Home

Waarom moet ík, met drie mannen in huis, eigenlijk alle mannendingen doen?

Daar smakte het pak waspoeder tegen de vloer van het washok. Het was tijdens het centrifugeren losgetrild van zijn biotoop (de bovenkant van de wasmachine) en de zwaartekracht deed de rest. Dank u wel, meneer Newton! Het waspoeder, hagelwitter dan mijn wasgoed ooit zal zijn, lag tot diep in de gang.

Niet dat dit de eerste keer was, of zo. Verwijtend keek het pak OMO mij aan, met zijn grote, boze O’s . Een mond heeft hij niet, maar God hoorde hem brommen, namelijk: ‘Waarom maak je geen handige plank, trut, voor mij en mijn zusjes Wasverzachter, Vlekkenmiddel, Maatbekertje en Vanish Oxi Action (van een andere vader)?’

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Welja, een plank! Ik moet hier ook álles zelf doen. Even opmeten dan maar. Niet dat ik ook maar één van de ettelijke meetlinten, duimstokken en geodriehoeken kon vinden die ons huis herbergt, maar ik heb een Zwitsers zakmes. En aan dat mes zit, behalve een priem, een schroevendraaier en een visontschubber, ook een meetlatje. Een plank van 60 centimeter zou precies passen, mat ik, want bij 61 stuitte ik op een koperen buisje. Voor water, gas of licht, dat moest dat buisje zelf maar weten: ik wist genoeg.

Even later, bij de doe-het-zelfwinkel, trof ik een weelde aan kant en klare planken (‘meubelpanelen’), maar: allemaal 20 centimeter te lang. Naast een zaagmachine zat een jongen in bedrijfsblauw korzelig naar de klok te staren. ‘Meneer, wilt u hier 20 centimeter voor mij afzagen?’ Nee, daar kon die zak ‘niet aan beginnen’. Ik moet ook álles zelf doen.

Ik kocht de plank, tegen beter weten in. Thuis hield dat buisje gniffelend zijn poot stijf. Maar wat dat koperen ploertje niet wist: aan mijn zakmes zit ook een prima zaagje, dat desgevraagd gretig zijn tanden zette in de plank.

Het zaagsel vermengde zich met het waspoeder op de vloer, allengs bedropen door het zweet mijns aanschijns, maar voilà: de plank paste! OMO voelde zich er meteen thuis, met zijn zusjes. ‘Dank u wel, lieve mevrouw!’, riepen ze in koor.

Trots deed ik verslag aan mijn zoon, die na een slaperig ‘Goh...’ het dekbed weer over zijn oren trok. ‘Waarom moet ík, met drie mannen in huis, eigenlijk alle mannendingen doen?’, vervolgde ik. ‘Ik doe de vrouwendingen ook al! Boodschappen, koken...’ Hij ging rechtop zitten. ‘Vrouwendingen?’, riep hij verontwaardigd. ‘Weet je dat er ook moeders zijn die de kleren van hun kinderen stríjken? En jij...’

Ik greep mijn zakmes. Zou ik mijn zoon te lijf gaan met de priem, de schroevendraaier of de visontschubber?

Ik moet hier ook álles zelf doen.

Source: Volkskrant

Previous

Next