Home

Wil onze monarchie overleven dan zal ze haar ongewoonheid meer op waarde moeten schatten

Het is Prinsjesdag en jawel, het Koninklijk Huis staat weer eens ter discussie. Vaak heeft dat niet zoveel met de koning zelf te maken, maar met wisselende politieke panelen. Zo haalde een decennium geleden een parlementaire (van PvdA tot PVV) meerderheid de koning uit het formatieproces en nu grijpt het NSC bij de kritiek op prinses en de ‘methode’-Laurentien het momentum om de ministeriële verantwoordelijkheid te herzien.

Vooral tijdens een politieke wisseling van de wacht, zoals nu, is de positie van de monarchie wankel. Door de ministeriële verantwoordelijkheid is de positie van de koning zo sterk als de zwakte van de minister-president. Zodoende is de koning kwetsbaar in een periode waarin de positie van de premier broos is. Zo staat een monarchie, zeker in een vitale democratie, altijd ter discussie. Zeker in onze ‘gekroonde republiek’, moet die ‘ongewone’ monarchie zich altijd verantwoorden ten opzichte van exogene druk, externe kritiek.

Over de auteur
Mark van Ostaijen is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Echter draagt nu vooral endogene druk bij aan haar kwetsbaarheid. Het lijkt er namelijk op dat het grootste gevaar voor de monarchie niet van buiten, maar van binnenuit komt. Doordat Willem-Alexander bewust inzet op alledaagsheid en het vermaatschappelijken van de monarchie. Die vermaatschappelijking is al een tijdje gaande. Die klinkt door in de ‘maatschappelijk relevante’ functies van de prins van Oranje (bij het IOC, het watermanagement), door buiten het hof te huwen, maar ook in de openbaar geëtaleerde smaak, taal en gedrag.

Zo wil deze koning niet te veel afstand in de aanspreekvorm (‘zeg maar gewoon Willem’), door gebruik van straattaal (‘ik wil niemand jinxen’), in positie (‘ik wil meer mens zijn dan majesteit’), in de kunst (Armin van Buuren in plaats van Het Nationale Ballet) en sportvoorkeur (de Grand Prix van Zandvoort in plaats van het Concours hippique). Die vermaatschappelijking is nu ook zichtbaar in de plannen om Prinsjesdag te ‘moderniseren’ tot een ‘festival met foodtrucks, optredens en artiesten’.

Die klinkt ook door in de posities van leden van de koninklijke familie. Of het nu de vastgoed- of racecircuitportefeuille is van prins Bernhard jr., de door Economische Zaken gefinancierde Techleaplobby ‘van start-ups tot scale-ups’ van prins Constantijn, het socialemedia-account van ‘gravinfluencer’ Eloise of de - inmiddels neergelegde - functie van prinses Laurentien: het toont een vergaande vermaatschappelijking van het Koninklijk Huis en de familie.

De leden van de koninklijke familie houden zich bezig met opvallend
alledaagse zaken zoals mode, start-ups en vastgoed. In dat licht zijn de aantijgingen van grensoverschrijdend gedrag, helaas, volledig in lijn daarmee. Die vermaatschappelijking is uiteraard een reactie op de meer gedistantieerde monarchie onder koningin Beatrix. Het is vooral een reactie op de dalende populariteitscijfers, overigens iets wat Beatrix ‘gevaarlijk, oppervlakkig en tijdelijk’ vond. Echter is die vermaatschappelijking niet zonder risico’s.

In een democratie heeft een monarchie altijd iets on- en buitengewoons. En in die buitengewoonheid schuilt ook haar kracht. Sterker, in dat fundamentele verschil ligt juist de legitimiteit van de monarchie. Want zonder afstand geen verschil en zonder afstand geen legitimatie om dat verschil nog te accepteren. Een monarchie ontleent haar legitimiteit niet zozeer aan maatschappelijk nut maar vooral aan symbolische waarde, die voortkomt uit distantie en verschil.

Alleen op basis van distantie, kan een monarch die samenleving op een legitieme wijze symboliseren, zoals op diplomatieke reizen, postzegels en
betaalmiddelen. Een monarch kan grofweg op twee manieren omgaan met die buitengewone positie: omarmen (met het risico van het verwijt van elitarisme) of ontwijken (met risico van populisme). Het is de balans tussen afstandelijkheid en nabijheid, tussen het mystieke en aanraakbare karakter der monarchie, zoals al geformuleerd door de Britse historicus Walter Bagehot.

Dat is balanceren op een dun koord, tussen vermajesteitelijken en vermaatschappelijken. En alleen een slimme monarch schiet niet
door. Ons koningshuis helt nu te veel door naar vermaatschappelijking, met het gevaar van zelfondermijning. Door zoveel mogelijk gewoon te willen zijn, kan het wel eens gewoon ophouden. Wil onze monarchie overleven dan zal ze haar ongewoonheid meer op waarde moeten schatten. Of in de woorden van de koning zelf: probeer niet ‘normaal te maken wat niet normaal is’. Een sterke monarchie blijft ‘gewoon onalledaags’, want alleen dan maakt ze nog - letterlijk en figuurlijk - verschil.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next