevoegdheden nodig wordt geacht.’
Begin september komt de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van BZK tot een stellige conclusie. ‘Er is geen sprake van een noodsituatie die de activering van artikel 110 en artikel 11 Vreemdelingenwet rechtvaardigt. Inwerkingstelling daarvan zou dan ook uit het regeerprogramma moeten worden gehaald.’ Dat is bijna twee weken voordat het regeerprogramma daadwerkelijk zou worden gepresenteerd. Verantwoordelijk minister op Binnenlandse Zaken is Judith Uitermark van NSC, de partij die bestuurlijke reinheid propageert.
De adviezen van haar departement zijn echter volledig genegeerd. De ambtenaren schrijven: ‘De voorgestelde maatregelen om de instroom van migranten te beperken, vormen een beperking van de grondrechten van in het bijzonder asielzoekers. Ook gaan de maatregelen verder dan in het hoofdlijnenakkoord is afgesproken.’ Ze stellen vast dat ‘het concepthoofdstuk (uit het regeerprogramma, red.) botst met uw verantwoordelijkheid als minister van BZK zowel voor rechtsstatelijkheid, grondrechten en goed bestuur, als voor decentrale overheden’.
De ambtenaren zeggen ook wat wél kan: ‘Maatregelen om de asielproblemen aan te pakken kunnen via een (spoed)wet mét parlementaire betrokkenheid worden genomen. Een spoedwet kan ook snel, dus alleen snelheid is geen dragend motief voor inwerkingstelling staatsnoodrecht.’ Diverse oppositiepartijen drongen woensdag, tijdens de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen, al aan op spoedwetgeving in plaats van staatsnoodrecht, waarbij de Eerste en Tweede Kamer pas achteraf aan bod komen.
Aan het voornemen van het kabinet-Schoof is ook een Europese dimensie verbonden. De ambtenaren van Constitutionele Zaken en Wetgeving wijzen op artikel 15 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat bepaalt dat de drempel waarbij een een land noodrecht mag toepassen heel hoog ligt. ‘Het voortbestaan van de staat moet daadwerkelijk en acuut bedreigd worden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant