Steeds minder 65-jarigen slijten hun dagen achter de geraniums: volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek was bijna de helft van hen dit voorjaar aan het werk. Vooral veel hogeropgeleiden werken langer door.
De afgelopen tien jaar nam het aandeel werkende ouderen fors toe. Was in 2013 nog 15 procent van de 65-jarigen aan het werk, in het tweede kwartaal van dit jaar ging het om bijna 50 procent. Dit is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) toe te schrijven aan de verhoging van de AOW-leeftijd: om de vergrijzing het hoofd te bieden en de stijgende AOW-uitgaven te drukken, werd de AOW-leeftijd stapsgewijs verhoogd van 65,1 jaar in 2013 naar 67 nu.
Bij alle leeftijdsgroepen boven de 60 jaar neemt de arbeidsparticipatie toe, waarbij de sterkste toename logischerwijs zit bij de 65- en 66-jarigen die tien jaar geleden nog met een gouden horloge konden afzwaaien. Opvallend is overigens dat ook mensen die de AOW-leeftijd van 67 hebben bereikt nu steeds vaker doorwerken: bijna een op de tien AOW’ers had vorig jaar betaald werk. Zij zijn relatief vaak zzp’er.
Over de auteur
Marieke de Ruiter is economieredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over de arbeidsmarkt en sociale zekerheid.
Inmiddels kent Nederland de langste loopbaan van Europa. Volgens de CBS-cijfers werken met name hbo- en universitair geschoolden vaak op hogere leeftijden door. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat praktisch opgeleiden vaak op jongere leeftijd beginnen met werken en vaker fysiek zwaar werk doen.
Dat laatste raakt aan de discussie die op dit moment in de polder woedt. Want niet iedereen is onverdeeld enthousiast over de almaar stijgende leeftijd waarop mensen met pensioen kunnen. De vakbonden voerden afgelopen weken nog actie in onder meer het ov en bij de politie, voor de komst van een permanente regeling waarmee werknemers met een zwaar beroep op hun 64ste kunnen afzwaaien.
Op dit moment is hiervoor een tijdelijke regeling die voorziet in een belastingvrije uitkering van 1.500 euro netto per maand, maar die verloopt eind 2025. Wat de bonden betreft blijft er ook daarna de mogelijkheid om eerder met pensioen te gaan en wordt de vergoeding nog wat hoger.
Minister van Hijum van Sociale Zaken liet maandag aan de Kamer weten bij zo’n permanente regeling in ieder geval een inkomensgrens te willen hanteren en deze gerichter te willen inzetten dan nu gebeurt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant