In de brievenrubriek van deze krant verscheen een verzoek van een lezer aan de columnisten om ‘alsjeblieft makkelijke taal te gebruiken’; hij moest wel eens een woord opzoeken en dat vond hij blijkbaar onprettig.
Nu wás het opzoeken van woorden vroeger ook vervelend. Stel, je kende het woord ‘desinformatie’ niet. Je moest dan het woordenboek pakken en dan moest je, binnensmonds het alfabet prevelend, bladeren tot je dat woord gevonden had, waarbij je bovendien afgeleid werd door al die ándere rare woorden die rond ‘desinformatie’ zwermden, zoals ‘demi-monde’, ‘dibbelmachine’ en ‘dienservet’. (Ik probeerde net die woorden in één zin te verwerken, en dat was nog niet zo makkelijk: die demi-monde en dat dienservet kreeg ik er wel in, maar die dibbelmachine... nee, ik dwaal af.)
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Tegenwoordig gaat dat opzoeken een stuk sneller. Je tikt ‘desinformatie’ in op Google en daar verschijnt onmiddellijk de definitie: ‘Desinformatie is het doelbewust verspreiden van misleidende informatie, vaak met kwade bedoelingen.’ Het opzoeken heeft je tien seconden gekost, en je weet nu voorgoed wat desinformatie is.
Kortom, krantenlezers: wees niet zo lui. ‘De meester mag niet dalen, de scholier moet klimmen’, zoals Bordewijks meester Bint al zei. Woensdagochtend moest ik daar opnieuw aan denken, toen ik deze krantenkop las: ‘De taal van de troonrede gaat ruim de helft van de Nederlanders boven de pet’ .
O jee, dacht ik, onze koning heeft toch geen woorden gebruikt als ‘diftong’, ‘Decamerone’ of ‘differentiaalschroef’? Maar nee, dat leek me niets voor hem. Ik las verder. De krant had zinnen uit de troonrede voorzien van rode en groene kadertjes. Een zinnetje (groen) als ‘overal is ruimte voor nodig’ ging, in zijn koeiige waarheid, blijkbaar niemand boven de pet, net als ‘dat is iets om trots en zuinig op te zijn’ (geen idee waar dat over ging: misschien had de koning een mooie nieuwe sjaal gekregen van Máxima?)
Nee, dan deze zin, knalrood, de moeilijkste zin uit de hele troonrede, een ‘uitschieter’ volgens wetenschappers van de Universiteit Utrecht. Komt-ie: ‘Er zijn zorgen over de toekomst: over de economie, over de kwaliteit van zorg en onderwijs, over de energievoorziening en klimaat, en over onze nationale en internationale veiligheid in een wereld vol dreiging en onrust.’
Verbaasd las ik de zin. Hij leek me glashelder. Maar nee, aldus de wetenschapper van de Utrechtse universiteit: het gaat hier om ‘veel abstracte woorden’ die ‘niet voorbijkomen als je een serie op televisie kijkt’.
Ontstemd sloeg ik de krant dicht. Bordewijk had gelijk. Daarom zal ik niet rusten tot ik mijn dibbelmachine in een mooie zin verwerkt heb, mét die demi-monde, en dat dienservet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant