Home

Omarm het ongemak, praat over geld en nog 33 suggesties voor een prettige omgang met collega’s

Hoe hoort het en wat spreken we af? In deze onregelmatig verschijnende serie doen verschillende auteurs een voorzet voor nieuwe etiquetteregels op veelal onontgonnen terreinen. Filosoof Lena Bril geeft 35 suggesties voor een prettige omgang met collega’s.

Stel je voor: je mag de ideale werkplek uittekenen. Nooit meer vergaderen! Weg met managers! Geen vaste werktijden! Ik begon mijn loopbaan op zo’n plek: een start-up met enthousiaste utopische denkers aan het roer, waar alle traditionele kantoorwetten in twijfel werden getrokken. Denk: iedereen mag zijn eigen salaris kiezen. Nooit een deadline. Alles democratisch besluiten. Een kantoortuin waarin de honden en papegaaien van werknemers (soms) vredig samenleven. Eén grote familie. Het experiment was bijzonder energiek en interessant, maar leverde ook gedoe op. De salarisfilosofie maakte de onderlinge verhoudingen toch wel erg complex en deadlines bleken best functioneel, net als enigszins vaste kantooruren.

Bovendien zal iedereen die een reorganisatie heeft meegemaakt beamen: zulke werkexperimenten zijn doodvermoeiend. Het menselijk brein is nu eenmaal ingesteld op energiebesparing, en houdt daarom van regelmaat en voorspelbaarheid. Zo blijft er genoeg brandstof over voor het geval er plots een leeuw in de kantoorjungle opduikt. Etiquette – ongeschreven gedragsregels, die we gedachteloos kunnen volgen – helpt daarbij.

En juist die omgangsvormen staan nu op losse schroeven. Sommige ouderwetse kantoornormen blijken te leiden tot burn-outs, grensoverschrijdend gedrag en het uitsluiten van collega’s. En dan is er óók nog een nieuwe generatie die tegen kantoorgebruiken aan schopt met morele ambitie en ChatGPT onder de sneltoets. Met verwarring en frictie als gevolg. Het goede nieuws: die botsingen tussen collega’s zijn een teken van vooruitgang. Als iedereen zich een beetje ongemakkelijk voelt, is dat het bewijs dat niet één groep domineert. Het slechte nieuws is dat de utopie zich nooit zal aandienen: discussie en rumoer horen bij een gezonde organisatie. Dus zit er niets anders op dan het ongemak te omarmen. Om de interactie met je collega’s íéts gesmeerder te laten verlopen: 35 suggesties voor een prettige omgang met je collega’s.

1. Wees de eerlijkste versie van jezelf

Wat werken zo vermoeiend maakt, is dat je voortdurend een rol speelt. De rol, bijvoorbeeld, van de ‘energieke doorpakker’ die zich oprecht bekommert om targets en een nieuwe vergaderstructuur. Die performance is een energieslurper en veroorzaakt stress. Onderzoekers ontdekten dat buschauffeurs die overdag vaak geforceerd glimlachen, ’s avonds meer ruziemaken met hun familie en ’s nachts vaker lijden aan slapeloosheid. Verloochen jezelf dus niet en laat ook – gedoseerd – je slechte humeur, ongenoegen of desinteresse zien.

2. Zet je koptelefoon af en zeg ‘goedemorgen’

Houd het echter wel binnen het betamelijke en zorg ervoor dat anderen niet te veel onder jouw authentieke zelf lijden. Als geste naar je collega’s doe je daarom bij de dagstart in ieder geval het absolute minimum. Je zet je koptelefoon af, knikt en mompelt ‘goedemorgen’ alvorens je plaatsneemt achter je computer of je weg baant naar het koffieapparaat.

3. Het koffieapparaat is voor smalltalk

Je hoeft heus niet de hele dag een façade van beleefdheid op te houden bij je collega’s. Behalve in de rij voor de koffiemachine. Terwijl je met je mok in de hand je beurt afwacht, kun je mooi even contact leggen met collega’s uit andere teams en afdelingen. Bovendien leent de situatie zich uitermate goed voor een groepsgesprek. Pas je gespreksstof hier dus op aan. Dit is niet het moment voor een verslag van je haperende relatie, Lowlandsavonturen of voortdurende slapeloosheid.

Anderen zullen zich misschien opgelaten voelen door zulke persoonlijke ontboezemingen of aannemen dat die verhalen niet voor hun oren bedoeld zijn. Begin ook niet een gedetailleerde discussie over het laatste besluit van de Europese Unie over het recht op reparatie. Houd het dus bij de traditionele koetjes en kalfjes: het weer, oppervlakkige verhalen over je weekend of vakantie of de renovatie van de kantine.

4. Groep groter dan twee? Dan hoef je niet voor iedereen koffie te halen

Je bent geen professionele barista en je hebt wel iets beters te doen dan de melkvoorkeuren van je collega’s te onthouden. Stel voor om samen koffie te halen of vraag om assistentie.

5. Vrouwen en junioren zijn geen serveerders

Moet iemand koffie halen voor de klanten? Spreek van tevoren af wie die rol op zich neemt – en rouleer. Daarmee voorkom je de ongemakkelijke situatie dat de baas uit automatisme wéér de jongste werknemer of een vrouw aanwijst voor de klus in het bijzijn van de klant.

6. Toon je kwetsbaarheid (ook als het onnatuurlijk aanvoelt)

Managers benoemen na een cursus leiderschap en masse hun eigen angsten en twijfels en een enkeling durft zelfs een traan te laten in een vergadering. Die menselijkheid valt alleen maar aan te moedigen, zeker bij ceo’s, managers en teamleads, vertelt Laura Adèr. Adèr richtte in 2015 samen met een compagnon stichting Fairspace op en helpt organisaties met het voorkomen en bestrijden van grensoverschrijdend gedrag.

‘Als leidinggevenden zich kwetsbaar opstellen, durven mensen beter hun eigen grenzen aan te geven en trekken ze eerder aan de bel als ze kampen met stress of een fout hebben gemaakt’, verklaart Adèr. Voor veel leidinggevenden is dat even wennen. Het gevolg: de baas deelt een ‘kwetsbare anekdote’ en het voltallige personeelsbestand voelt haarfijn aan dat deze ontboezeming strategisch en geregisseerd is. Voor beide partijen geldt: accepteer dit onwennige gevoel en zie zulke onauthentieke kwetsbaarheden als een tussenstadium op weg naar een meer menselijke werkvloer.

7. Uit je emoties – met mate

Zie emoties als taal: je kunt ermee communiceren. Vraag je dus af of je gevoelens deelt en met welk doel. Natuurlijk kan het voorkomen dat je je tranen tijdens een onrechtvaardig functioneringsgesprek niet kunt tegenhouden. Dat is niet meteen onprofessioneel. Benoem de situatie: ‘Ik merk dat ik heel emotioneel reageer.’ Trek je eventueel even terug. Tegen een emotionele collega zeg je: ‘Ik zie dat dit je raakt.’ Las vervolgens een pauze in. Stelselmatig gebrek aan emotiebeheersing is wél een gevaar voor een veilige werkomgeving en vraagt om actie.

8. Benoem je ochtendhumeur (of andere overheersende stemmingen)

Je collega’s voelen die grote, zwarte wolk om je heen hangen. Zeker als je een leidinggevende functie hebt, adviseren Liz Fosslien en Mollie West Duffy in Het is niet persoonlijk. De geheime kracht van emoties op het werk om je stemming te benoemen. Zeg: ‘ik heb slecht geslapen’, of simpelweg ‘ik zit even niet zo lekker in mijn vel’. Zo voorkom je dat je teamleden jouw humeur verkeerd interpreteren (bijvoorbeeld als kritiek op hun functioneren).

9. Kleed je zoals jij wilt (maar bedek navels, tepels en onverzorgde voeten)

Zelfs op de Zuidas wordt het pak – laat staan een stropdas – zeldzamer. Natuurlijk zijn er nog steeds sectoren met strikte kledingvoorschriften, maar in de meeste organisaties is het vooral belangrijk dat iedere werknemer ‘zichzelf kan zijn’. Trek dus vooral aan waar jij je goed in voelt (en wat binnen de voorschriften van je werkgever valt). Maar soms kan het geen kwaad om ook in je kledingkeuze rekening te houden met je collega’s.

Isabelle Coppens – etiquettedocent en auteur van Etiquette op het werk – trekt de grens bij naveltruitjes. Die kunnen niet op het werk en zijn afleidend, vindt Coppens. Hetzelfde geldt voor zichtbare tepels. Bewaar doorschijnende hemdjes voor na werktijd of trek een beha aan als je borsten hebt. Slippers of ander schoeisel met naakte tenen vragen om eenzelfde soort protocol. Houd je collega’s in gedachten – niemand zit te wachten op jouw kalknagels – en neem een (medische) pedicure of trek schoenen aan.

10. Helaas, ‘grenzen’ kun je niet uittekenen op een kaart. De enige oplossing: ga in gesprek met collega’s over omgangsvormen

Het lastige aan het containerbegrip ‘grenzen’ – seksueel, lichamelijk, psychisch, of, nog ongrijpbaarder, emotioneel – is dat ze onzichtbaar zijn. En dan zijn ze ook nog eens hyperpersoonlijk, contextafhankelijk, en, om het nog ingewikkelder te maken: veranderlijk. Bovendien verstaan we onder ‘grenzen overschrijden’ zowel ernstige seksuele vergrijpen als relatief onschuldige zaken zoals whatsappen buiten werktijd.

Gelukkig beschikken mensen over waanzinnig gereedschap: taal. Práát daarom over omgangsvormen met je collega’s. Zo’n gesprek vindt iedereen ongemakkelijk en daarom moet je juist elke gelegenheid aangrijpen om het te voeren. Laura Adèr geeft tips:

Tip 1: Normaliseer praten over grenzen. Zet omgangsvormen regelmatig op de vergaderagenda.
Tip 2: Bespreek elke teammeeting een specifiek onderwerp, zoals ‘wat is een prettig compliment?’.
Tip 3: Houd het gesprek laagdrempelig en laat iedereen aan het woord.
Tip 4: Streef niet naar keiharde verkeersregels, maar bespreek hoe een veilige werkomgeving eruit zou moeten zien. Uiteindelijk is het doel dat iedereen kan zeggen: ‘Dit vind ik niet prettig’, en dat de ander daar luchtig op reageert en vervolgens zijn gedrag aanpast.

11. Iedereen overschrijdt weleens een grens (dus wees mild)

Over pesten, racisme, seksisme, agressie en seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer bestaat consensus: dat is onaanvaardbaar (en in sommige gevallen strafbaar). Ingewikkelder wordt het in het ‘grijze gebied’: een enorm speelveld waarin persoonlijke waarden, karaktertrekken en individuele voorkeuren met elkaar kunnen botsen. Wees je bewust dat óók jij – ondanks je goede bedoelingen – vroeg of laat een keer een grens van een collega zal overschrijden.

Want ja, je maakt je ‘schuldig’ aan grensoverschrijdend gedrag op het moment dat de ander dat zo ervaart. Communicatie-expert Iris Posthouwer, auteur van Iets met grenzen stellen, pleit voor een ontspannen omgang met grenzen. ‘Bewustzijn dat ook jij weleens iets doet waar je collega aanstoot aan neemt, leidt ertoe dat je minder schrikt als je op gedrag wordt aangesproken en je niet in een verdedigingsmodus schiet’, zegt Posthouwer. ‘Zo voorkom je ook een krampachtige sfeer waarin iedereen op eieren loopt.’

12. ‘Gaslighting!’ Wees zuinig met therapietaal

Ook niet bevorderlijk: het te scheutig strooien met beladen psychologische termen. Roland Grootenboer, voormalig hr-manager van Google en auteur van Het boek waarvan je baas niet wil dat je het leest, hoorde tijdens hr-gesprekken vrijwel dagelijks het woord ‘gaslighting’ vallen.

Als je je ongehoord of machteloos voelt, is het begrijpelijk dat je naar dit soort therapiejargon grijpt. Maar met psychowoorden als deze duw je de ander in de hoek. ‘Zo bemoeilijk je een constructief gesprek’, legt Iris Posthouwer uit. Haal dus diep adem en probeer je ervaring uit te leggen zonder therapietaal.

13. Kritiek is onprettig. Verwar dat ongemak niet met ‘onveiligheid’

Nog zo’n woord waarmee een gesprek over omgangsvormen razendsnel kan ontsporen: ‘onveilig’. Een scherp, kritisch feedbackgesprek is natuurlijk iets anders dan grensoverschrijdend gedrag. Het is dus zaak een onprettig gevoel te kunnen onderscheiden van een onveilig gevoel.

‘Reageer niet te impulsief op zo’n gevoel van ongemak’, adviseert Laura Adèr. Adem een paar keer in en uit, probeer je emoties onder controle te krijgen en stel je reactie uit – zo nodig tot de volgende dag.

14. Leidinggevende? Raak niet in paniek van het woord ‘onveilig’

Leidinggevenden en managers schrikken op hun beurt snel van het woord ‘onveilig’. Natuurlijk moet je zo’n verwijt serieus nemen en zien als een uitnodiging tot zelfonderzoek. Sterker: verwelkom kritiek van je collega’s en vrees niet direct voor je positie. Maar laat je ook niet te snel de mond snoeren.

Als de context puur professioneel is, zoals een kritisch feedbackgesprek, zeg dan: ‘Ik begrijp dat deze feedback hard bij je aankomt. Daar wil ik het graag met je over hebben op een ander moment, als je dit hebt laten bezinken. Dan kunnen we een plan maken.’

15. Omarm je schaamte

Een belangrijke reden waarom mensen defensief reageren als zij aangesproken worden op grensoverschrijdend gedrag: schaamte. Schaamte voelt vervelend, maar heeft een belangrijke sociale functie. Wie schaamte toont, laat zien dat hij zich bewust is van het overschrijden van de normen in de groep. Schaamte is dus, in zekere zin, een oproep tot zelfverbetering.

Maar op de werkvloer heerst een taboe op emotie, stelt hoogleraar en organisatiepsycholoog Aukje Nauta in Nooit meer doen alsof. Volgens Nauta is het belangrijk om die emotie juist wél te uiten. Schuif je schaamtegevoel dus niet terzijde (of, erger, vervang het door een andere emotie, zoals minachting of woede) maar benoem het naar je collega.

Zeg: ‘Ooo, wat gênant, dat was helemaal niet mijn bedoeling’. Of: ‘Wat erg dat je je zo voelt, het schaamrood staat mij op de kaken.’

16. Kom op voor je collega (of wees een bondgenoot naderhand)

‘Mag ik ook eens proeven?’ Hij zei het écht tegen de projectmanager die op weg was naar de kolfruimte, de engerd. Absurd! In zo’n situatie zouden we het liefst direct voor onze collega opkomen. De realiteit is weerbarstiger, weet Alie Kuiper, onderzoeker en beleidsadviseur op het gebied van sociale veiligheid op de werkvloer. Zeker als iemand met aanzien op de werkvloer grensoverschrijdend gedrag vertoont, is het moeilijk voor omstanders om in te grijpen. ‘Zij lopen dan risico om ook doelwit te worden’, aldus Kuiper. Wat kun je als omstander doen?

- Lukt opkomen voor je collega niet direct? Probeer het gedrag te stoppen. Verander bijvoorbeeld van onderwerp.

- Vraag naderhand hoe je collega het gedrag heeft ervaren. Zeg bijvoorbeeld: ik vond die opmerking erg ongemakkelijk, hoe was dat voor jou? En wijs het doelwit op de vertrouwenspersoon.

- Je kunt ook later op de grappenmaker af stappen en je afkeuring uiten.

- Als je niet in je eentje actie kunt of durft te ondernemen, zoek dan bondgenoten. Vraag andere collega’s: hoe hebben jullie die opmerking ervaren? Ook de vertrouwenspersoon kan helpen met een strategie om het ongewenste gedrag te stoppen.

17. Weet je niet wat microagressie is? Ontlast je collega’s en lees je in

Collega’s uit minderheidsgroepen hebben niet altijd zin en tijd om de hele dag uit te leggen waarom jouw opmerkingen gestoeld zijn op racistische, seksistische of anderszins discriminerende aannamen. Dat is emotionele arbeid. Het kan dus zijn dat een collega weigert te verklaren waarom jouw grap of taalgebruik hem tegen de borst stuit.

Doe daarom je huiswerk. Lees bijvoorbeeld onderzoeken of literatuur om de ander beter te begrijpen. Of vraag aan je werkgever of die experts kan inhuren om jou en je collega’s bij te scholen over institutioneel racisme, microagressie en onbewuste vooroordelen.

18. Doe eerst de aanstelcheck

‘Zeker mensen die niet gewend zijn om hun grenzen aan te geven, kunnen in het begin doorslaan’, ziet communicatie-expert Iris Posthouwer. Te snel, te stekelig, te overgevoelig. Doe daarom voordat je een collega aanspreekt even de aanstelcheck, adviseert zij. Heb je slecht geslapen? Genoeg gegeten? Is er een andere reden dat jíj misschien extra prikkelbaar bent? Bij twijfel: leg de casus voor aan een betrouwbare collega of vriend voordat je tot actie overgaat.

19. Heb je last van een collega? Gebruik de spinazietoon

Je ongenoegen uiten is moeilijk, zegt Iris Posthouwer. ‘Dat moet je niet onderschatten. We zijn een defensieve reactie gewend (niet leuk) of we ervaren ‘insinueringsangst’: door aan te geven dat jij iets vervelend vindt, vrezen we dat we suggereren dat de ander ‘slecht’ zou zijn en daarmee gezichtsverlies veroorzaken.’ En dan is er nog het risico op sociale uitsluiting. Die spanning leidt ertoe dat het vaak misgaat.

Een veelgemaakte fout is overdreven voorzichtigheid, te herkennen aan het woord ‘misschien’. Zeg dus niet: ‘Ik dacht eigenlijk dat ik iets eerder content aangeleverd zou krijgen. Misschien kunnen we daar nog een beetje strakker in zijn met z’n allen, haha.’ Als je eigenlijk bedoelt: ‘Je hebt je deadline gemist.’

Blijf echter wél vriendelijk. De oplossing? ‘Gebruik de spinazietoon – ofwel de samenzweerderige, vriendelijke manier om iemand te wijzen op bladgroente tussen je tanden. Buig íéts naar iemand toe (niet te veel! Je hoeft niet ín iemands oor te fluisteren!) en spreek op gedempte doch goed verstaanbare toon.’

20. Vermijd triggerwoorden als ‘gewoon’, ‘wel’, ‘maar’ en ‘toch’

Tussendoorwoordjes als ‘eigenlijk’ of ‘even’, schrijft Posthouwer in Iets met grenzen stellen, voegen weinig toe aan de inhoud van een zin maar geven wél betekenis aan de tekst. ‘Dit soort ‘modale partikels’ zeggen iets over de houding van de spreker en dan liggen interpretatiefouten op de loer’, aldus Posthouwer.

Sommige modale partikels zetten de ontvanger direct op hun achterste benen, zoals het triggerwoordje ‘toch’. Neem de zin: ‘Ik wil toch nog even terugkomen op ons gesprek vorige week.’ ‘Toch’ veronderstelt tegenstand bij de ander: jij wilt het waarschijnlijk niet, maar ik ga het wel doen. Ook in de woorden ‘wel’, ‘maar’ en ‘gewoon’ zit een aanname over de ontvanger verpakt. Haal dus een bezem door je taalgebruik en veeg de triggerwoorden in gevoelige situaties uit je zinnen.

21. Kies voor een ego-uitweg

Aangesproken worden op je gedrag, slaat veelal een deuk in het zelfbeeld. Bied degene die je aanspreekt daarom een ego-uitweg en benoem de optie van oprechte intenties, adviseert Iris Posthouwer. Denk: ‘Dat bedoelde je vast aardiger dan het eruit kwam.’ of: ‘Het is waarschijnlijk een automatisme.’

22. Vermijd trainingstaal (en gebruik een ‘denkwolkje’)

Je kent ze wel: de collega’s die een training hebben gehad en nu elke zin beginnen met: ‘Ik merk bij mezelf dat…’ Zulke coachingsdictie zorgt ervoor dat de ander zich bespeeld voelt, aldus Posthouwer. Beter gebruik je een ‘denkwolkje’, zo’n tekstballonnetje uit een stripboek.

Dat klinkt zo: ‘Toen zei je in de lerarenkamer dat ik te oud ben, en ik dacht bij mezelf: word ik nou in de hoek gezet?’ Op die manier neem je de ander mee in je binnenwereld en komt je boodschap minder hard aan (en heb je meer ruimte om écht eerlijk te zijn).

23. Stinkende collega? Verpak je klacht niet als gunst (maar houd het bij jezelf)

Niemand wil de hele dag in de lucht van de zure melkadem of de zweetoksels van een collega zitten. Als een collega dusdanig riekt dat anderen hem mijden of erover roddelen, onderneem dan actie. Lichaamsgeur is bijzonder intiem (en kan duiden op gezondheidsproblemen) dus voorzichtigheid is geboden, adviseert Iris Posthouwer. Zo ga je te werk:

- Zoek een plek op waarvan je zeker weet dat anderen niet kunnen meeluisteren.

- Zorg eerst voor goed contact. Kijk de ander in de ogen aan, ga rustig zitten.

- Waak voor oeverloze smalltalk. Laat de ander niet te lang ‘hangen’ en kom direct ter zake.

- Verpak je vervelende boodschap niet als gunst. Denk: ‘Ik wil niet dat andere mensen achter je rug praten, dus ik zeg het maar: je ruikt naar zweet’. Nu denkt die ander: o god, iedereen heeft het over mijn oksellucht.

- Houd het bij jezelf. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik vind dit heel lastig om te zeggen, maar je ruikt behoorlijk naar zweet en daar heb ik last van’.

- Handig om dit gesprek te doen slagen: de spinazietoon (zie ook punt 19).

24. Respecteer bureaulunchers (en blijf ze betrekken bij de groep)

Sommige introverte mensen geven er nu eenmaal de voorkeur aan om hun pauze alleen door te brengen. Zie hun afwezigheid in de kantine dus niet als een teken van desinteresse of afwijzing van de groep. Zorg ervoor dat zulke solisten niet buiten de groep vallen, en blijf hen zo nu en dan uitnodigen om mee te lunchen in de kantine. Of stel eens voor om één-op-één te wandelen tijdens de pauze.

25. Bemoei je met je eigen bord (en praat niet over diëten tijdens de lunch)

Niets saaier dan gesprekken over intermittent fasting, sapkuren en mediterrane diëten. Bovendien zijn verhalen over lijnen of het vermijden van voedselgroepen voor veel mensen – met eet- of gewichtsproblemen – bijzonder onaangenaam, zéker tijdens de lunch.

Ook heel irritant: collega’s die commentaar leveren op je eetgewoonten. Wat je op je bord legt, is een bijzonder persoonlijke aangelegenheid, dus slik opmerkingen in en begin liever een gesprek over weekendplannen of B&B Vol Liefde.

26. Onthoud de naam van de stagiair (en vergeet diens leeftijd)

Ja, elke vier tot zes maanden dient zich weer een nieuw, rimpelloos en blakend gezicht aan. En nee, ze worden niet steeds jonger. Je hoeft sowieso niet elke dag de stagiair aan diens leeftijd te herinneren. En nee, je noemt diegene niet ‘grappend’ ‘de nieuwe Luca’.Dus ja, elke keer zul je luisteren naar diens naam bij het voorstellen en, jawel, je best doen om die naam te onthouden.

27. Pas op met aannamen over jongere generaties (en neem een ‘reversed mentor’)

Gen Z lui? Dat is een mythe. Nergens in de westerse wereld werken zoveel jongeren als in Nederland: 77 procent tegenover het Europees gemiddelde van 35 procent. Ze werken bovendien veel vaker fulltime dan 55-plussers. Productiever dan het doen van aannamen over andere generaties, is om je in ze te verdiepen, stelt generatie-onderzoeker en Gen-Z-expert Laura Bas.

Bas was jongerenambassadeur bij Buitenlandse Zaken en adviseert nu bedrijven over werken met Gen Z. Bas’ advies om generatieverschillen te overbruggen: de reversed mentor. ‘Koppel oudere werknemers aan een millennial of een Gen-Z’er met als doel om van de jongere werknemer te leren over bijvoorbeeld inclusiviteit of gebruik van nieuwe technologieën.’

28. Vrienden op werk? Blijf andere collega’s betrekken (en pas je gespreksstof aan)

Jullie draaien samen nachtdiensten, vangen elkaar op na een aanvaring met een klant en samen doorstaan jullie de kersttoespraak van de ceo – logisch dat jullie bevriend raken. Het liefst zouden jullie elke lunchpauze met het vriendengroepje een rondje wandelen, maar waak voor buitensluiten. ‘Te innige vriendschappen op de werkvloer kunnen leiden tot blokvorming’, legt Kuiper uit. ‘Dan ontstaat het risico dat collega’s elkaar minder corrigeren op hun gedrag.’

Blijf daarom andere teamgenoten uitnodigen voor lunch of koffiepauze en stem je gespreksstof op de groep af. Verjaardagsfeest? Nodig niet alleen je bevriende collega’s uit, maar iedereen met wie je direct samenwerkt. Als je leidinggevende bent moet je écht oppassen met hartvriendschappen op de werkvloer. Dan ligt nepotisme – of de indruk van vriendjespolitiek – op de loer.

29. Je manager is geen therapeut

De een-op-eengesprekken met een leidinggevende zijn niet bedoeld om je persoonlijke worsteling met jeugdtrauma’s of relatieperikelen te bespreken. Het is verstandig om zo’n gesprek als manager bij te sturen. ‘Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik ga je even onderbreken. We gaan nu iets te ver’’, adviseert Iris Posthouwer. Om niet ijskoud over te komen, helpt het om je eigen aandeel te benoemen in de dynamiek.

‘Ik ben nieuwsgierig, dus ik ga snel mee in dit soort gesprekken. Maar dan kom ik thuis en denk ik: wat moet ik hier nu mee? Ik ben niet getraind om hem te helpen.’ En vraag: vind je het oké als we het bij werkgerelateerde problemen houden? ‘Zo geef je de ander de kans om met opgeheven hoofd ‘ja’ te zeggen en het gesprek waardig te beëindigen.’

30. Beste leidinggevende: gebruik de ‘send later’-knop voor niet-urgente mails buiten werktijd

Niets mis met af en toe overwerken. Maar als leidinggevende heb je een voorbeeldfunctie en wil je niet uitstralen dat werkdagen van tien uur de norm zijn. Dus als je een briljant idee hebt tijdens het netflixen of je onder de douche een taak te binnen schiet: stoor je teamleden daar niet mee buiten kantooruren. Mocht je de gedachte wel van je af willen schrijven, gebruik dan de ‘send later’-optie in je mailprogramma en plan je e-mail in voor de volgende ochtend.

31. Verdeel de spreektijd tijdens vergaderingen

Vergadertijgers zijn graag aan het woord, maar hebben zelden iets baanbrekends te melden. De verrassendste inzichten en ideeën zitten veelal bij de zwijgenden: de nerds, de experts en de perfectionisten.

Om te bewerkstelligen dat ook zij aan het woord komen, kan het helpen om aan het begin van de meeting gezamenlijk een rekensommetje te maken. Hoeveel tijd hebben we, en hoeveel mensen zijn aanwezig? Je hoeft de kookwekker niet aan te zetten, maar het helpt wel bij bewustwording.

32. Mailen doe je na de vergadering

Iedereen hoort jouw vingers op het toetsenbord als je tijdens het vergaderen de mails van het weekend wegwerkt. Het lijkt misschien druk en belangrijk, maar is in werkelijkheid onproductief (mensen kunnen niet multitasken) en onbeschoft tegenover de spreker.

Etiquette-expert Isabelle Coppens vindt dat je de laptop, waar mogelijk, níét meeneemt naar de vergadering. Het helpt ook om bij het begin van de meeting samen af te spreken niet te mailen of te slacken. Gaan collega’s toch tikken tijdens een meeting?

Misschien is dat een teken dat de vergadering: a. te lang duurt, b. jij te lang aan het woord bent of c.de vergadering überhaupt overbodig is. Benoem in zo’n geval de ingekakte aandacht en onderzoek naderhand hoe zinvol je collega’s de vergadering achten.

33. Dicht de loonkloof, praat met collega’s over geld

De beste strategie voor een geslaagde salarisonderhandeling: onderzoeken wat anderen verdienen. Zet je dus over het culturele ongemak heen en praat met je collega’s over geld. Uiteindelijk zou iedereen eerlijk beloond moeten worden (vrouwen verdienen nog steeds gemiddeld 13 procent minder per uur dan mannen) en daarvoor is meer transparantie noodzakelijk. Schrik dus niet als een teamlid vraagt naar je loonstrookje en geef eerlijk antwoord.

34. Je hoeft het volgverzoek van je baas op sociale media niet te accepteren

Je baas hoeft jouw vakantiefotodump op Instagram niet te zien. Weiger dus gerust een volgverzoek. ‘Zeg: dit is mijn sociale netwerk, dat houd ik graag gescheiden van mijn werk.’ Eventueel kun je de ceo of manager doorverwijzen naar je LinkedIn-pagina.

35. Stop met het druk-druk-druktoneelstuk

Het is voor een manager veel moeilijker om precies te formuleren wat ze van haar team verwacht, dan om te checken of iedereen wel acht uur aan het werk is. Het gevolg: half Nederland zit verplicht tussen negen en vijf op kantoor, ook als de to-dolijst al is afgewerkt.

Maar om geen gezichtsverlies te leiden bij collega’s (‘druk’ is immers synoniem voor ‘belangrijk’) doen we alsof we druk zijn. ‘Gen Z bevraagt deze houding’, ziet Roland Grootenboer. ‘Zij vinden die culture of business – terecht – irrationeel en willen bijvoorbeeld tijdens werktijd sporten of eerder naar huis als het werk af is.’

Bovendien is zo’n drukdoencultuur indirect een achterhaalde verheerlijking van werkstress. Schaam je niet voor je lege werkagenda, wees eerlijk (‘ik heb niet zo veel te doen’), vraag of je iemand kunt helpen – of ga een keer eerder naar huis.

Lena Bril (1992) is journalist, filosoof en communicatiestrateeg. Ze werkte mee aan de overheidscampagne ‘Samen trekken we de grens’, gericht op het bestrijden en voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer.

Voor dit artikel las ze het rapport Niets gezien, niets gehoord en niets gedaan, het boek Iets met grenzen stellen van Iris Posthouwer, Omringd door slechte bazen van Thomas Erikson, Het is niet persoonlijk, De geheime kracht van emoties op het werk van Liz Fosslien en Mollie West Duffy en Het boek waarvan je baas niet wil dat je het leest van Roland Grootenboer. Ze sprak met Isabelle Coppens (etiquettedocent en oprichter van Gracious Manners, en auteur van het nog te verschijnen boek Etiquette op het werk), Laura Adèr (mede-oprichter van Fairspace), Alie Kuiper (onderzoeker en beleidsadviseur op gebied van sociale veiligheid op de werkvloer), Thomas de Man (journalist die voor LinkedIn verslag doet van werktrends), Laura Bas (generatie-onderzoeker en Gen-Z-expert), Iris Posthouwer (communicatie-expert en auteur van Iets met grenzen stelllen) en Roland Grootenboer (voormalig hr-manager en auteur van Het boek waarvan je baas niet wil dat je het leest).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next