Nooit eerder oogde Hezbollah zo kwetsbaar als na de serie explosies die zijn strijders deze week trof. Ze sloegen zomaar tegen de grond, terwijl ze boodschappen deden of thuis met de kinderen speelden. Libanezen vragen zich angstig af waar dit eindigt.
De knal in de havenstad Sidon klinkt niet eens zo heel hard. Maar toch: boem. Op de parkeerplaats van het lokale ziekenhuis staat woensdagmiddag een zwarte Mercedes te roken, de voorruit en zijramen versplinterd in duizend stukjes. Een chauffeur is niet te bekennen, de auto’s eromheen zijn onbeschadigd. Soldaten manen toeschouwers op afstand te blijven.
Wat er precies gebeurd is, weet niemand, ook Mohammed Hassan (33) niet. De winkelier is aan komen hollen om met een brandblusser de rokende wagen onder handen te nemen. Even later, als hij zijn telefoon erbij heeft gepakt, begint hij voor te lezen wat er aan nieuws binnenkomt.
Langzaam worden de contouren duidelijk: een etmaal na de massale ontploffing van piepers in heel Libanon, dinsdagmiddag, is het opnieuw raak. Ditmaal zijn het portofoons die ontploft zijn, mogelijk ook in de Mercedes. Israëls geheime dienst, zo lijkt het, heeft Hezbollahs communicatienetwerk voor de tweede keer in twee dagen weten te raken, met algehele chaos tot gevolg.
Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.
Ambulances rukken uit met loeiende sirenes. Elders in het land, bij een begrafenis voor omgekomen Hezbollah-leden in de hoofdstad Beiroet, breekt paniek uit als er een knal klinkt – een exploderende portofoon. Andere Hezbollah-strijders trekken haastig de batterijen uit hun eigen apparaten. De tussenstand op woensdagavond: veertien doden, bovenop de twaalf van dinsdag, plus een veelvoud aan gewonden. De Verenigde Naties eisen een onafhankelijk onderzoek.
Waar gaat dit eindigen? ‘In oorlog’, antwoordt Hassan laconiek. De vader van drie kinderen zegt er niet wakker van te liggen en heeft zich bekwaamd in de Libanese volkssport van het collectief schouderophalen. ‘We zijn eraan gewend geraakt’, zegt hij, verwijzend naar de bloedbaden die zijn land de voorbije decennia te verwerken kreeg. Grootouders herinneren zich de burgeroorlog (1975-1990), ouders de zomeroorlog van 2006 (toen Israël ook de strijd aanbond met Hezbollah), hun kinderen de explosie in de haven van Beiroet (2020). Je kunt het Libanons vloek noemen: altijd als er verwerkt moet gaan worden, dient zich nieuwe rampspoed aan.
Een half uur zuidwaarts, in de stad Tyre, zijn de explosies het gesprek van de dag. Ahmad, de 25-jarige bedrijfsleider van een hamburgerrestaurant, is de hele nacht opgebleven, zo nerveus was hij. ‘Ik kan nog steeds niet bevatten wat er gebeurd is’, zegt de geboren Palestijn hoofdschuddend. Tyre is een grotendeels sjiitische stad waar Hezbollah de dienst uitmaakt, en dus wil Ahmad voor de zekerheid alleen met zijn voornaam in de krant.
Terwijl de oorlog tussen Israël en Hezbollah inmiddels bijna een jaar duurt, blijven de gebeurtenissen omhoog schuiven op de escalatieladder. Langs de strandboulevard in Tyre hangen posters van Hezbollahs honderden ‘martelaren’ die zijn omgekomen bij Israëlische bombardementen. Ze zijn niet zomaar gestorven, ze zijn gedood ‘op het pad naar Jeruzalem’, zo wordt Hezbollah niet moe te benadrukken. Want zeg zelf, wie wil er nou niet sterven voor de Palestijnse zaak?
Van die zorgvuldig geënsceneerde heroïek bleef dinsdag weinig over. Overal in het land sloegen Hezbollah-leden tussen half vier en half vijf tegen de grond. Zomaar, terwijl ze boodschappen deden, op straat een praatje maakten, of thuis met de kinderen speelden. Het gevaar kwam dit keer niet van een drone of gevechtsvliegtuig, maar uit hun eigen broekzak. Als behekste ledenpoppen sloegen de mannen tegen de vlakte. Mensen die het voor hun ogen zagen gebeuren, begrepen niet waar ze naar keken.
Ahmad zag een scooterrijder omvallen. Een van zijn handen was een bloedende stomp met twee vingers, waarschijnlijk omdat hij zijn pieper had vastgepakt (reconstructies wijzen uit dat ze door middel van een berichtje tot ontploffing zijn gebracht). De uren erna, aldus Ahmad, waren uren van chaos. Omdat hij ervaring heeft met het verlenen van eerste hulp, begon Ahmad de ambulancebroeders te assisteren. Tot acht uur ’s avonds droeg hij gewonden naar het lokale ziekenhuis.
Ahmads eigen wortels liggen niet in Tyre, maar in het historische Palestina. Zijn grootouders werden in 1948 door Joodse milities verdreven, met als gevolg dat hij in een vluchtelingenkamp opgroeide. Zoals meer landgenoten is hij blij met Hezbollahs acties. ‘Ze houden Israël bezig. Zonder die aanvallen had Israël de handen vrij om nog harder huis te houden in Gaza en op de Westoever.’
Maar nu? Zo kwetsbaar als deze week oogde Hezbollah nog nooit. Na de pieper-aanval zag Ahmad hoe de militie wanhopig probeerde de regie te behouden. ‘Niet filmen, werd er geroepen. Het had weinig zin, iedereen had zijn telefoon al gepakt.’ Hij zag hoe de gewonden zonder naam werden ingeschreven bij de ziekenhuisbalie. ‘Ze kregen alleen een nummer.’ Het klinkt plausibel, want de geschetste werkwijze is Hezbollah ten voeten uit. Afgezien van hun eigen propagandakanalen mijdt de beweging publiciteit als de pest: het maakt haar alleen maar kwetsbaar voor de vijand. De vele foto’s en filmpjes die de voorbije 24 uur op sociale media verschenen, zijn ook om die reden een cadeau voor Israël.
Hoe je dat doet, de regie houden, is goed te zien bij een bezoek aan een lunchtent, verderop in Tyre. Voor de deur staan twee potige Hezbollah-bewakers, gekleed in kenmerkende zwarte hemden. Ze slaan het bezoek argwanend gade. Toch even vragen: klopt het dat hier piepers zijn geëxplodeerd? Een ober knikt. Twee piepers, evenzoveel gewonden – meer wil hij er niet over kwijt.
In de straat houdt bijna iedereen de kaken stijf op elkaar, bang om Hezbollahs omerta te doorbreken. Er is één vrouw, eveneens Palestijns (‘Geen naam, ik wil niet dat mijn baas meeleest)’, die wil bevestigen dat ze knallen heeft gehoord. Toen duidelijk werd wat er gebeurd was, greep ze instinctief haar gsm om haar puberkinderen te waarschuwen. ‘Leg je telefoons weg, zei ik. Straks exploderen die ook.’ Zover kwam het niet, of nou ja, nóg niet. Niemand weet wat het land te wachten staat, zegt ze. ‘Dat weet alleen God.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant