De minister-president ontvangt op Prinsjesdag traditiegetrouw de schrijvende pers voor een groepsgesprek. Voor Dick Schoof was het zijn eerste keer. Hij toont zich net zoals zijn voorganger een optimistisch mens.
Het uitgangspunt van het regeringsbeleid moet zijn wat er wél kan, zei koning Willem-Alexander in de Troonrede. Is dat de slogan van het kabinet?
‘Ja. Wij willen het kabinet zijn van: ‘Wat kan wel?’ En niet het kabinet van: ‘Wat kan niet?’ Je zou kunnen zeggen dat dit ook een soort gemoedstoestand is waarin we niet blind zijn voor de problemen, maar ons niet meteen laten ontmoedigen door mensen die zeggen dat iets niet gaat lukken.
‘De oppositie is daar onderdeel van ja. Een deel van de oppositie vindt ten principale dat dit kabinet er niet had mogen komen. Daarover ga ik graag in debat, ook woensdag en donderdag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. Ik luister.’
Uw voorganger Mark Rutte noemde Nederland altijd een gaaf land. Hoe zou u Nederland omschrijven?
‘Ik vind het moeilijk om daar een juiste titel aan te geven. Ik vind het een prachtig land om in te wonen, anders zou ik er ook geen premier van willen zijn. En ik ben trots op de 18 miljoen mensen die in dit land wonen.’
Dat heeft ook iets van het optimisme in zich wat Rutte met zich meedroeg. Bent u ook optimistisch?
‘Ja, ik ben absoluut een optimistisch mens. Ik denk dat ik anders ook nooit aan deze baan was begonnen. Ik was blij dat de Troonrede ook een optimistische toon had. Zonder de problemen of dreigingen die op ons land afkomen kleiner te maken dan ze zijn.’
Over de auteur
Natalie Righton is politiek verslaggever van de Volkskrant. Alles over politiek vindt u hier.
Wanneer is dit kabinet voor u een succes? Wat zijn de drie dingen die u absoluut bereikt wilt hebben ?
‘Er is geen quick fix, maar ik hoop dat dit kabinet de tijd krijgt om te zorgen dat we het asiel- en migratieprobleem echt hebben opgelost. En dat tegelijkertijd de rechten van mensen die echt bescherming nodig hebben in Nederland niet ter discussie staan.
Dat we voor elkaar krijgen dat er voldoende woningen worden gebouwd en dat we Nederland veilig kunnen houden. En we tegelijkertijd dit land welvarend kunnen houden en dat mensen dus geld in hun portemonnee hebben.
Die laatste drie dingen begreep ik. Maar als eerste zei u dat u hoopt dat het asielprobleem is opgelost. Wat bedoelt u daar precies mee?
‘Kijk, Ter Apel laat nu al 2,5 jaar zien dat het niet werkt. Het hele systeem zit vast. De aanvraagprocedures duren bizar lang. De opvang zit vol, er zit geen enkele rek meer in. Dat moeten we echt anders doen.’
Is er volgens u dan sprake van een asielcrisis of een opvangcrisis?
‘Uiteindelijk is het een samenspel dat leidt tot een asielcrisis. Maar op de instroom moet echt worden gestuurd omdat er te veel mensen naar ons land komen die – hoe begrijpelijk ook – op zoek zijn naar een beter leven. Niet omdat ze voor oorlog vluchten.’
Heeft u er inmiddels al over nagedacht wanneer de crisis voorbij is? Als de instroom laag is? Als Ter Apel niet meer overloopt? Of als mensen geen criris meer ervaren, zoals u eerder opperde?
‘Dat zal een samenspel van factoren zijn. De crisiswet die we hopen in te voeren heeft een maximale duur van twee jaar. Dus dat betekent dat we twee jaar de tijd hebben om het probleem op te lossen.’
Waarom roept dit kabinet eigenlijk geen wooncrisis uit? Heel veel mensen kunnen momenteel geen woonrumte vinden. Als u de wooncrisis uitroept, kunt u allerlei procedures opzij zetten zodat er snel gebouwd kan worden.
‘Het kabinet heeft een heel heldere bouwopgave geformuleerd: er moeten honderdduizend woningen per jaar bij komen. We maken hierover afspraken waar we lagere overheden en investeerders aan houden. We maken ook de procedures eenvoudiger. Het is onze stellige overtuiging dat we met dit pakket honderdduizend woningen per jaar kunnen realiseren.’
Dat zei de vorige woonminsiter ook. Dus zou zo’n crisiswet niet helpen als stok achter de deur?
‘Wij denken dat we ons doel kunnen realiseren met de maatregelen die we nu nemen.’
Uit recent onderzoek blijkt dat vooral lageropgeleiden veel meer vertrouwen hebben in dit kabinet dan in het vorige. Maar bij hoger opgeleiden is het vertrouwen eigenlijk laag. Hoe kijkt u naar die cijfers?
‘Het feit dat dit kabinet veel vertrouwen heeft, is vreugdevol. Ik kijk dan even naar het gemiddelde percentage. Dat is toch behoorlijk hoog ten opzichte van het vorige kabinet.’
Maar hoe verklaart u dat, dat juist bij die lager opgeleiden die sprong zo groot is?
Laat ik het even terugbrengen naar politieke partijen en even loskoppelen van het opleidingsniveau van mensen. Dat is ook wat plezieriger, vind ik. Dan zie je dat het vertrouwen van de PVV-stemmers groot is, van VVD en BBB behoorlijk en NSC wat minder. En bij de oppositie vrij laag. Nou, dat is klassiek zou je kunnen zeggen.
‘Het allerbelangrijkste vind ik dat we blijkbaar dingen doen die een grote groep kiezers belangrijk vinden. Tegelijkertijd geeft dat een enorme verantwoordelijkheid. Want we moeten het nu wel waarmaken.’
U heeft als premier een paar keer gezegd dat u mensen en het land weer met elkaar hoopt te verbinden. Toch heeft u te maken met vier fractieleiders die bijna elke week ruziënd met elkaar over straat rollen. Wat vindt u daarvan?
‘Nou, ik ben blij dat het niet in het kabinet gebeurt.’
Uw voorganger Rutte werd het oliemannetje genoemd, omdat hij vaak druk was om de onderlinge verhoudingen glad te strijken. Doet u dat ook?
‘Ik ben partijloos, hè. Dus ik laat de vier partijvoorzitters echt hun eigen ding doen. Ze moeten dat samen oplossen. Dat kan ik niet voor ze doen. Ik zit in het kabinet. Ik moet zorgen dat ik de ministers en staatssecretarissen op een goede open manier met elkaar laat discussiëren.’
Deze politici bepalen natuurlijk ook de stabiliteit van het kabinet. Dus is dat niet heel kwetsbaar als u daar zoveel afstand toe bewaart?
‘Nou nee, ik denk dat dat de enige juiste houding is. Ik moet zorgen dat het kabinet goed draait.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant