Zoals wel vaker in het noorden van Spanje was het die zomermiddag bewolkt. Mijn vriendin en ik zaten op een stoepje op een plein in San Sebastian. Ze was zwanger van onze eerste dochter. Haar buik was een verlegen heuveltje, nog maanden verwijderd van de trotse berg die hij zou worden. ‘We moeten haar ook alvast gaan inschrijven voor de opvang’, zei ze opeens.
Dat ik vader ging worden was al onwerkelijk, maar dat we nu al kinderopvang moesten gaan regelen voor een ongeboren kind, was helemaal niet te bevatten. We hadden nog niet eens een naam. Even versteende ik – net lang genoeg om deze herinnering voor altijd in die stoep op dat pleintje te krassen.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Tien jaar later loop ik met vrouw, voornoemd kind en haar kleine zus door de smalle straatjes van San Sebastian. Terwijl ik in een lange rij voor een te dure bakker sta om chocoladecroissants voor onze dochters te kopen, zoekt mijn vrouw in de winkel aan de overkant naar wandelschoenen (omschrijf een doorsnee vakantiedag van 40-plussers).
We slenteren daarna wat door de overvolle straatjes, maken ruzie met onze dochters die geen zin hebben om te slenteren en gaan uiteindelijk op het strand zitten bij La Concha. Ik kleed me om en zwem samen met mijn dochters naar een drijvend platform in de baai met een glijbaan. Zo versteen je op een plein in San Sebastian, knip in je vingers en zo zwem je met twee dochters in de Atlantische Oceaan, zonder zwembandjes (zij ook niet).
Even later pakken we onze spullen weer in en gaan op zoek naar een restaurant waar we wat kunnen eten. Je hoeft zelf niet in San Sebastian geweest te zijn om te weten dat je er verrukkelijk kunt eten. Hoogste dichtheid aantal sterrenrestaurants ter wereld. Misschien wel de gastronomische hoofdstad van het universum. Los van de sterrenrestaurants kun je in bijna elk barretje geweldig eten en heb je keuze uit een enorme hoeveelheid kleine hapjes – pintxos – die je vervolgens laat verdrinken in een groot glas txakoli. Heerlijk heerlijk nomnomnom.
Maar onze dochters willen niet lekker eten. Ze willen patat. En dus eten we patat. ‘Had je je tien jaar geleden kunnen voorstellen dat we hier nu zo zouden zitten?’, vraagt mijn vrouw, terwijl ze kauwt op een te kort gebakken frietje.
Als we klaar zijn lopen we via de boulevard terug naar de auto. We stoppen bij hetzelfde bankje waar we in het versteende tijdperk met zijn tweeën op de foto gingen en gaan daar nu met zijn vieren op de foto. Als we even later de stad uitrijden komen we langs dat ene pleintje met die ene stoep waar we dat ene gesprek hadden. ‘Kijk’, zeg ik tegen mijn vrouw, ‘daar hadden we dat ene gesprek.’
We kijken, maar voordat we het hebben kunnen zien, zijn we er al voorbij.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant