De Troonrede die koning Willem-Alexander dinsdag voorlas, was weer traditioneel ingewikkeld. Dat blijkt uit een analyse die de Universiteit Utrecht (UU) op verzoek van de Volkskrant heeft uitgevoerd. Net als vorige jaren had de tekst een taalniveau waar meer dan de helft van de Nederlanders moeite mee heeft.
Voor de analyse gebruikte de universiteit een softwaretool die de begrijpelijkheid van teksten beoordeelt. Dit Leesbaarheidsinstrument voor Nederlandse Teksten (LiNT) geeft aan elke tekst een score. Hoe hoger die score uitvalt, hoe meer mensen moeite hebben om de tekst te doorgronden. Met name abstracte, onbekende woorden en lastige zinsconstructies verhogen de moeilijkheidsgraad van een tekst.
De tekst van de Troonrede van dit jaar krijgt in LiNT een score van 55. Ruim de helft van de volwassen lezers in Nederland heeft moeite met teksten van deze categorie. In voorgaande jaren lag de score van Troonredes op een vergelijkbaar niveau. Ter vergelijking: Jip en Janneke-verhaaltjes scoren doorgaans tussen de 10 en 15, nieuwsartikelen rond de 40, rechterlijke uitspraken en wetenschappelijke artikelen boven de 60. Hoger dan 70 scoren teksten in de praktijk nooit.
De Troonrede van dinsdag bevat enkele uitschieters. Twee zinnen krijgen in LiNT de maximale score. Deze zinnen kenmerken zich door lange opsommingen met veel abstracte woorden. ‘De woorden zijn misschien niet extreem moeilijk’, zegt Henk Pander Maat, onderzoeker taal en communicatie aan de UU. ‘Maar als je een serie op televisie kijkt, komen woorden als ‘economie’, ‘toegankelijkheid’ of ‘energievoorziening’ niet voorbij.’
Qua lengte is de eerste Troonrede onder kabinet-Schoof evenmin een trendbreuk. De tekst die de koning in de Haagse Koninklijke Schouwburg uitsprak, telde in totaal 2.595 woorden, een aantal dat vergelijkbaar is met voorgaande edities. De laatste keer dat een Troonrede uit minder dan tweeduizend woorden bestond was in 2017.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant