Home

‘Er is geen durfkapitaal in Nederland – er is kapitaal, geen durf’

Het Enschedese Athom wist te doen wat maar weinigen in de techsector zo snel lukt: winst maken. Dat succes dankt Athom aan een goed idee, maar zeker ook aan de eigengereidheid van de oprichters.

‘Ik eet nog steeds hetzelfde ontbijt’, zegt Stefan Witkamp (31), oprichter en commercieel directeur van het Enschedese techbedrijf Athom.

‘En ik doe nog steeds de afwas’, zegt Emile Nijssen (32), mede-oprichter en creatief directeur van het techbedrijf. ‘In de basis is er niets veranderd. We doen nog steeds wat we leuk vinden.’

Over deze rubriek

In de wekelijkse rubriek De onderneming vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Athom, opgericht in 2014, met veertig werknemers. Omzet wordt niet bekendgemaakt.

Nog altijd zitten ze in hetzelfde kantoor bij de Oude Markt in Enschede, waar ze de voordeur delen met een poolcafé. Op tafel ligt boterkoek klaar voor bij de koffie. Slingerende prototypes maken de geschiedenis van het bedrijf tastbaar.

Tien jaar geleden moesten Witkamp en Nijssen, als studenten creative technology aan de Universiteit Twente, op zoek naar een bedrijf om bij af te studeren. Daar hadden ze geen zin in. ‘We zijn nogal koppig en onafhankelijk’, zegt Nijssen. ‘En we hadden geen zin om onze energie te steken in een random product bij een random bedrijf. We zeiden daarom tegen elkaar: waarom richten we geen eigen bedrijf op?’

Dat bedrijf werd deze zomer voor 80 procent overgenomen door de Zuid-Koreaanse elektronicagigant LG. De overnamesom is niet bekendgemaakt, maar een Zuid-Koreaanse krant noemde een bedrag van 55 miljoen euro.

Eigenwijze jongens

Beiden kwamen niet uit een ondernemersfamilie, noch werden ze aangespoord te ondernemen. Ze waren gewone eigenwijze jongens die dachten dat ze iets konden – Nijssen had zich op zijn 15de al bij de Kamer van Koophandel geregistreerd als programmeur.

En toen moesten ze dus afstuderen.

‘Het idee hadden we al’, zegt Witkamp. ‘Eerder in onze studie hadden we een overzicht gemaakt van smart home-systemen, apparaten die elektrische producten in huis aansturen. Fabrikanten waren allemaal bezig met aansturing van hun eigen producten, zoals de Philips Hue. Wij bedachten een universeel dashboard waar je al je producten op kunt aansluiten, via een soort appstore. Dat deed nog niemand.’

Het resultaat was de Homey: eerst een bol, later een ijshockeypuck, vol elektronica om slimme apparaten vanuit één plek te kunnen aansturen: de lichten dimmen, de thermostaat omlaag, de wasmachine laten draaien. Inmiddels biedt Athom ook een onlineabonnement aan, waardoor je geen fysiek apparaat meer nodig hebt, maar de boel via één app kunt regelen. Over de hele wereld heeft Athom inmiddels honderdduizenden gebruikers.

Gebruikerscommunity

Wat het idee zo goed maakte was niet alleen het product zelf, maar ook dat ze het voor elkaar kregen om een community op te bouwen, hobbyisten die het leuk vonden om de vertaalslag te maken van die ene specifieke wasmachine naar de Homey. ‘Nijssen: ‘Dat bleek voor sommigen verslavend, en dan gingen ze ook andere apparaten koppelen. Ze hielpen eerst zichzelf, en daarna ook heel veel anderen.’

Witkamp: ‘Dat hadden wij als bedrijf nooit allemaal zelf kunnen doen. Er worden zoveel producten ontwikkeld. Als je daar allemaal code voor moet schrijven, is dat dweilen met de kraan open. Bovendien bleken de externe programmeurs toepassingen te bedenken die we zelf nooit zouden bedenken.’

Zo werd Homey plots in Noorwegen heel populair. Wat bleek: iemand had een programmaatje geschreven dat de actuele stroomtarieven uit een database haalde. Die tarieven kunnen andere programmeurs dan weer gebruiken als invoer voor apps die bijvoorbeeld het juiste moment kiezen om de droger aan te zetten. ‘Daar hadden we nooit zo over nagedacht. Maar die toepassing wordt natuurlijk steeds belangrijker.’

Cruciaal daarbij, zegt Nijssen, was de gebruiksvriendelijkheid. ‘Zowel voor de programmeurs als voor de gebruikers. Daar gaat heel veel werk in zitten. Het moet voor beide groepen zo soepel mogelijk werken.’

Dat draait om protocollen, documentatie, en een goede klantenservice die bemand wordt door mensen die zelf precies snappen hoe het product werkt. Nijssen. ‘Een prototype maken is maar 1 procent van het werk. Daarna begint het pas echt. Dat wisten we ook niet toen we begonnen hoor. Ik zeg altijd: we doen dit niet omdat het makkelijk is, maar omdat we dáchten dat het makkelijk zou zijn.’

Ongebruikelijk winstgevend

Het idee sloeg aanvankelijk ook onder investeerders aan: hun bedrijf werd als eerste in Nederland gefinancierd via Kickstarter, een doorgeefluik voor kleine particuliere investeerders. Daarmee haalden ze in 203.914 euro op – genoeg voor een begin. De jaren daarna stapten ook zes ‘angels’ aan boord, welgestelde mensen die met hun geld een beginnende onderneming onder hun vleugels nemen.

Doordat de oprichters zuinig waren en vrij snel een werkend product hadden, werd het bedrijf al binnen een paar jaar winstgevend – ongebruikelijk in de techwereld, waarin het motto toch lange tijd is geweest om maar zoveel mogelijk geld te verbranden en dan weer nieuwe investeerders aan te trekken. Nijssen en Witkamp hielden zo de meerderheid van de aandelen zelf in handen, en groeiden gestaag door.

Dat was deels ook pure noodzaak. Hoeveel private equity in Nederland er ook is, en hoeveel investeringsfondsen er ook zijn: bijna niemand durfde geld in Athom te steken. ‘Er is geen durfkapitaal in Nederland’, schampert Nijssen. ‘Er is kapitaal, zonder durf.’

Witkamp: ‘Ze willen allemaal hetzelfde. Software, geen hardware. Business-to-business, geen consumentenproducten. Iets administratiefs. Heel risicomijdend.’ Nijssen: ‘Ze hebben in hun spreadsheets niet eens een kolom om de inkoopkosten in hun analyses te verwerken. Ze zijn helemaal niet ingesteld op bedrijven die iets máken.’

Witkamp: ‘En dus gaat het geld naar al die platforms. Booking, Thuisbezorgd, Adyen.’ Nijssen: ‘Tussenpersonen die teren op wat anderen produceren.’

Mooie producten maken

Het is een van de makkes van Nederland, en zelfs van Europa, zoals Mario Draghi vorige week in zijn rapport benoemde. Echte innovatie komt te weinig van de grond. En als er dan al een innovatieve start-up is, dan wordt die bij het opschalen overgenomen door partijen van buiten Europa. Zoals LG.

Maar Nijssen en Witkamp blijven voorlopig in Enschede zitten. Ze gaan door met ‘het leukste dat er is’: een mooi product maken.

En ja, ze zijn rijk. Als het iets in hen heeft veranderd, dan is het een gevoel van vrijheid, en het gevoel dat ze na tien jaar hard werken iets rustiger kunnen slapen. Nijssen: ‘Je mag al die tijd niet denken: misschien is Google in het lab wel met hetzelfde bezig als wij. Want als je dat denkt, dan begin je nooit ergens aan. Maar we waren wel altijd nerveus als bijvoorbeeld Apple de lancering van een nieuw product aankondigde.’

En misschien kunnen zij zelf met hun geld straks iets doen wat in Nederland te weinig gebeurt, mijmeren ze: investeren in startups die dingen máken. Nijssen: ‘Wie weet worden we gevraagd voor Dragon’s Den.’ Witkamp: ‘Zou mooi zijn om andere startende ondernemers ook verder te kunnen helpen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next