Dagen na het begin van de overstromingen in Centraal-Europa scheppen inwoners in Polen de modder uit hun huizen. Anderen sjouwen met zandzakken, om zich te beschermen tegen de grote watermassa die nog steeds door het land beweegt.
Sint-Johannes van Nepomuk, de beschermheilige tegen overstromingen, is verdwenen uit Ladek-Zdrój. Van de brug af geslagen door een boomstam, vertelt Zdzislaw Koclega (72), die het met zijn eigen ogen heeft gezien. Hij woont naast de middeleeuwse brug van het Poolse stadje. ‘Vlak voor de vloedgolf kwam, sprintte ik naar het huis van mijn nicht aan de overkant, zij woont hoger.’
Daarna zag hij hoe meegesleurde boomstammen de bovenste stenen uit de brug beukten. Inclusief het beeldje van Sint-Johannes. ‘Al driehonderd jaar stond hij daar en overleefde hij elke overstroming. Nu is hij weg. Dat is misschien een boodschap.’
Over de auteur
Arnout le Clercq is correspondent Centraal- en Oost-Europa voor de Volkskrant. Hij woont in Warschau.
Wat die boodschap precies is, ontgaat de inwoners van dit grensgebied tussen Polen en Tsjechië. Ze zijn aan het puinruimen, hun blik is gericht op het hier en nu, op de ravage die het water heeft achtergelaten. Auto’s zijn opgetild en neergesmeten, huisraad ligt verspreid over de straten, asfalt is opgekruld als gekreukt papier. Er is geen stroom, geen gas, geen schoon water. En overal is modder.
‘We hebben alleen wat kleding en belangrijke documenten kunnen redden’, zegt Dorota Cichy (40). Verder is haar familie alles kwijt. Het water stond tot boven de deurpost van hun parterrewoning, wijst ze aan.
Ladek-Zdrój, een Pools kuuroord in de bergen, is een van de plekken in Centraal-Europa die het hardst zijn geraakt door de overstromingen van afgelopen weekend. Storm Boris veroorzaakte extreme regenval in onder meer Polen, Tsjechië en Oostenrijk, met hoog water tot gevolg.
Op sommige plekken, zoals hier, kolkte en zwiepte het door de straten. Een gedeeltelijke dambreuk stroomopwaarts veroorzaakte een vloedgolf. Er viel minstens één dodelijk slachtoffer, elders in Polen kwamen zes mensen om. In de gehele regio zijn tot nu toe 21 doden te betreuren.
Hier in de bergen resten de pijn en de modder. De grote massa water beweegt nog steeds door Polen: regenen doet het niet meer, maar onder een stralend blauwe hemel treden rivieren alsnog buiten hun oevers.
Als storm Boris op woensdagmiddag in geen velden of wegen te bekennen is, gaan langs de Oder in het 100 kilometer verderop gelegen Olawa zandzakken van hand tot hand. Inwoners versterken zowel deze kade als de oevers van een kleinere rivier aan de andere kant van de stad. In het naburige Wroclaw, met 700 duizend inwoners de grootste Poolse stad aan de Oder, wordt uit voorzorg een ziekenhuis geëvacueerd.
Terwijl grootschalige hulp als voedsel en drinkwater sommige getroffen plaatsen nu eindelijk bereikt, sluit het water nieuwe plekken af van de wereld. In het kleine Ptakowice staat een woonblok als een eiland in het water. ‘Dominik!’ klinkt het uit een van de ramen. Daar komt de 23-jarige Dominik Gawlik aangepeddeld met zijn roeibootje, nu een watertaxi voor de buren. ‘Ik doe dit nu al tien uur’, zegt hij tegen het einde van de dag, licht vermoeid. Een van zijn buren maakt van een nood een deugd en hangt een vishengel over het balkon.
‘We brengen nu opeens veel tijd met elkaar door als buren’, zegt Stanislaw Stec (57), om ook nog iets positiefs te noemen. ‘Je leert elkaar veel beter kennen.’ Hij staat bij de ingang van het gebouw tussen de zandzakken, tachtig meter waden naar droog gebied mocht Dominik nergens te bekennen zijn.
Evacueren, daar dacht hij net als veel buren niet aan. ‘We zitten vrij dicht bij de weg. En we kunnen altijd nog naar boven’, gebaart hij naar de top van het gebouw met drie verdiepingen. Zijn broer woont met zijn gezin in een nabijgelegen dorp dat vrijwel volledig is ondergelopen. ‘Ze zitten veilig, maar kunnen hun gebouw niet uit.’
Stec woonde hier al tijdens de vorige grote overstroming in 1997. Dit keer is het water minder hoog. ‘Toen kwam het tot aan de tweede trap, nu slechts tot de ingang. Maar mijn vrouw is erg bang, 1997 heeft een trauma veroorzaakt.’
‘Het is veel erger dan in ’97’, zegt daarentegen Bozena Tomczek (54) in Ladek-Zdrój. Anders dan toen moest ze nu met haar man voor het water vluchten. ‘Maar we hebben geluk gehad. We leven nog.’ De herinneringen aan de toenmalige ‘Milenniumvloed’ vormen de lens waardoor de inwoners nu naar het hoge water kijken.
Het water is behalve verwoestend ook grillig, blijkt uit een rondtocht door het overstromingsgebied, waar de rivier lukraak lijkt toe te slaan. Er zijn ook plekken die door het oog van de naald zijn gekropen, al dan niet met grote inspanningen van bewoners die de kades versterken en lekken dichten.
En er zijn steden waar onrust heerst. ‘Er is hier veel meer water dan voorspeld’, zegt Bogdan Wyczewski (65), hoofd van de reddingsbrigade in het stadje Brzeg. De Oder likt hier bijna de onderkant van de brug, verderop is een straat ondergelopen. Anticiperen op voorspellingen heeft hij opgegeven. ‘We reageren alleen nog maar.’
Aan de overzijde is een deel van de stad ondergelopen. Zijn team heeft één vrouw geëvacueerd. ‘23 mensen zitten daar nog. Ze willen niet weg.’
Het zuiden van Polen staat in crisismodus: de regering riep de noodtoestand uit, stuurde het leger de regio in, beloofde ‘onmiddellijke’ financiële hulp van 10 duizend zloty (2.330 euro) voor slachtoffers en zet een noodfonds op voor verdere hulp. Ook burgers zamelen geld en hulpmiddelen in.
Voor sommigen is reeds een moment van bredere reflectie aangebroken. Een groep wetenschappers stuurde begin deze week een brief aan het Poolse Lagerhuis en riep op tot ‘een serieus debat’ over klimaatverandering in het land. ‘Dit is geen afwijking, dit is de nieuwe realiteit’, schrijven ze over de catastrofe. Bij het extreme weer dat Boris veroorzaakte, speelde het opwarmende klimaat een rol: de afgelopen weken waren uitzonderlijk droog en heet in Centraal-Europa.
Maar in Wroclaw, waar men zich nu klaarmaakt voor het water, of in Ladek-Zdrój, is er even geen tijd om over klimaatverandering na te denken. ‘Het heeft er ongetwijfeld mee te maken’, zegt Monika Dyrda (41), die samen met haar echtgenoot de modder uit hun huis aan het scheppen is. ‘Maar ik kan er nu niet over nadenken. Dit moet eerst.’
Al haar meubels zijn vochtig. Het parket begint, eenmaal schoongemaakt, al te krullen. ‘Wat kunnen we eraan doen? Het is de natuur.’ Buiten het raam stroomt de rivier naar beneden, waar misschien nog ergens Sint-Johannes ligt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant