Home

Waarom Ter Apel het aantal asielzoekers opnieuw niet aankan

Opnieuw dreigt een scenario waarin asielzoekers in het aanmeldcentrum in Ter Apel de nacht in het gras moeten doorbrengen vanwege te weinig plek, net als twee jaar geleden. Hoe kan dat? De drie belangrijkste oorzaken op een rij.

1. De aantallen asielzoekers – maar die zijn niet uitzonderlijk

Twee jaar geleden werd Nederland geconfronteerd met tot dan toe ongekende beelden: asielzoekers sliepen weken achtereen in het gras buiten de poort van aanmeldcentrum Ter Apel. Anderen sliepen binnen, op plastic stoelen. De reden: er waren niet genoeg opvangplekken, omdat zich elke dag meer mensen aanmeldden dan er konden doorstromen naar reguliere asielzoekerscentra. Dat is nog steeds het geval.

In een vernietigend rapport vergeleek Artsen Zonder Grenzen de omstandigheden in Ter Apel met die van het beruchte Griekse kamp Moria. De Kinderombudsman concludeerde dat er sprake was van ernstige kinderrechtenschendingen: zo’n dertig jongens en twee meisjes sleten hun dagen in de wachtkamer van de immigratiedienst.

Het kabinet beloofde beterschap om herhaling te voorkomen. Toch is de nood opnieuw aan de man. Net als in 2022 dreigen asielzoekers buiten te slapen; een scenario dat afgelopen nacht in allerijl werd voorkomen doordat de gemeente Stadskanaal een sportzaal beschikbaar stelde. Vanavond wordt het opnieuw spannend, laat de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel onder valt, weten.

De gemeente maakte maandag ook bekend een dwangsom te hebben opgelegd aan het COA, omdat degenen die wel in Ter Apel kunnen verblijven dat voor een deel in sobere portakabins moeten doen, vergelijkbaar met een bouwkeet. Die zijn volgens burgemeester Jaap Velema van Westerwolde niet geschikt als overnachtingsruimte vanwege de brandveiligheid. De dwangsom loopt zolang het COA in gebreke blijft. Over het bedrag is niets bekendgemaakt.

De gemeente Westerwolde is in overleg met verschillende andere gemeenten om nieuwe opvangplekken te realiseren, aangezien het ernaar uitziet dat er ook komende nachten niet genoeg plek is in Ter Apel. ‘Dat betekent dat de gemeente de werkzaamheden van het COA blijkbaar moet overnemen om de mensen een veilig onderkomen te geven’, aldus een woordvoerder van de gemeente, waar de irritatie met de dag toeneemt.

Afgelopen week lukte het het COA geen enkele keer om het aantal asielzoekers dat de nacht in Ter Apel doorbrengt onder het onderling overeengekomen maximum van 2.000 te houden.

Het beeld uit Ter Apel doet vermoeden dat er plots veel meer asielzoekers in Nederland zijn neergestreken, maar dit strookt niet met de werkelijkheid. Uit de cijfers die de overheid publiceert, valt op te maken dat er in deze periode wekelijks zo’n 800 tot 1.000 asielzoekers naar Nederland komen, van wie nog altijd het gros afkomstig is uit Syrië. Twee jaar geleden schommelden die aantallen, rondom dezelfde tijd, tussen de 1.200 en 1.500.

2. Er is een groot tekort aan opvanglocaties

Hoe kan er nu dan toch opnieuw een crisissituatie zijn ontstaan? Asielzoekers melden zich bij het aanmeldcentrum in Ter Apel, waarna ze verhuizen naar asielzoekerscentra en noodopvanglocaties in het hele land. Het COA heeft in totaal 287 van die centra, waaronder 89 reguliere locaties en 198 noodopvanglocaties. Die zitten allemaal tjokvol, waardoor Ter Apel ook tjokvol blijft, terwijl zich elke dag nieuwe mensen melden voor de poort.

‘We hebben al een hele tijd geen buffer meer, waardoor zelfs de kleinste tegenvallers niet meer op te vangen zijn’, schrijft het COA op zijn website. Onlangs sloten meerdere grote noodopvanglocaties, zoals in Almere, Assen, Biddinghuizen, Nijmegen, Breda, Goes en Schagen, hun deuren.

Het COA doet al jaren een dringend beroep op gemeenten om nieuwe locaties te openen, maar die geven daar slechts mondjesmaat gehoor aan. Ze zien onder bewoners weinig draagvlak voor nieuwe opvanglocaties, onder meer vanwege de vrees dat asielzoekers overlast veroorzaken.

Met name de zogeheten veiligelanders zijn berucht. Deze asielzoekers, uit bijvoorbeeld Marokko en Tunesië, maken geen kans op een verblijfsvergunning, maar hebben tijdens hun procedure wel recht op opvang.

Om gemeenten te kunnen dwingen asielzoekers op te vangen, nam het vorige kabinet de Spreidingswet aan. Die moest leiden tot een evenwichtiger verdeling van asielzoekers. Het nieuwe kabinet heeft echter aangekondigd een streep door de Spreidingswet te zetten. In afwachting daarvan bleek de wet een wassen neus.

De nieuwe minister van Asiel en Migratie, Marjolein Faber (PVV) ziet meer heil in het beperken van de instroom, in de hoop dat er in de nabije toekomst minder opvangplekken nodig zijn. Ze wil onder meer de procedures aanscherpen en de nareis van meerderjarige kinderen beperken. Ook wil het kabinet een lik-op-stukbeleid voeren voor overlastgevers en steviger inzetten op terugkeer naar het land van herkomst, iets waarvan de praktijk al heeft uitgewezen dat dit buitengewoon lastig is.

3. Het woningtekort

Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen en daarmee officieel statushouder zijn, hebben binnen drie maanden recht op een woning. Door de krapte op de woningmarkt, wordt deze termijn nu vaak niet gehaald. Daardoor blijven ook statushouders in asielzoekerscentra wonen en stokt de doorstroom.

Op dit moment wachten bijna 20 duizend statushouders in opvanglocaties van het COA op een woning. Zij vormen ongeveer een kwart van de totale bezetting en houden plekken bezet die eigenlijk bedoeld zijn voor asielzoekers die nog geen vergunning hebben.

Het COA heeft sinds februari dit jaar meerdere zogeheten doorstroomlocaties ingericht, waar statushouders in afwachting van een woning kunnen verblijven. Ook worden kleine groepen statushouders in hotels geplaatst. Het idee achter dit nieuwe concept is dat statushouders kunnen beginnen met inburgeren in de regio waar ze blijvend gaan wonen.

Behalve een tekort aan woningen, zijn ook niet de juiste woningen beschikbaar. Uit een analyse van het COA, in juli, bleek dat de woonruimtes die gemeenten beschikbaar stellen vaak niet aansluiten bij de behoeften van statushouders. Zo wijzen gemeenten liever geen eengezinswoningen toe aan alleenstaande statushouders, omdat dit lastig valt te verantwoorden naar mensen die al lange tijd op een wachtlijst staan voor een sociale huurwoning.

Het gaat hier bovendien vaak om statushouders die alleen vooruit zijn gereisd en nog wachten op familieleden die overkomen. Gemeenten en woningcorporaties plaatsen deze personen daarom liever meteen in een meerpersoonswoning, ter voorkoming dat er meermaals moet worden verhuisd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next