Home

Steeds luider klinkt de roep om Syriërs terug te sturen naar ‘veilige’ delen van hun thuisland – maar zijn die wel veilig?

PVV-leider Geert Wilders vindt dat Syrië veilig genoeg is om Syrische vluchtelingen te laten terugkeren. Ook andere Europese landen zoeken manieren om asielmigratie in te dammen. In de praktijk is het Syrië van president Bashar al-Assad echter voor vrijwel niemand veilig.

In het halfduister licht de gloeiende punt van een sigaret op. Op het dakterras is het stil, afgezien van een enkele voorbijrazende auto, beneden in nachtelijk Beiroet. De 34-jarige Jalal blaast peinzend een wolkje. Of hij ooit terug wil naar zijn geboorteland Syrië, was de vraag. ‘Nee’, zegt hij beslist. ‘Niet zolang de regering van president Bashar al-Assad er zit. Zijn regime ziet ons niet als mensen, maar als beesten.’

Jalal is een pseudoniem; uit angst voor represailles wil hij niet met zijn echte naam in de krant. Toen hij zeven jaar geleden zijn land ontvluchtte naar buurland Libanon bleven zijn ouders in Syrië achter. Hij wil niet dat hun iets overkomt. Wereldwijd zijn er naar schatting 6,7 miljoen mensen die net als hij Syrië zijn ontvlucht, en die in Libanon, Turkije, Europa of elders in de wereld onderdak hebben gevonden.

Over de auteur
Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Hiervoor was hij correspondent Centraal- en Oost-Europa.

Maar voor hoelang nog? In de Europese lidstaten waar radicaal-rechts aan de macht is, of aan de poorten rammelt, pleiten beleidsmakers steeds luider voor het terugsturen van Syriërs naar ‘veilige’ delen van hun thuisland. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen van woensdag en donderdag zal PVV-leider Geert Wilders naar verwachting voorstellen dat het kabinet Syrië deels ‘veilig’ gaat verklaren.

Syriërs die in Nederland asiel hebben aangevraagd maar nog geen verblijfsvergunning hebben, moeten worden teruggestuurd, zo schreef Wilders eind vorige maand op X. De vraag of een land al dan niet veilig is voor terugkeer, wordt in Den Haag beantwoord aan de hand van ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar PVV-minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie) heeft al laten weten dat die wat haar betreft niet heilig zijn. ‘Er zijn ook andere bronnen.’ Op welke bronnen ze doelde, wilde ze niet zeggen.

Brandbrief

De PVV-wens is bepaald niet nieuw, maar kan in Europa op steeds meer bijval rekenen. Acht EU-lidstaten, aangevoerd door Italië, schreven deze zomer een brandbrief aan de Europese Commissie waarin ze opriepen tot een diametraal andere Syriëpolitiek. Op dit moment is de EU-lijn al ruim een decennium dezelfde. Volgens dat standpunt moet er een politieke transitie komen die recht doet aan de ‘aspiraties’ van de Syrische opstandelingen, conform een resolutie van de VN-veiligheidsraad die in 2015 werd aangenomen. Vrij vertaald: Assad moet weg, of in elk geval serieus werk maken van hervormingen.

Van die stellingname willen de acht nu af. Assad heeft de oorlog gewonnen (en heeft twee derde van het land in handen), zeggen zij, dus het is tijd om de sancties tegen kopstukken uit zijn regering op te bergen en weer zaken met hem te doen. Na zo’n ommezwaai, zo hopen met name de mediterrane ondertekenaars (Griekenland, Italië, Cyprus), kan er ook een begin worden gemaakt met het terugsturen van Syrische asielzoekers.

Geweldsniveau

De Duitse regering ondertekende de brief niet, maar ook daar dreigt de stemming te kantelen. Directe aanleiding is de aanslag in de stad Solingen, enkele weken geleden, waarbij een uitgeprocedeerde Syrische asielzoeker drie mensen doodde. Daarnaast kwam een gerechtshof in Münster deze zomer tot een opmerkelijk vonnis in een zaak van een andere uitgeprocedeerde Syriër. Wilders verwees ernaar in zijn tweet. Het geweldsniveau in Syrië is volgens het hof niet meer zo hoog dat burgers overal voor hun leven moeten vrezen.

Heldere taal, zou je denken, en toch ligt misleiding op de loer. Vooropgesteld: echt ‘voorbij’ is de oorlog niet. De provincie Idlib wordt wekelijks door het regime gebombardeerd, in het noordoosten strijdt Turkije tegen de Koerden en in woestijnachtige delen van het land steekt Islamitische Staat (IS) nog altijd de kop op. De zuidelijke provincie Dera’a is een Wilde Westen van milities waar ontvoeringen en afpersing aan de orde van de dag zijn.

Het echte probleem is echter niet zozeer de oorlog, maar de willekeurige repressie door Assads veiligheidsdiensten. ‘Het gaat niet om oorlogsgeweld, maar om politiek geweld’, zegt Nikolaos van Dam telefonisch. Van Dam is voormalig speciaal gezant voor Syrië en schrijver van het standaardwerk Destroying a Nation: The Civil War in Syria (2017). ‘Dat geweld kan iedereen treffen. Zelfs aanhangers van het regime lopen gevaar. Wie ooit is gevlucht wordt per definitie gezien als niet-loyaal. Op je familieleden na kun je in Syrië niemand helemaal vertrouwen.’

Geknapt

Op zijn dakterras wipt Jalal een bierflesje open. Het gebied waar hij vandaan komt, de kuststreek nabij de stad Latakia, wordt vaak genoemd als een van de twee ‘veilige’ gebieden, samen met de hoofdstad Damascus. De Assad-familie komt er vandaan, en leunt er van oudsher op de stedelijke middenklasse. Jalal voldoet aan dat profiel. Hij deed niet mee aan de grootschalige protesten van 2011-2012, keek de kat uit de boom en toen hij een keer iets kritisch zei over de president, dreigde een vriend hem in elkaar te slaan.

In 2017 knapte er iets. Jalal schreef rapteksten en was het zat dat hij zichzelf moest censureren. Bovendien wachtte hem de verplichte militaire dienst. Hij vluchtte naar buurland Libanon. Op dat moment werkte hij bij een staatsbedrijf en voor ambtenaren is vluchten strafbaar – bij terugkeer wacht hem daarom een celstraf van 5 jaar. In Syrië weet je nooit of je dat overleeft; foltering is er staande praktijk.

Jalal behoort tot de alawieten, een religieuze minderheid (11 procent) waar ook Assad en diens ministers toe behoren. Dat klinkt geprivilegieerd, maar kan ook averechts werken. ‘Juist omdat ik een van hen ben, zullen ze mij als verrader beschouwen en extra hard aanpakken.’

Terugkeren naar Syrië

Dit alles neemt niet weg dat er sporadisch mensen terugkeren – vrijwillig. Volgens VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR ging het tussen 2016 en 2023 om bijna vierhonderdduizend mensen, wat neerkomt op gemiddeld vijftigduizend per jaar. Het werkelijke aantal zou hoger kunnen liggen, aangezien sommigen onopgemerkt binnenkomen via smokkelroutes. Het gaat om Syriërs die de xenofobie in buurlanden als Turkije of Libanon zat zijn, die bang zijn dat hun grond of appartement wordt geconfisqueerd of voor hun zieke ouders willen zorgen. Dat er van wederopbouw geen sprake is, nemen ze voor lief.

De komende jaren zal die groep echter een minderheid blijven, zo valt op te maken uit een enquête van datzelfde UNHCR, eerder dit jaar afgenomen onder enkele duizenden Syriërs. Op de vraag of ze ooit willen terugkeren, antwoordde 55 procent: nee. 30 procent zei van wel, de rest wist het niet.

Vooraf proberen terugkeerders vaak via via te checken of ze in Damascus op zwarte lijsten staan. Maar zelfs als dat niet het geval is, ben je je leven volgens mensenrechtenorganisaties niet zeker. In toespraken heeft Assad meermaals gesuggereerd dat vluchtelingen per definitie verraders zijn. Bij rijke families die terugkeren, worden soms de kinderen ontvoerd voor losgeld. Daarnaast is er de praktijk van taqrir, waarbij gevluchte Syriërs – buiten hun medeweten om – door buren bij de autoriteiten zijn aangegeven. Wrang genoeg gebeurt het ook geregeld dat terugkeerders worden gearresteerd omdat ze worden aangezien voor een regimecriticus met dezelfde naam.

Geen consistentie

Human Rights Watch rapporteerde over de 32-jarige Yasser uit de stad Homs. Hij wilde terug vanuit Libanon. Door de Libanese politie werd hem verzekerd dat er een verklaring lag uit Damascus met de boodschap: je bent hier veilig. Een dag na terugkeer werd hij echter opgepakt. Hij verdween vier maanden in een cel en werd bruut gemarteld. ‘Ook al belooft het regime dat ik probleemloos kan terugkomen, dan nog ga ik dat niet doen’, zegt ook Jalal. ‘Het zijn leugenaars. Dat zijn ze altijd geweest.’

Europese landen zoeken naar consistentie in de manier waarop Assad tegen landgenoten optreedt, zegt Mohammad al-Abdallah, directeur van de in Amerika gevestigde organisatie Syria Justice and Accountability Centre (SJAC). Maar het probleem is dat die ontbreekt. ‘De één is veilig, de volgende vijf niet, ook al zijn ze geen van allen anti-regime. Het is volstrekte willekeur. Natuurlijk kan een rechtbank zeggen: kijk, die persoon is niets overkomen, maar feitelijk zouden Syriërs in Europa altijd het voordeel van de twijfel moeten krijgen.’

Het staatsapparaat in Damascus is bovendien failliet. Het Assad-regime houdt zich staande met inkomsten uit de illegale handel in captagon, een amfetaminepil die gretig aftrek vindt in de rijke Golfstaten. Een doorsnee ambtenarensalaris ligt tussen de 10 en 20 euro. In dergelijke omstandigheden ligt afpersing op de loer. Al-Abdallah vertelt over een koppel dat onlangs op familiebezoek kwam uit Zweden. ‘Ze werden meegenomen naar een reeks kantoren van veiligheidsdiensten. Bij ieder kantoortje werden ze gedwongen smeergeld te betalen, zogenaamd omdat ze misdaden hadden begaan.’

Mochten Nederland en Duitsland dus ooit Syriërs willen gaan terugsturen, dan wacht hen een hachelijk spel met mensenlevens. Centraal in het Vluchtelingenverdrag (1951) staat het principe van non-refoulement: wie bij terugkeer serieus gevaar loopt, mag niet zomaar worden teruggezonden naar het land van herkomst. Wie kan dat garanderen als het gaat om de gruwelloterij genaamd Syrië?

Sinds een jaar maakt Nederland al een voorbehoud bij asielzoekers die – na hun vlucht – probleemloos in Syrië terug zijn geweest, bijvoorbeeld voor familiebezoek of om hun papieren op orde te brengen. Als je dat kunt doen, kun je er ook wonen, zo luidt de logica. Een verblijfsvergunning zal deze groep dus niet meer krijgen. De vervolgstap, terugsturen, blijft niettemin ondoenlijk.

Abominabel levenspeil

‘Ik sterf nog liever dan dat ik terugga’, zegt de 30-jarige Anas (niet zijn echte naam) op het terras van een koffiehuis, elders in Beiroet. Net als Jalal nam hij nooit deel aan de protesten; op papier heeft hij weinig te vrezen. ‘Maar ik wil niet in militaire dienst. Het is volstrekt onduidelijk hoelang je dienst duurt. Een vriend heeft 8,5 jaar moeten dienen.’

Belangrijker nog vindt hij het abominabele levenspeil. Negen op de tien Syriërs leven onder de armoedegrens van de VN. De wijk waar Anas vandaan komt heeft per dag vier uur stroom. De publieke voorzieningen (huisvesting, ziekenhuizen, scholing) zijn rampzalig. Syriërs die de afgelopen jaren door de Libanese autoriteiten werden gedeporteerd, lieten zich in veel gevallen ogenblikkelijk terugsmokkelen.

Alsof dat nog niet genoeg is, wijzen kenners op nog een ander probleem: niets wijst erop dat Assad zelf aan terugkeer wil meewerken. Waarom zou hij dat doen, zolang hij die morrende groep niets te bieden heeft? ‘Assad heeft twee prioriteiten: politieke erkenning op het wereldtoneel en het verdwijnen van de sancties’, aldus Al-Abdallah (SJAC). Om dat laatste te bewerkstelligen, zal Assad proberen het vluchtelingendossier als wisselgeld te gebruiken. ‘Tegen Europa zal hij zeggen: ik wil best meewerken aan terugkeer, mits jullie de sancties schrappen en meebetalen aan de wederopbouw.’

Of Wilders zijn zin gaat krijgen, is dus op z’n best twijfelachtig. De vorige kabinetten trokken juist samen op met Duitsland, Frankrijk en België in het voortzetten van de anti-Assadlijn. Vorig jaar nog daagde Nederland Syrië voor het Internationaal Gerechtshof wegens schending van het mondiale antifolterverdrag. Tegen een vermoedelijke folteraar van een van Assads milities begint bij de rechtbank Den Haag binnenkort een strafzaak. Nu een draai van 180 graden maken en banden aanknopen met datzelfde bewind zou internationaal voor gefronste wenkbrauwen zorgen.

Terwijl Jalal een tweede sigaret opsteekt, vertelt hij over zijn vader die achterbleef in Syrië. Hij loopt tegen de 70, zijn gezondheid gaat achteruit. In een opwelling bood Jalal aan om desnoods, als er niemand anders is, voor hem te komen zorgen. ‘Ook al ben ik straks dood, zei mijn vader toen aan de telefoon, ik wil niet dat je komt.’ Jalal denkt niet dat hij hem ooit nog zal zien. Zelf wil hij niet in Libanon blijven, en denkt hij aan een toekomst elders. Het liefst in het Westen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next