In opdracht van de gemeente Barcelona, die massatoerisme aan banden wil leggen, experimenteert de kunstbiënnale dit jaar met decentralisatie. Veertien van de vijftien plekken waar kunstwerken van de biënnale worden tentoongesteld liggen in het achterland van Barcelona.
Pijnbomen torenen de lucht in. Krekels tjirpen. Watervogels kwetteren. De tuin van de modernistische Spaanse villa Casa Gomis lijkt bij aankomst een kleine oase. Maar dan klinkt het gebrom van een opstijgend vliegtuig. Pal naast dit paradijs, verscholen achter het groen, ligt El Prat: het drukbezochte vliegveld van Barcelona.
Beatriz Gomis (75) groeide op met haar vijf broers en zussen in Casa Gomis. De villa is in opdracht van haar ouders ontworpen door de architect Antoni Bonet i Castellana. ‘Het vliegveld was er altijd al’, zegt ze, gebarend in de richting van het kabaal. ‘Maar vroeger lag het verder weg, was het veel kleiner en kwamen er alleen propellervliegtuigen.’ Tegenwoordig stijgt op slechts vierhonderd meter afstand om de paar minuten een straalvliegtuig op. ‘De ramen van het huis trillen als zo’n jet overvliegt.’
Over de auteur
Marsha Bruinen schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse beeldende kunst.
Een woonhuis is Casa Gomis door de overlast al dertig jaar niet meer. Wel een architectonisch monument, dat de komende maanden voor het eerst zijn deuren opent voor publiek ter gelegenheid van de 15de editie van Manifesta. De kunstbiënnale die elke twee jaar naar een ander Europees gebied reist, is nu in Barcelona neergestreken.
Of eigenlijk: rondom die wereldberoemde vakantiebestemming. Van de vijftien locaties waar tot eind november kunst is te zien, bevindt slechts één zich in Barcelona zelf. De rest ligt in naburige steden als Sant Adrià de Besòs, Sabadell, Terrassa en Granollers. Manifesta 15 leidt de Volkskrant en andere journalisten rond. De kunstorganisatie doet naast de villa-aan-het-vliegveld ook oude kloosters, kerken, fabrieken en een gevangenis aan: indrukwekkende plekken die desalniettemin weinig worden bezocht.
Probeer maar eens bezoekers te trekken als relatief afgelegen culturele instelling, in de schaduw van wereldberoemde trekpleisters als de Sagrada Família. In de kuststad Mataró, op een halfuurtje rijden van Barcelona, staat de eerste koepelgevangenis van Spanje. De ontvangstmedewerker vertelt dagelijks slechts zo’n twintig bezoekers welkom te heten. Ze hoopt dat deze editie van Manifesta daar verandering in brengt.
De kunstorganisatie gaat in elke stad waar ze neerstrijkt met een lokaal probleem aan de slag. Twee jaar geleden vond Manifesta plaats in Pristina, de hoofdstad van Kosovo, om zich daar hard te maken voor culturele wederopbouw. Barcelona benaderde Manifesta met de vraag te helpen het culturele aanbod – en daarmee het toerisme – meer te spreiden. Door het aanbod beter te verdelen wil Barcelona twee vliegen in één klap slaan: de binnenstad moet leefbaarder worden, de ‘slaapsteden’ eromheen levendiger.
‘Ik noem ons een incubator for social change’, zegt de Nederlandse Manifesta-directeur Hedwig Fijen (63). ‘Ik zeg altijd: we zijn geen kunstbiënnale, maar een experiment’. Steden kunnen in samenwerking met de organisatie iets nieuws uitproberen. ‘En als dat lukt, kunnen ze het zelf doorvoeren.’ Van het budget van 8,9 miljoen euro, gaat 5 miljoen naar banen, gebouwen en onderzoek in Barcelona, benadrukt Fijen.
Met decentralisatie als het belangrijkste experiment van deze editie is Manifesta dit jaar sterk uitgewaaierd. Kunstwerken van 92 deelnemers zijn verspreid over vijftien locaties en 3.000 vierkante kilometer. Op de website vind je uitvoerige beschrijvingen van de route die je als bezoeker kunt nemen van de ene naar de andere locatie.
Dat is geregeld nogal een onderneming, doordat het openbaar vervoernetwerk sterk is gecentraliseerd. Bus, tram, metro, regionale trein: je moet veel overstappen en je moet altijd door Barcelona om van de ene naar de andere voorstad te gaan. Manifesta 15 probeerde voor de volledige duur van de biënnale een efficiënter netwerk van shuttlebussen aan te leggen, maar omdat de regering daar uiteindelijk toch niet mee instemde, is dat maar voor vier dagen gelukt.
Als bezoekers maar geen auto’s gaan huren, verzucht de Barcelonese kunstenaar Mónica Rikić (37). In een oud, afgelegen klooster in Sant Cugat toont ze een video over de robotisering van zorg. ‘Ik woon in het stadscentrum’, zegt ze. Daar is het overvol met toeristen. Spreiden vindt ze daarom verstandig. ‘Maar auto’s huren niet; die proberen we juist de stad uit te krijgen.’
‘Het verkeer is hier zo heftig. Je hebt bijvoorbeeld helemaal niet het gevoel dat er hier ergens een strand is’, zegt Manifesta-directeur Fijen, die momenteel zelf in Barcelona woont. Daarom gaat Manifesta drie zondagmiddagen een gedeelte van de kustweg afzetten, zodat mensen 40 kilometer langs de zee kunnen fietsen. Het is een manier om de autostad terug te geven aan de inwoners. ‘Zodat ze tijdelijk het gevoel terugkrijgen dat ze in een kuststad wonen.’
Om de overweldigende schaal waarop Manifesta dit jaar plaatsvindt behapbaar te maken, zijn de vijftien locaties onderverdeeld in drie clusters. Casa Gomis maakt deel uit van het cluster ‘Balancing Conflicts’, dat gericht is op bescherming van de plaatselijke natuur (of natuurgebieden). In de blauw betegelde keuken van de villa toont Ambassade van de Noordzee nieuw werk over de rivier de Llobregat, die vlakbij Barcelona uitmondt in de Middellandse Zee.
‘De Llobregat kan wel wat liefde gebruiken’, zegt de Nederlandse Harpo ’t Hart (38), een van de initiatiefnemers van het internationale collectief van ontwerpers, kunstenaars, wetenschappers, juristen en beleidsmakers. De rivier is belangrijk voor de drinkwatervoorziening van Barcelona. Maar omdat de Llobregat moeilijk te bereiken is, voelen weinig inwoners zich ermee verbonden. Daarom organiseerde het collectief afgelopen zomer workshops. Onder een snelweg – een van de weinige plekken waar je bij de rivier kunt komen – schepten ze met kinderen vissen uit het water, om ze te bekijken en weer terug te zetten.
‘We wilden laten zien dat je, ook als je in een stedelijke omgeving woont, van de natuur kunt genieten’, zegt ’t Hart. ‘Zodat kinderen die gekke, bruine rivier ervaren als een plek vol leven, een plek waarvoor je kunt zorgen.’
Een harmonieuze manier van samenleven met de natuur wordt ook verbeeld in een fotoserie uit 1975 van de Catalaanse kunstenaar Fina Miralles (73), die te zien is in een oude slaapkamer. In vijf foto’s versmelt de kunstenaar stap voor stap met de tuin waarin ze zich bevindt. Gras en stro bedekken haar benen, groeien omhoog tot onder haar oksels, reiken dan tot aan haar nek en omhullen uiteindelijk haar hele lichaam.
Casa Gomis is een ideale plek om zulke ecokunst tentoon te stellen. Waar kunst over natuur en klimaat in musea nog weleens vrijblijvend kan overkomen, vergeet je hier door het voortdurende lawaai van vliegtuigen geen moment de realiteit waarnaar de sculpturen, video’s en weefkunstwerken over klimaat verwijzen.
Opstijgende vliegtuigen verstoren ook de vragen die Fijen opwerpt in de schaduw van een grote pijnboom naast Casa Gomis. Door het broeikaseffect en de opwarming van de aarde wordt het in Catalonië steeds droger. In januari riep het regiobestuur nog de noodtoestand uit. ‘Blijven we kiezen voor massatoerisme?’, vraagt ze in haar introductie van de kunst die hier te zien is. ‘Ondanks de vele signalen dat de biodiversiteit hieronder zal lijden of zelfs kan verdwijnen?’
Ongemakkelijk is die vraag wel. Ik ben vanochtend op dat vliegveld geland. Met mij tientallen andere journalisten. En wel om Manifesta 15 te bezoeken. Draagt de biënnale zo niet bij aan precies de klimaatproblematiek die ze probeert aan te kaarten?
Fijen neemt dat op de koop toe. Internationale pers nodigt Manifesta graag uit: de organisatie wil aan de wereld laten zien wat hier is gerealiseerd. Maar leiden zulke verhalen in de krant er niet toe dat mensen geïnteresseerd raken, de expositie zelf willen gaan zien en dus óók op het vliegveld stappen? Fijen denkt dat dat wel meevalt. ‘Ik denk dat mensen zo’n artikel vooral lezen om te weten: wat voor kunst wordt er tentoongesteld? Welke onderwerpen worden er behandeld? Ik geloof niet dat iedereen meteen gaat boeken.’
Het is een gevoelig punt. De gang van zaken in de internationale kunstwereld noemt Fijen onhoudbaar. ‘Wereldwijd zijn er 144 kunstbiënnales, van São Paolo tot Venetië.’ Het is onwenselijk om als kunstliefhebber álles te willen zien. ‘We moeten onze ecologische voetafdruk verkleinen. Biënnales moeten kritisch naar zichzelf kijken.’
Daarom promoot Manifesta de biënnale niet buiten de regio. De afgelopen jaren heeft de organisatie studies laten uitvoeren naar de regionale geschiedenis en dertig bijeenkomsten met burgers georganiseerd om te horen wat lokale gemeenschappen van de biënnale verwachten. Van de verwachte 200 duizend bezoekers zal 80 procent uit de omgeving komen, denkt de organisatie.
Manifesta 15 richt zich op de doelgroep met ‘focusweken’: een busje zal wekelijks van stad naar stad rijden en daar tijdelijke programma’s organiseren. ‘Het gaat ons erom de mensen in deze regio bewust te maken van de fantastische culturele plekken in hun directe omgeving’, zegt Fijen. Sceptici wijst de directeur op de track record van Manifesta. Bij eerdere edities bereikte de kunstorganisatie een hoog percentage lokaal publiek: 74 procent in Pristina en 67 procent in Palermo. Ter vergelijking: de Biënnale van Venetië had in 2022 slechts 41 procent Italiaanse bezoekers.
Fijen heeft nog meer voorstellen om biënnales duurzamer te maken: door er meer kunstenaars uit de regio waar de tentoonstelling gehouden wordt bij te betrekken (bij Manifesta 15 is dat 39 procent) en door als organisatoren van zulke tentoonstellingen kunstwerken onderling uit te wisselen.
Ze staat voor de ingang van een oude, leegstaande fabriek. Binnen is op een hoog opgehangen scherm een nieuwe film te zien van de Estse kunstenaar Katja Novitskova (40) over de doorgeslagen controle die de mens uitoefent op de natuur. Die uit zich volgens de kunstenaar onder andere in onze ‘obsessieve drang’ om dieren te fotograferen – zelfs ’s nachts. Nachtfoto’s van zwijnen en herten, met fel oplichtende ogen, vloeien in elkaar over.
Oorspronkelijk wilde Fijen een ander werk van Novitskova tonen, een film die ook op de Gwangju Biënnale in Zuid-Korea te zien is. Maar de curator van die biënnale wilde dat het werk exclusief in Gwangju bleef. Achterhaald, vindt Fijen dat streven naar uniciteit. ‘Want wie vliegt er nu nog zowel naar Gwangju als naar Manifesta om een paar werken te zien?’ Bijna de helft van de kunstwerken die op Manifesta 15 te zien is, was al eerder gemaakt en niet speciaal voor deze biënnale. Zo hoopt Fijen kunstenaars te ontlasten. ‘Zij staan nu onder enorme druk om steeds nieuw werk te creëren. Die overexploitatie wordt nog te weinig besproken in de kunstwereld.’
Sommige bestaande werken komen perfect tot hun recht op de bijzondere locaties van Manifesta 15. Het van zeep gemaakte Isaziso 1996 (2023) van Buhlebezwe Siwani (37), waarin zij vrouwelijke familieleden afbeeldt, was eerder te zien in het Rotterdamse kunstinstituut Melly, maar lijkt thuis te zijn gekomen in een middeleeuwse kerk in Terrassa. Siwani, zittend in de zon voor de kerk, knikt instemmend: ‘Kerken zouden plekken van zorg en tederheid moeten zijn. Dit werk toont zwarte vrouwen die voor elkaar zorgen.’
Siwani’s werk maakt deel uit van het tweede cluster van Manifesta 15: ‘Cure and Care’, dat draait om de helende kracht van kunst. Ook de fabelwezens van de Franse kunstenaar Eva Chettle (36), te zien in het natuurhistorisch museum van Granollers, vallen binnen dat thema. Voor haar eerste baan werkte Chettle in het Natuurhistorisch Museum van Parijs, waar ze leerde hoe je botten van dode dieren schoonmaakt. ‘Ik bleef vaak wat langer hangen na een werkdag om combinaties uit te proberen’, vertelt ze, wijzend naar een sculptuur aan de wand. ‘Dat zijn de wervels van een hond, de kaken van een vos, de schedel van een geit en pantsers van spinkrabben.’
Loop tien minuten vanaf het natuurhistorisch museum naar het centrum, en je hoort onder een 16de-eeuwse markthal gezoem van bijen uit vijfhonderd kleine luidsprekers komen: een kunstwerk dat Félix Blum (40) al vaker heeft tentoongesteld. Manifesta 15 bracht het werk naar Granollers, omdat het gezoem de samenstellers aan vliegtuigen deed denken en Granollers tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd gebombardeerd. Door Blums kunstwerk te presenteren als een ‘sonische herinnering’ aan die aanval, hoopt Manifesta 15 inwoners van de stad een toegang ertoe te geven.
Wat vindt Ayman Tobal Nafae (30) van Manifesta’s focus op lokale inwoners? Als organisator van de protesten tegen massatoerisme die afgelopen zomer in Barcelona plaatsvonden, zou de missie van de biënnale hem als muziek in de oren moeten klinken. Toch heeft de economisch historicus zijn twijfels, zegt hij via een videoverbinding vanuit zijn kantoor. ‘Als ik kijk naar de website van Manifesta en de complexe kunsttaal die ze gebruiken, denk ik dat deze biënnale maar een klein publiek zal bereiken: mensen die hoogopgeleid zijn, geïnteresseerd in cultuur, honderden boeken hebben gelezen en die goed in staat zijn om een moeilijk gesprek over bepaalde onderwerpen te voeren.’
Over het spreidingsbeleid van Manifesta 15, dat in opdracht van de gemeente Barcelona wordt getest, is Tobal Nafae sceptisch. Als bewoner van El Raval, een oude wijk naast de beroemde Rambla, ervaart hij dagelijks de gevolgen van massatoerisme: constant lawaai, supermarkten waar je alleen nog maar pizza margherita to go kunt kopen en een totaal gebrek aan diensten. ‘Is je raam gebroken en heb je iemand nodig om het glas te repareren? Veel succes. Barcelona is een bezoekersgebied geworden.’
Decentralisatie van kunst en cultuur lijkt dan al snel een goed idee, zegt hij. ‘Maar zo’n spreiding zorgt er ook voor dat de gentrificatie zich uitbreidt naar gebieden waar ze niet aanwezig was. Ken je die TikTok-video’s waarin iemand zegt: Hé, ik heb dit verborgen restaurant ontdekt? De volgende dag zit het daar vol met mensen.’
Tobal Nafae is bang dat de afgelegen plekken die Manifesta 15 aandoet hetzelfde lot ondergaan. ‘Mensen zijn altijd op zoek naar een unieke ervaring’. Met kunst en activiteiten op verborgen locaties zoals bunkers, kloosters en fabrieken zet Manifesta 15 zulke ‘verborgen pareltjes’ op de kaart. ‘En dat is de eerste stap van gentrificatie.’
Directeur Fijen denkt niet dat het zo’n vaart zal lopen. ‘Ik geloof niet dat decentralisatie onmiddellijk tot gentrificatie leidt. Als honderdduizend mensen van de Rambla naar Sant Adrià de Besòs gaan om de torens te bekijken, gaan ze daar niet meteen een huis kopen. ’
De torens van Sant Adrià de Besòs noemt de directeur niet zomaar. Van alle locaties die Manifesta 15 aandoet, is de toekomst van deze drie iconische schoorstenen in de kuststad net ten noorden van Barcelona het meest controversieel. Een plan om het terrein rondom de voormalige energiecentrale te gebruiken voor de bouw van luxueuze kustappartementen is goedgekeurd door de gemeente.
Omwonenden zien dat liever anders. Tussen 1973 en 2011, toen de centrale vanwege vervuiling en gezondheidsrisico’s werd gesloten, werkten er talloze mensen uit de omgeving. De ‘Sagrada Família van de arbeiders’, zoals zij het gebouw liefkozend noemen, zien zij graag getransformeerd tot een cultureel centrum, de kuststrook en omliggende ruimte tot een openbaar park.
In de voormalige liftschacht van de centrale heeft Manifesta 15, in samenwerking met bewoners en antropologen, een indrukwekkende archiefpresentatie samengesteld. Te zien zijn onder andere petrischaaltjes met monsters van vervuilende stoffen en foto’s van demonstraties daartegen. De protesten voor betere leefomstandigheden werden geleid door vrouwen die rondom de centrale woonden. Met een kunstwerk (2020) van het beroemde collectief Claire Fontaine verwijst Manifesta 15 naar die geschiedenis. ‘When women strike the world stops’, is te lezen in lichtgevende witte letters.
In deze kolossale centrale, onderdeel van het cluster ‘Imagining Futures’, is de kunst van het kleine gebaar het indrukwekkendst. Op de bovenste verdieping heeft Asad Raza (49) de ramen opengezet. Zeelucht waait naar binnen. Lange, witte doeken wapperen in de frisse wind. Eén verdieping lager heeft kunstenaar Alexandra Daisy Ginsberg (42) de ramen vervangen door glas in lood. De kunstenaar werkte daarvoor samen met de Spaanse familie Bonet, die ook de gekleurde ramen van de Sagrada Família heeft gemaakt. Dezelfde ambacht en aandacht siert nu dit icoon van Sant Adrià de Besòs. ‘Ik wilde glas in lood naar déze kathedraal brengen’, zegt de kunstenaar. Mooier laat de ambitie van Manifesta 15 zich niet verbeelden.
Manifesta 15, 15 locaties in en rondom Barcelona. T/m 24/11
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant