Tot nu toe is enkel de boerenstand gekrompen door het landbouwbeleid, maar zijn de problemen niet opgelost. Kringloopboeren vrezen dat door het overlegcircus over ‘doelsturing’ de noodzakelijke transitie nog meer vertraging oploopt.
Doelsturing. Het was het afgelopen jaar het nieuwe toverwoord om de landbouw te verduurzamen en om uit de stikstofcrisis te komen. Boeren zouden in plaats van een set maatregelen, een aantal doelen opgelegd krijgen waarbij ze zelf mogen bepalen hoe ze die bereiken. Dus niet: ‘Plaats een luchtwasser of creëer een bufferstrook’, maar ‘Zorg dat je je stikstofuitstoot reduceert en je slootwater schoon is’ - en bedenk zelf maar hoe.
Als Caring Farmers, die toe willen naar de kringlooplandbouw, vinden we dat
mooi klinken, want die aanpak kan leiden tot meer autonomie en vrijheid op het boerenerf. En veel van onze boeren konden toch al moeilijk uit de voeten met de vele voorschriften vanuit Den Haag. Onder het huidige beleid en met de huidige instrumenten is de boerenstand enkel gekrompen, maar de problemen zijn niet opgelost.
We vinden het dus een goed idee om beleid en modellen nader onder de loep te nemen. Hier zijn we het dus allemaal over eens, van LTO tot FDF tot Caring Farmers: willen we een gezonde boerenstand behouden, dan zijn andere beleidsinstrumenten nodig.
Over de auteurs
Annette Harberink en Ruud Zanders zijn oprichters van Caring Farmers, een organisatie gericht op kringlooplandbouw.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Doelsturing betekent wel dat je de doelen goed formuleert en kunt meten of ze worden gehaald. Als Caring Farmers namen we dus enthousiast deel aan enkele gesprekken over KPI’s, Key Performance Indicators oftewel: belangrijke prestatie-indicatoren. We vinden bijvoorbeeld dat je uitstoot van broeikasgassen niet per kilo product moet meten, maar per hectare. Doe je het per hectare, dan beloon je de boer voor extensieve bedrijfsvoering met kruidenrijk grasland, veel weidegang (koeien) en minder importvoer. Een win-win-win voor natuur, dier en klimaat.
Kies je daarentegen als overheid of zuivelfabriek voor beloning op lage uitstoot per kilogram vlees of liter melk, dan stimuleer je de boer om intensiever te werken en meer melk uit een koe of van een hectare te halen. Gunstig voor de zuivelverkoper, maar niet voor natuur en boer en voor het dier al helemaal niet.
Intussen lekten de nieuwe kabinetsplannen uit, met een (eerder bepleite) sanering van de veestapel. Maar helaas, het uitkoopbeleid mist creativiteit (en budget). Natuurlijk zijn er boeren zonder opvolger die nu versneld stoppen en daarmee bijdragen aan een reductie van de veestapel, mest en stikstof. Maar waar is het beleid voor de blijvers? Waar is het transitiefonds van minister Van der Wal gebleven om de blijvende boeren te helpen verduurzamen?
We zien zeker voordelen in het kabinetsplan om dierrechten af te romen bij bedrijfsovername. Dat helpt bij het remmen van de schaalvergroting en het verkleinen van de veestapel, en dat is mooi. Want de gigantische veestapel houdt nu alle boeren in de houdgreep. Beter was het als deze regeling alleen gold voor de grote intensieve veehouders en niet voor de kleinere en extensieve boeren, zodat het echt aantrekkelijk wordt voor boeren om te extensiveren.
Terug naar de KPI-tafels, waar wij vrolijk aanschoven. Maar al gauw merkten we dat doelsturing een nieuw toverwoord voor: vertragen. Het hele circus van overleggen tussen overheden, agro-industrie, adviesbureaus, ngo’s en boerenorganisaties over ‘governance’ en KPI-taal is opgezet met één doel: het uitstellen van de broodnodige middelensturing op kunstmest en krachtvoer.
Aan elke overlegtafel pleit de agro-industrie voor de inzet van nog duurdere technieken waarmee zij meer kunnen verdienen. Denk aan mestvergisters of kostbare meetapparatuur die de boer straks nodig heeft om te bewijzen dat de stallucht en water schoner zijn geworden.
Wat ons vooral zorgen baart, is dat zolang dit dure doelsturingscircus loopt, we niet aan echte oplossingen werken terwijl de insecten verdwijnen. We kunnen niet nog twee jaar wachten, maar moeten nu de bron van het stikstofprobleem – veevoerimport en kunstmest - aanpakken. Dat betekent middelensturing, en snel. Zolang we dat niet doen, werken we vooral aan het behoud van de agro-industrie. Dat leidt tot het verdwijnen van boeren en nog meer schaalvergroting, tot een platteland dat steeds stiller wordt door minder boeren, minder vogels en minder insecten.
We zoeken naar progressief beleid gericht op transitie, waarbij excessen worden uitgebannen (ingrepen bij dieren, hoge kalversterfte, buitensporig gifgebruik in de bollenteelt, et cetera) en met veel aandacht voor de duurzame koplopers. Beleid waarbij verduurzaming loont, doordat gezonde groenten en fruit in de winkel goedkoper zijn dan ultrabewerkte producten.
Voor zulk beleid is een langetermijnvisie op voedsel nodig, een visie waar ook de BBB en LTO Nederland de afgelopen jaren om riepen. De discussie over de landbouw wordt nu vooral binnen één ministerie gevoerd, LVVN, waar vooral naar de kosten van de transitie wordt gekeken. Wij vragen dit kabinet breder te kijken. Nu het transitiefonds is afgeschaft, richten wij ons op alle andere ministers: investeert u mee in een duurzame landbouw?
Een schone landbouw met een dierwaardige veehouderij en een ‘planeetaardig’ dieet, scheelt miljarden aan zorg- en milieukosten. Een transitie naar een dierwaardige veehouderij en natuurinclusieve landbouw is beter voor álle Nederlanders en de enige manier om klimaat-, water-, natuur- en dierenwelzijnsdoelen te halen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant