Tachtig jaar geleden startte Operatie Market Garden. Dat was een offensief van de geallieerden om voor Kerstmis 1944 de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog te verslaan. Maar er ging van alles mis tijdens de operatie. Wat gebeurde er?
Het idee van de Britse veldmaarschalk Bernard 'Monty' Montgomery was gewaagd: verover dankzij grote aantallen luchtlandingstroepen de bruggen over de rivieren en kanalen in het zuiden van Nederland.
Stoom vervolgens met een grote colonne tanks op via Arnhem richting het Ruhrgebied in nazi-Duitsland, met als uiteindelijk doel: Berlijn.
Om de operatie te laten slagen moest vrijwel alles lukken. Echte mogelijkheden om grote tegenslagen te omzeilen waren er niet.
De Britse tanks konden alleen oprukken als over alle waterwegen op weg naar het noorden een brug in handen was. Dat moest onder meer gebeuren bij Son, Grave, Nijmegen en uiteindelijk Arnhem.
Inzet van luchtlandingstroepen was in de Tweede Wereldoorlog een relatief nieuw middel. Belangrijke voorwaarden om succesvol te zijn waren het verrassingseffect en verwarring bij de vijand. Grote gevechten met bijvoorbeeld tanks of artillerie konden de parachutisten nauwelijks aangaan, omdat ze doorgaans licht bewapend waren.
Tijdens de invasie van Normandië was de inzet van de airborne-troepen succesvol geweest, maar bij Market Garden was hun rol veel nadrukkelijker en rustten er essentiële taken op hun schouders. Een risico was dat door de grote afstand tot het front deze troepen alleen door de lucht konden worden bevoorraad met voedsel en munitie.
Een ander risico vormde de weg richting Arnhem. De tanks van het XXX-corps konden volgens de planners van de operatie niet door de drassige weilanden in de regio en moesten dus gebruikmaken van één tweebaansweg. Daardoor waren de tanks kwetsbaar voor opstoppingen en aanvallen van langs de weg verscholen Duitsers.
Een kolossale fout werd al gemaakt in de planning van de operatie. Via meerdere wegen, waaronder het Nederlandse verzet, kwam informatie beschikbaar over twee SS-panzer-divisies die in de omgeving Arnhem lagen. Deze troepen waren teruggetrokken na het strijdgewoel in Frankrijk. Hoewel beide divisies niet meer volledig waren, ging er nog steeds een groot gevaar vanuit.
Maar Montgomery negeerde de aanwezigheid van de SS-elitetroepen. De luchtlandingstroepen werd verteld dat het Duitse leger op zijn gat lag en dat de militairen vooral bestonden uit oude mannen en kinderen.
De Britse Eerste luchtlandingsdivisie werd bovendien ver van Arnhem gedropt, waardoor het verrassingseffect nihil was. Ook waren er te weinig vliegtuigen beschikbaar, waardoor een deel van de Britse para's pas een dag later kon komen.
De Poolse parachutisten zouden dan ook worden gedropt. Weersomstandigheden in Engeland zorgden echter voor een paar dagen vertraging, waardoor het deel van de militairen dat op 17 september was geland bij Oosterbeek uiteindelijk onvolledig de strijd moest aangaan tegen een verrassend grote Duitse overmacht.
Dat de radio's daarbij niet werkten en ze dus niet met elkaar of de legerleiding konden communiceren was een extra belemmering.
Bij de Amerikanen verliep het in eerste instantie beter. De troepen van het 101e (bekend van de serie Band of Brothers), bevrijdden Eindhoven, maar voordat ze de brug over het Wilhelminakanaal konden veroveren, bliezen de Duitsers deze op. De bouw van een noodbrug zorgde voor de eerste vertraging voor de oprukkende tanks.
Bij Nijmegen lukte het de Amerikanen niet om de brug in handen te krijgen, ook omdat ter plekke werd besloten dat dit niet de hoogste prioriteit had. De para's van het 82e die toch een poging waagden, werden gestopt door de in allerijl opgetrommelde Duitsers.
De Duitsers hadden hun verdediging vrij snel op orde, onder meer dankzij de in Oosterbeek gestationeerde veldmaarschalk Walter Model. Omdat de parachutisten keurig gecentreerd werden gedropt, kon Model snel bepalen wat de doelen moesten zijn.
Een belangrijke bijdrage werd ongewild geleverd door een gesneuvelde Amerikaan van het 101e, die de plannen van de volledige operatie bij zich droeg. De Duitsers wisten na deze vondst precies wat de geallieerden van plan waren.
Dat veldmaarschalk Model twee SS-panzer-divisies tot zijn beschikking had, maakte zijn werk een stuk makkelijker. De gedropte Britten bij Arnhem en Oosterbeek moesten het opnemen tegen de Tiger- en Panther-tanks van de Duitse elitetroepen.
Toch slaagde een deel van Britse divisie erin om de noordkant van de brug in Arnhem te bereiken en zich daar in een paar huizen te verschansen. Vier dagen hielden de para's, onder leiding van luitenant-kolonel John Frost, het vol. Toen werd de Duitse overmacht te veel.
Het grootste deel van de Britten raakte na mislukte pogingen om Frosts troepen bij de brug te bereiken omsingeld bij Oosterbeek. Daar konden ook de bij Driel gedropte Poolse luchtlandingsdivisie niets meer tegen uitrichten.
De Britse tanks van het XXX-corps hadden hun landgenoten bij Arnhem kunnen helpen, maar het eerdere besluit om niet direct de brug over de Waal bij Nijmegen te veroveren bleek kostbaar. Uiteindelijk lukte het de geallieerden pas op 20 september om de Waal over te steken, te laat om in Arnhem nog het verschil te kunnen maken.
De belangrijke weg waarover de tanks noordwaarts moesten stond inmiddels bekend als 'Hells Highway', door de vele tegenaanvallen van de Duitsers. Het silhouet van de tanks op de verhoogde weg was een makkelijk doelwit voor Duitse antitankwapens. Geallieerde luchtsteun was er door het slechte weer in eerste instantie nauwelijks.
Toen de tanks eindelijk aankwamen bij de zuidkant van Arnhem hadden Frost en zijn mannen zich al lang overgegeven. Een poging om alsnog de brug te veroveren werd verhinderd door de Duitsers, bevoorradingsproblemen en het feit dat de troepen er na dagen onafgebroken vechten doorheen zaten.
Op 24 september werd besloten dat Market Garden was mislukt. De Britse troepen bij Arnhem en Oosterbeek werden zoveel mogelijk geëvacueerd. De verliezen waren groot. De Britten verloren rondom Arnhem en Oosterbeek alleen al rond de achtduizend man. In totaal lagen de geallieerde verliezen hoger dan die van de invasie in Normandië.
De nieuwe frontlinie kwam bij Nijmegen te liggen. Hoewel een groot deel van zuidelijk Nederland vervolgens snel werd bevrijd, moesten de geallieerden het halen van Berlijn voor de kerst definitief uit hun hoofd zetten.
Een groot deel van Nederland maakte zich op voor nog een winter onder nazi-juk. De oorlog in Europa duurde nog tot mei 1945.
Source: Nu.nl algemeen