Ook met PVV-minister Marjolein Faber aan het roer, rekent het ministerie van Asiel en Migratie nog steeds op de komst van een recordaantal asielzoekers. In de begroting wordt rekening gehouden met een instroom van meer dan 75 duizend asielzoekers in 2025 én 2026. Pas daarna moet het beleid van Faber effect krijgen.
‘Het Faber-effect’, twitterde PVV-leider Geert Wilders in augustus meteen toen bleek dat er in de zomer minder asielzoekers dan verwacht naar Nederland waren gekomen. Maar in de nieuwe begroting van het ministerie van Asiel en Migratie is van een dergelijk effect nog niks terug te bespeuren. Uit de stukken, die door de Volkskrant zijn ingezien, blijkt dat er rekening wordt gehouden met een instroom van 76.400 asielzoekers volgend jaar en 78.780 in 2026. De kosten lopen in de begroting op tot 9,4 miljard in 2025 en 9,7 miljard in 2026.
De voorspellingen over het aantal asielzoekers in de begroting zijn zoals gebruikelijk gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognoses (MPP) van het ministerie die afgelopen april zijn verschenen. Waarschijnlijk komt er in oktober weer nieuwe voorspellingen.
Over de auteur
Frank Hendrickx is politiek verslaggever en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
In het verleden zijn de voorspellingen vaak onbetrouwbaar gebleken, mede omdat factoren als oorlog en klimaatrampen moeilijk in modellen te vangen zijn. Voor dit jaar wijst alles erop dat de voorspellingen te hoog waren. Het ministerie ging voor 2024 uit van bijna 70 duizend asielzoekers, maar afgaande op de actuele cijfers van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) zal dat eerder rond de 45 duizend liggen (in augustus lag de daadwerkelijke instroom op 30.644). Een eenduidige verklaring van die daling is er nog niet, maar mogelijk komen er door de zogenoemde Tunesië-deal minder vluchtelingen naar Europa.
Vanuit de academische wereld klonk in het verleden al de kritiek dat de overdreven prognoses van het ministerie worden gebruikt om ‘paniek te zaaien’ en zo de geesten rijp te maken voor vergaande maatregelen. In die logica kan Faber de hoge cijfers nu gebruiken om haar beleid kracht bij te zetten.
Dat het ministerie het aangekondigde beleid van Faber nog niet verwerkt in de prognoses, toont tegelijkertijd aan dat er ook onder PVV-bewind nog geen pakket ligt dat meteen en onomstotelijk de instroom gaat beperken.
Dat geldt ook voor de eerste, omstreden maatregel die Faber heeft aangekondigd: het gedeeltelijk buiten werking stellen van de Vreemdelingenwet, omdat er sprake zou zijn van een asielcrisis. Wat levert dat op? Zelfs bij voorstanders van een strenger asielbeleid valt te horen dat het vooral draait om politieke symboliek: de rest van de wereld moet meekrijgen dat er een andere wind waait in Nederland.
Concreet kan Faber via de noodverordening vooral de procedures aanscherpen, bijvoorbeeld door het aantal opeenvolgende aanvragen te bemoeilijken en aanvragen ongegrond te verklaren als mensen niet bij de IND op gehoor verschijnen. Maar de enige maatregel met een direct effect op de instroom is het schrappen van de nareis van meerderjarige kinderen – een relatief kleine groep.
De noodprocedure rond de Vreemdelingenwet is slechts de eerste stap in de viertrapsraket die de PVV-minister aankondigt in het regeerprogramma. De tweede stap is het indienen van een opt-outverzoek deze week bij de Europese Commissie, waardoor Nederland zich niet meer hoeft houden aan Europese asielrichtlijnen. Maar zelfs Faber verwacht daar op korte termijn geen soelaas van, ook omdat voor een opt-out een tijdrovende verdragswijziging nodig is waarmee alle lidstaten moeten instemmen.
De derde stap is de inwerkingtreding van een zogenoemde ‘tijdelijke asielcrisiswet’, die maximaal twee jaar van kracht moet blijven. Als de asielcrisiswet af is – Faber hoopt voor de herfst – zal de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer nog enkele maanden duren. En ook bij deze tijdelijke wet is het de vraag of het meteen effect heeft op de instroom.
Faber wil via de crisiswet de opvang versoberen en ‘een asielstop’ invoeren, maar dat laatste komt volgens ingewijden vooral neer op het maximaal oprekken van alle termijnen. Daarnaast wil Faber met dezelfde crisiswet de zogenoemde spreidingswet intrekken, waarmee vluchtelingen evenredig over het land worden verdeeld. Ook dat is een maatregel die vooral over de opvang gaat en hoogstens een indirect effect heeft op de instroom.
De laatste stap die Faber voor ogen heeft, is meteen ook de meest stroperige: de invoering van een zogenoemd twee statusstelsel, waarbij personen die tijdelijk op de vlucht zijn voor oorlog minder rechten krijgen dan mensen die persoonlijk vervolgd worden in hun land van herkomst. Door dat onderscheid te maken, kunnen tijdelijke vluchtelingen veel minder aanspraak maken op gezinshereniging en sociale voorzieningen.
De structuurwijziging zal een uitvoerig wetgevingsproces vergen. Daarna moet de IND nog de tijd krijgen om de uitvoering op orde te krijgen. Al met al kan zo’n tweestatusstelsel nog een geruime tijd op zich laten wachten.
Faber zal al sneller resultaten verwachten van haar beleid en moet daarbij vooral hopen op het afschrikwekkende effect van haar aanpak. Ook kan een scherper beleid in andere Europese landen haar nog op weg helpen.
Alleen blijkt dat die hoop en verwachting niet in een begroting te vangen is. Geert Wilders mag Faber dan ‘een kanjer’ vinden en ‘nu al de beste minister van Nederland’, ook met haar aan het roer houdt het ministerie van Asiel en Migratie de komende jaren rekening met recordaantallen asielzoekers.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant