Het afschaffen van de salderingsregel voor zonnepanelen dreigt uit te monden in een onnodig gecompliceerde nieuwe situatie voor panelenbezitters. Dat blijkt uit het wetsvoorstel dat minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei (VVD) deze week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.
Hoe zat het ook alweer met dat salderen?
Dankzij de salderingsregel mogen zonnepanelenbezitters de stroom die ze op zonnige momenten aan het elektriciteitsnet leveren, wegstrepen tegen de stroom die ze van het net afnemen wanneer de zon niet schijnt. De regeling is de afgelopen jaren een groot succes geweest: nergens in de wereld zijn er per inwoner zoveel zonnepanelen als in Nederland.
Maar inmiddels is de prijs van panelen zo gezakt dat de regeling niet meer nodig is. Die wordt bovendien steeds duurder voor niet-panelenbezitters en de schatkist. Alleen is het achtereenvolgende regeringen steeds niet gelukt om de de zeer populaire regeling af te schaffen. Ook het voorstel van het vorige kabinet om het salderen geleidelijk af te bouwen, sneuvelde begin dit jaar in de Eerste Kamer. De fracties van BBB en PVV behoorden daar tot de tegenstemmers.
Toch zette de nieuwe regering (dus met BBB en PVV) enkele maanden later wederom een streep door het salderen. Dit keer niet door de regeling geleidelijk af te bouwen, maar door die op 1 januari 2027 in één keer helemaal stop te zetten.
Als onderdeel van de Prinsjesdagstukken stuurde minister Hermans dinsdag het wetsvoorstel dat die afschaffing regelt naar de Tweede Kamer. Bij het voorstel zit een behoorlijk kritisch stuk van de Autoriteit Consument & Markt. Vrij vertaald stelt de ACM dat de suggestie dat het terugleveren van stroom nooit geld mag kosten, niet klopt. En dat de wet de situatie voor panelenbezitters zeer intransparant maakt. De Consumentenbond en de Vereniging Eigen Huis publiceerden gealarmeerde persberichten over ‘de donkere wolken’ die zich samenpakken voor panelenbezitters.
Wat is nu precies de kritiek van de ACM op het voorstel om het salderen af te schaffen?
De ACM wijst erop dat er onduidelijkheid is rondom het begrip ‘redelijke terugleververgoeding’. De terugleververgoeding is het bedrag dat panelenbezitters nu al ontvangen als ze meer stroom aan het net leveren dan ze afnemen. Het deel van de geleverde stroom dat ze niet salderen wordt afgerekend tegen een teruglevertarief.
Over de auteur
Tjerk Gualthérie van Weezel is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over energie en de impact van de energietransitie op het dagelijks leven.
Als het salderen stopt, krijgen panelenbezitters voortaan een terugleververgoeding over alle stroom die ze niet zelf gebruiken. Die terugleververgoeding mag volgens de wet nooit negatief zijn. Afgelopen juni stemde de Tweede Kamer ook al voor een amendement van NSC, dat voorschrijft dat de terugleververgoeding nooit negatief mag worden.
Maar volgens de ACM staat dat op gespannen voet met de recente ontwikkeling dat bijna alle energiebedrijven ‘terugleverkosten’ in rekening brengen. Dat is een apart tarief, waarmee effectief de salderingregel al wordt omzeild. Afhankelijk van hoeveel elektriciteit je aan het net teruglevert, rekenen deze bedrijven extra terugleverkosten.
Afgelopen maand bleek dat terugleverkosten voor huishoudens met veel panelen soms zo hoog oplopen, dat ze nu al netto moeten betalen voor de stroom die ze terugleveren aan het net. ‘Als het de bedoeling is van de wetgever dat huishoudens met zonnepanelen netto nooit hoeven te betalen voor de stroom die zij opwekken, is het wenselijk om het wetsvoorstel op dit punt te verduidelijken’, adviseert de ACM.
Wat doet Hermans met die opmerking?
Die beantwoordt ze impliciet door de wet niet aan te passen. Haar woordvoerder stelt in een reactie dat de wet ‘niet over terugleverkosten gaat’.
Vrij vertaald: de minister heeft er verder geen probleem mee als panelenbezitters via andere posten dan de terugleververgoeding onder de streep wel degelijk moeten betalen voor de stroom die ze aan het net leveren.
Is dat erg?
De meningen lopen uiteen over de vraag of het bezwaarlijk is dat de vergoeding voor zonnestroom netto negatief kan worden. Ervoor pleit dat de stroomprijs op de groothandelsmarkt op zonnige momenten nu eenmaal vaak negatief is.
Door die kosten terug te leggen bij panelenbezitters, hebben zij een prikkel om te handelen. Ofwel door op piekmomenten vaker de wasmachine aan te zetten of de auto aan de lader te leggen. Of door de panelen (deels) uit te zetten. Dat laatste is gevoelsmatig zonde, maar wel een effectieve manier om overbelasting van het net te voorkomen.
Daar staat tegenover dat een negatieve prijs voor veel consumenten onacceptabel is en het draagvlak voor zonnepanelen ondermijnt. Dat is natuurlijk ook de gedachte achter het amendement van NSC. Tijdens een eerder Kamerdebat over de afbouw van het salderen noemde partijleider Pieter Omtzigt het ‘buitengewoon ongewenst voor het draagvlak als je als eigenaar van een zonnepaneel moet betalen om energie terug te leveren’. In de praktijk blijkt dat nu ook. Door onduidelijkheid over salderen en terugleverkosten is de markt voor zonnepanelen ingestort.
Omwille van ‘de maatschappelijke baten van zelfopgewekte energie’ zegt ook de ACM ‘begrip’ te hebben dat de teruglevergoeding niet negatief mag zijn. Maar erger dan negatieve prijzen vindt de toezichthouder de onduidelijkheid die het kabinet laat bestaan. ‘Wij krijgen nu al heel veel vragen over die terugleverkosten. Dat is niet te volgen en onzeker.’
Als het kabinet het blijkbaar geen probleem vindt dat terugleveren van energie onder de streep geld kost, moet dat volgens de ACM ook voor consumenten in een oogopslag duidelijk en vergelijkbaar zijn. ‘Dan weet je tenminste waar je aan toe bent.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant