Ik zal niet de enige zijn met de neiging me op te sluiten in mijn eigen kleine bubbeltje, de grote boze buitenwereld buitensluitend. De zondebokpolitiek van het nieuwe kabinet, de voortdurende steken onder water, het gescheld op sociale media; eigenlijk is het slopend.
Het optimisme van Kamala Harris zou opmonteren als er niet zo’n duistere ondertoon was. Geestige filmpjes over Trump worden afgewisseld met de meest lugubere beelden van kinderslachtoffers uit Gaza. De meeste mensen zijn alweer gewend aan die beelden. Hel op aarde, vertelde Sigrid Kaag, VN-coördinator voor hulp en wederopbouw in Gaza, dinsdag aan de BBC.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Verlos ons van de boze’, bad ik vroeger elke dag als vroom kerks meisje het Onzevader. Ik heb voor het eerst de behoefte om dat weer te doen, geloofstwijfel of niet. Wat was dat eigenlijk heerlijk, gelovend in een hogere macht, een liefdevolle God die poogt het kwade ten goede om te buigen. Het geeft je rust. Dan kan je met minder piekeren in slaap vallen. Tegelijk besef ik dat kinderen in Gaza elke dag bidden dat de hel ophoudt, en dat hun gebeden nooit worden verhoord.
Overal ter wereld wint het ‘hullie tegen zullie’. Ik voel me nergens meer bij horen, niet bij hullie en niet bij zullie. Misschien is het juist, als je een mengmens bent, zo overduidelijk dat we allemaal zo ongelofelijk op elkaar lijken achter onze verschillen. Nukkige, kleine, kwetsbare mensen met onhebbelijkheden maar ook goede kanten. Of je het goede of slechte in een mens naar boven haalt, is vooral afhankelijk van hoeveel druk je op een mens uitoefent. En hoe veerkrachtig een mens is, verschilt ook van persoon tot persoon. En mensen zijn ontzettend goed op te jutten.
In Nederland is de opjut- en bangmaakpolitiek nu aan zet. Minister Marjolein Faber laat de rechts-radicale spierballen zien met haar plan om een asielcrisis uit te roepen, waarvoor ze noodwetgeving gepast acht. Hoe ironisch. In het beginselprogramma van coalitiegenoot NSC stond: we geven de Tweede Kamer meer mogelijkheden om de regering te controleren en herstellen de rechtsstaat. Fabers variant: we passeren de Tweede Kamer en tornen aan de rechtsstaat. Ze lijkt ermee weg te komen, omdat het rechtse electoraat, delen van de achterbannen van de VVD en NSC incluis, inderdaad een asielcrisis zeggen te ‘ervaren’.
Ik ervaar een ‘bang voor elkaar’-crisis. Een ‘onvermogen om de mens te blijven zien in elk conflict’-crisis. Konden we daar maar noodwetgeving voor inzetten.
Het heeft niet zoveel zin om in discussie te gaan met opponenten. Toch is er een klein stemmetje in mij dat het zo graag wil. Een echt gesprek. Iemand bereiken, van mens tot mens. Op heel klein niveau de angel uit de angst voor de ander te halen. Ik heb de behoefte mensen te ontvijanden voordat dat definitief niet meer kan. Te leven vanuit openheid, herkenning en compassie.
Ik besef hoe kinderlijk naïef dat klinkt. Cringe. Te zoetsappig, dat verlangen naar instagrammable tegelwijsheden en regels uit afgezaagde popliedjes. Heb lief, de rest is ruis. No matter no matter what color, you are still my brother. Give peace a chance. Et cetera. Maar eigenlijk is het niet zo oppervlakkig.
Ik merk dat ik steeds vaker de stilte opzoek omdat het allemaal te overweldigend wordt. Een journalistieke zonde: ik leef nieuwsluw totdat er een deadline aankomt. Tot die tijd spijbel ik talkshows en scan ik de krant, geef het nieuws minder aandacht en ga op zoek naar iets wat wél inspireert. Iets positiefs.
Een mooi gesprek, zoals met filmmaker Sinan Can in deze krant. Ondanks zijn reportages waarin hij vaak geconfronteerd wordt met de duisterste kant van de menselijke ziel, deelde hij wat hem wel inspireert. De poëzie van Rumi en zijn liefde voor het Perzisch. ‘In tegenstelling tot het Nederlands is het Perzisch zo fijnbesnaard. Voor vriendschap bestaan er misschien wel dertig verschillende woorden. Bijvoorbeeld hemdem. ‘Hem’ betekent samenzijn, ‘dem’ ademhalen. Je gebruikt dat als je zo goed met iemand bevriend bent dat je bijna samen ademhaalt.’
Juist dat is zo mooi aan het multiculturele. Het geschenk dat je blootgesteld wordt aan de pracht van een compleet andere cultuur. Voorbij allerlei karikaturale vooroordelen. Alleen als je je ervoor openstelt om de mens in de ander te ontmoeten, krijg je dat cadeau.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns