De ‘Witte Flits’ was een van de eerste Nederlanders die aanspraak maakten op de in 2002 ingevoerde euthanasiewet. In de naar hem vernoemde de openingsfilm van het Nederlands Film Festival vertellen regisseur Laura Hermanides en cameravrouw Myrthe Mosterman zijn familieverhaal.
Wie een beetje online speurt naar Witte Flits, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival, vindt al vlot een verwijzing naar de échte Witte Flits. Even naar beneden scrollen langs de aankondigingen van voorvertoningen in de bioscopen. En dan is daar het online-monumentje van de voetbalclub in Badhoevedorp: een liefdevol in memoriam voor hun in 2012 overleden oud-teamgenoot René. Beter bekend onder zijn bijnaam ‘de witte flits’, vanwege zijn snelheid en bleke gelaat. Een ‘op en top linksbuiten’, die met zijn ‘onberekenbare acties’ naast de tegenstander soms ook de eigen ploeg tot wanhoop dreef. Tot het ‘fysiek en mentaal’ niet meer ging.
De Witte Flits was een van de eerste Nederlanders die aanspraak maakten op de in 2002 ingevoerde euthanasiewet. Maar mensen met een psychische aandoening, zoals hij, kregen aanvankelijk geen medewerking van de instanties. Pas acht jaar later mocht zijn leven in een hospice worden beëindigd, vanwege ‘uitzichtloos en ondraaglijk geestelijk lijden’.
Het televisieprogramma Spraakmakende zaken besteedde in 2013 aandacht aan de zaak: de ouders, Jan en Agnes, schoven aan tafel bij presentator Paul Rosenmöller om te spreken over de onnodig verlengde lijdensweg van hun zoon, en diens zelfverkozen verlossing.
Laura Hermanides, dan een jaar eerder afgestudeerd aan de filmacademie in de richting documentaire-regie, was een van de kijkers. ‘Het was voor het eerst dat er meer dan tien psychisch gemotiveerde gevallen van euthanasie waren toegekend. En hij was de jongste ervan. Wat mij vooral trof, was hoe die ouders daar samen zaten. Twee mensen uit wat je dan het arbeidersmilieu noemt, een milieu waar in elk geval niet de hele dag over existentialisme werd gedebatteerd. En die, misschien juist daardoor, zo eerlijk konden vertellen over hun ervaring. Het deed me denken aan een Griekse tragedie. Die ouders hadden voor iets onmogelijks gestaan.’
Over de auteur
Bor Beekman is filmredacteur van de Volkskrant.
De regisseur (36) zit op haar kantoortje in Amsterdam-West, samen met cameravrouw Myrthe Mosterman (40). ‘Ik herinner me ons eerste gesprek over de film’, zegt die. ‘Toen had je het over ouderliefde: dáár zat je fascinatie. Ouderliefde waardoor dit het laatste is wat je wilt: dat je kind dood gaat. Maar ook ouderliefde waardoor je het beste wilt voor je kind.’
Het is anderhalve week voor de première, aanstaande vrijdag in de Utrechtse Stadsschouwburg. Naast een drama over een man in geestelijke nood, die waarschuwt dat hij de duivel is en iemand iets aan zal doen als zijn euthanasiewens niet wordt ingewilligd, is Witte Flits bovenal een portret van de ouders van zo iemand.
Aagje en Toon heten ze, in de film. De zorg om hun inmiddels volwassen kind, de eindeloze gang langs artsen, instanties en instellingen; het zette zich vast in hun lichaam. Je zou ze in je armen willen nemen, zo gebutst ogen acteurs Renée Soutendijk en Raymond Thiry. Af en toe persen ze er nog een sprankje geknakt plezier uit, die Aagje en Toon. Wat humor en spot, of cynisme. Waar het inktzwarte en onkenbare psychisch lijden van hun zoon Rick (acteur Sanne den Hartogh) onvermijdelijk iets abstracts behoudt, is hun verdriet – en liefde – steeds invoelbaar.
‘Renée en Raymond zijn bijna het tegenovergestelde als acteurs’, zegt Mosterman. ‘Zij is heel technisch, hij speelt meer op intuïtie. Renée is rustig, beheerst. Heel lief ook. Raymond is grilliger, maar bezorgt haar dan wel ineens de slappe lach. Heel charmant.’
Aanvankelijk had Hermanides een ‘observerende documentaire’ willen maken, geen speelfilm. Het plan: met de camera de liefhebbende ouders volgen van iemand die euthanasie wenst op basis van psychische gronden. Ze zocht daartoe ook contact met Agnes, de moeder van de Witte Flits, die op de achtergrond betrokken zou zijn als ‘ethisch klankbord’.
Het Mediafonds stak geld in het project. Niet zo vreemd: Hermanides had ondertussen al een puntgave observerende documentaire geregisseerd over een onmogelijke Amsterdamse puber, Geef me ’s ongelijk (2015). Maar bij het wegbezuinigen van dat Mediafonds verschoof de toegekende subsidie naar de publieke omroep, waar men andere ideeën had over de gekozen vertelvorm.
Hermanides weigerde concessies te doen, waarna de subsidie wegviel. Wat ze dacht, na al zo veel tijd en moeite in het project te hebben gestoken? Ze lacht. ‘Nou ja, zak erin...’
Jaren later ging ze toch nog eens langs bij de moeder van de Witte Flits: het onderwerp had haar nooit losgelaten. Agnes, inmiddels al in de 80, wees Hermanides op de grote stapel papier die haar overleden echtgenoot had nagelaten. Zevenhonderd met de hand volgeschreven A-viertjes, een wekelijks bijgehouden verslag van de moeilijke jaren met zijn zoon.
Agnes had het nooit gelezen. ‘Toen ik vroeg of ze bereid was om samen met mij te onderzoeken of er misschien een verhaal in zat, twijfelde ze wel even. Wilde ze daar wel doorheen? Ze besloot het te doen, omdat haar zoon graag had gewild dat zijn ervaring anderen kon helpen.’
Gedurende twee weken lazen ze er samen elke dag doorheen, af en toe onderbroken door een lange wandeling. ‘De vader had alles heel precies opgeschreven. Ook de soms bijna absurde details. Die scène bij het hospice bijvoorbeeld, dat ze geen euthanasie kunnen plegen zolang zijn verzekeringspasje zoek is. Het stond er allemaal zo in.
‘Het was verdrietig om zo samen te lezen – zelf hield ik het ook niet altijd droog. Maar op momenten hebben we toch ook wel gelachen. Agnes is superscherp, een hyperintelligente vrouw. Toen ik haar de eerste montageversie liet zien, zei ze na afloop: nee, ik voel het niet echt. Vond ik zo leuk: dat ze ook gewoon heel kritisch bleef.’
Mosterman, vrolijk: ‘Die versie wás ook nog niet goed.’
Sanne den Hartogh, die de Witte Flits speelt, ging voor de opnamen op bezoek bij Agnes. Hermanides: ‘Jij hebt de allermoeilijkste taak, zei ze tegen hem. Want jij moet iets spelen wat we allemaal niet begrijpen, en ook nooit helemaal zullen begrijpen. Dat hielp Sanne ook wel, geloof ik: dat hij zijn personage niet volledig kón doorgronden.’
Agnes sprong ook bij met de filmlocatie. ‘Waarom doe je dat niet gewoon bij mij thuis?’, opperde ze toen Hermanides al enige tijd speurde naar een geschikte doorzonwoning voor de opnamen in het ouderlijk huis van de Witte Flits. ‘Dat had ik echt nooit durven vragen’, zegt de regisseur. ‘Ik heb ook wel even getwijfeld. Moet ik dit wel doen? Werkt dit wel? Maar het klopte. En Agnes was heel vastberaden.’
Cameravrouw Mosterman: ‘Het was superklein. Als we draaiden stond de crew op de stoep. Binnen was alles wit, wat visueel niet makkelijk is, tenzij je een compleet lichtteam hebt, waar wij het budget niet voor hadden. Maar als je het nu ziet in de film, voelt het huis ook echt krap. Dat werkt goed. En deze film moest ook niet te mooi worden. Niet poëtisch, romantisch of esthetisch. Dat is niet waar het om gaat.’
De ietwat documentaire-achtige aanpak vertaalde zich ook in de ongeplande inbreng van een witte zwaan, die in meerdere scènes belandde, waaronder die waarvoor Renée Soutendijk bij nacht en tot haar middel in de Sloterplas moest staan.
Hermanides: ‘Steeds als we aan het filmen waren kwam-ie kijken.’
Mosterman: ‘Moet dat nou, dacht ik, zo’n zwaan? Dat denk ik soms nog steeds. Kwam dat dier zo perfect langs zwemmen. Iedereen meteen: ja draaien, draaien! Het was bijna té mooi. Zo’n plaatje. Dat was niet zoals we de film in ons hoofd houden. Maar ja, het was ook écht – hij kwam naar ons toe.’
‘Het klopte gewoon’, besluit Hermanides. De echte Witte Flits was geobsedeerd door wit, zijn grote liefde was een witte Opel Kadett, klassiek model – ook dat zit in de film. ‘Hij wilde dat zijn einde werd gezien als iets lichts. Als het wit. En hoeveel witte dieren heb je nou?’
Een donker thema, zoals dat van hun film, is niet uitzonderlijk tijdens de feestelijke openingsavond van het NFF. Twee jaar geleden opende het festival nog met Zee van tijd: een rouwdrama over de ouders van een overboord geslagen kind. Ook bij die film was het camerawerk van Mosterman.
Ze wil een lans breken voor het festival. ‘Dat ze in Utrecht durven kiezen voor zo’n kleine film, echt low-low budget, vind ik stoer. Een debuut nota bene, met een controversieel onderwerp. Meestal kiezen ze toch de duurste of dikste Nederlandse film, waar dan ook het meeste geld van het Filmfonds in zit.’
De cameravrouw, tegen de interviewer: ‘Was jij somber na het zien van Witte Flits? Voor mij zit er ook iets van opluchting in, aan het einde. En best wat humor.’
Hermanides knikt: ‘Het onderwerp is zwaar, niet de film.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant