Afgelopen weken was er veel commotie over de koppeling die Pieter Omtzigt maakte, of leek te maken, tussen het lage geboortecijfer in Nederland en verhoogde immigratie uit Afrikaanse landen. Alsof we, wanneer we zelf te weinig arbeidskrachten baren, niet in onze handjes mogen knijpen dat mensen van elders bereid zijn om bij ons het werk te komen doen.
Ik bedoel, gaan wij Nederlanders naar het vergrijsde Azië toe om daar de ouderen te verzorgen? Niet hè? Dus, Pieter, of je het zo bedoelde of niet met die koppeling: we laten degenen die onze billen komen wassen straks juichend binnen. Afgesproken?
Over de auteur
Rinske van de Goor is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Omtzigt heeft wel gelijk: de Nederlandse vrouw (en man, denk ik dan) krijgt gemiddeld 1,49 kind, terwijl er 2,1 kinderen nodig zijn om de bevolking op peil te houden. Vooropgesteld: vrouwen, noch mannen, hebben een soort reproductieve verantwoordelijkheid. En gezien de mondiale overbevolking en klimaatverandering lijkt een langzame bevolkingskrimp mij zelfs wenselijk.
Maar 1,49 kind per vrouw is geen lichte krimp, dat is een forse daling. En dat betekent wel wat voor onze maatschappij. Bijvoorbeeld dat we in de zorg een nog groter tekort aan personeel krijgen. Goed dat Omtzigt dat punt aanstipt. Ik deed het al eerder in een paar columns in deze krant.
Wat ik mis, is een cultuuranalyse. Waarom krijgen mensen steeds minder kinderen? Kinderloos is het leven inderdaad stukken makkelijker. Voor de vrouw is kinderen krijgen bovendien een ramp voor haar lichaam – het verzakt altijd, alhoewel elke vrouw anders verzakt. Daarnaast zakt het inkomen van vrouwen ook nog eens dramatisch: de child penalty.
Dus als de overheid dan zo graag meer baby’s wil, moet ze niet ondertussen een ontmoedigingsbeleid voeren. Nederland is een kinderwensonvriendelijke maatschappij, met weinig oog voor starters. Mensen willen de zekerheid dat ze hun kinderen een veilige en stabiele omgeving kunnen bieden. Die zekerheid is ver te zoeken, met alle flexbanen en de onmogelijke huizenmarkt. Het gevolg: mensen stellen het krijgen van kinderen uit.
Ik vind dat niet erg voor de overheid, daar is het hooguit onhandig voor, want die moet bedenken wie er dán de toekomstige bejaarde billen moet wassen. Maar voor jonge mensen met een kinderwens vind ik het wel erg. Want uitstellen betekent uitstelleed. Uitstellen is namelijk ook niet zonder risico.
De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in Nederland moeder worden is inmiddels 30,3 jaar. Dat is schrikbarend oud, vanuit medisch-biologisch perspectief. Vrouwen hebben tot hun 30ste 85 procent kans binnen een jaar zwanger te worden, maar dat is op 30-jarige leeftijd alweer met 10 procent gezakt, naar 75 procent. Dit daalt verder naar 66 procent op 35-jarige leeftijd, en 44 procent kans op 40-jarige leeftijd.
Zwangerschappen blijven dus steeds vaker en langer uit en dat geeft stress en depressieve gevoelens. Ook de kans op een miskraam of een kind met een chromosoomafwijking neemt toe met de leeftijd. En steeds vaker blijft een zwangerschap helemaal uit en blijven mensen ongewenst kinderloos. Ook een tweede kind lukt minder vaak, terwijl veel ouders graag een tweede kind en broertje of zusje voor hun eerste kind willen.
Veel vrouwen met een kinderwens zien dit probleem donders goed. Het aantal vrouwen dat eicellen laat invriezen – een dure en pijnlijke ingreep – neemt hard toe. Ze stellen uit tot ze, hopelijk ooit, wel de zekerheid hebben van een vaste partner, een vaste baan en een woning waar een kind bij past.
Ik hoop dat we onze maatschappij zo kunnen inrichten dat mensen zonder kinderwens hun leven kunnen inrichten zoals bij hen past en dat mensen die wel kinderen willen een nestje kunnen bouwen en uitstelleed wordt voorkomen. Want de nestschaarste is een teken van maatschappelijke armoede.
Als huisarts krijg ik regelmatig vertwijfelde dertigers op mijn spreekuur die zich afvragen of ze ‘het moeten gaan proberen’. Dan vraag ik: denk je dat jullie het de komende twintig jaar met elkaar kunnen uithouden?
Zo ja, dan leg ik ze het volgende voor: baby’s zijn onhandige incontinente slaapverpesters. Een kinderwens is volstrekt irrationeel. Maar als je toch een kinderwens hebt, wacht dan niet tot het in je leven past. Kinderen komen nooit uit. Ook niet als je ze eenmaal hebt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant