Home

Lukt de driedaagse werkweek nog deze eeuw?

Eigenlijk is het invoeren van een vierdaagse of 32-urige werkweek niet meer dan het formaliseren van de praktijk. Op vrijdag zijn mensen op hun werk al even moeilijk bereikbaar als op zaterdag en zondag. En dat geldt niet alleen voor de werknemers met een bullshitbaan; ook de werknemers in de zorg, het onderwijs, de politie, de bouw en de horeca werken massaal in deeltijd.

Tenminste, de mensen die zich dat financieel kunnen permitteren. Maar dat geldt ook voor de 36-urige of 40-urige werkweek. Er zijn genoeg mensen die 50 of 60 uur per week buffelen, bijvoorbeeld in de schoonmaaksector of het transport. Soms is het nodig om de noodzakelijke kosten van levensonderhoud voor het gezin te betalen. Soms om wat extra luxe te hebben.

En dan is er nog een deel dat werken simpelweg leuk vindt, zelfs leuker dan met de kinderen legostenen op elkaar stapelen, of op televisie kijken naar het voetbal, een serie van Videoland of het gewauwel van de kletsende klasse. Bouwvakkers beunen massaal bij in de avonduren en het weekeinde. En ziekenhuisspecialisten draaien nog wat uurtjes in een privékliniek.

Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De vakbonden FNV en CNV willen in de komende cao-onderhandelingen afspraken maken over het vastleggen van de vierdaagse werkweek – zestig jaar nadat de vijfdaagse werd ingevoerd. Speerpunt daarbij is de thuiszorg. Nu is dat een sector waar het personeelstekort enorm is, maar de bonden denken dat minder uren werken wordt gecompenseerd door productiviteitsstijging en een lager ziekteverzuim. Of een thuiszorgmedewerker zal dankzij minder stress in vier dagen net zoveel steunkousen kunnen aantrekken en patiënten kunnen douchen als nu in vijf dagen.

Of ze gelijk hebben, is te betwijfelen, want de productiviteit is ondanks het massale parttimen niet gestegen.

Dat betekent niet dat de bonden niet hoog mogen inzetten. De arbeidsinkomensquote daalt al jaren. In 2023 was die 69 procent, wat betekent dat van elke verdiende euro 69 cent naar de werknemers en zzp’ers gaat en de rest naar aandeelhouders. Vier jaar eerder was het deel dat de loonslaven kregen 74 procent, en in 1994 nog 81,5 procent. Er is heel veel in te halen.

Behalve een vierdaagse werkweek eist de FNV – het CNV is gematigder – daarom ook een loonsverhoging van 7 procent en een stijging van het minimumloon tot 16 euro per uur. Vooral dat laatste is nodig om de groeiende en schrijnende armoede aan te pakken. De werkgevers denken dat alle eisen samen uitkomen op een loonstijging van 18 procent, wat in hun ogen volkomen onacceptabel is. Maar in werkelijkheid is het zo gek nog niet.

Alleen zijn er de grote personeelstekorten in vele sectoren, waar de eis blijft knellen. Dat kan alleen worden verholpen door mensen van buiten te halen, of met grootscheepse automatisering. In de zorg zullen patiënten daardoor vaker te maken krijgen met een robot dan met een mens.

Als het went, kan na de invoering van een vierdaagse werkweek worden gefilosofeerd over een driedaagse voor ergens rond 2080.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next