Home

Een halve eeuw hommeles over een drieletterwoord: btw

Op Prinsjesdag dinsdag presenteert het kabinet de radicaalste verandering van de btw sinds haar invoering in 1969. Alsof er al niet genoeg rellen over de consumptietaks waren. En weer zet rechts het in voor zijn cultuurstrijd met links.

Een van de bizarste rechtszaken waarin een Nederlandse regering ooit verzeild is geraakt, was die tussen het kabinet-Balkenende IV en een peepshowbaas. Tot aan de Hoge Raad procedeerde de seksondernemer tegen het feit dat hij onder het normale btw-tarief van toen 19 procent viel, en niet zoals toneelvoorstellingen onder het verlaagde tarief van 6 procent.

Want was zijn broodwinning – een ‘op seksuele opwinding gerichte show van een naakte vrouw (man) die, tegen inworp van muntstukken, door het kijkvenster van een cabine kan worden gadegeslagen’, zoals de Hoge Raad omschreef – niet net zo goed een vorm van theater? Absurd, vond staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën): van een ‘culturele prestatie’ à la een toneeluitvoering was bij peepshows toch geen sprake? Theater is theater, kaatste de ondernemer terug: hoe hoog of laag het niveau is, doet er niet toe.

Over de auteur
Jonathan Witteman is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de macro-economie en de bankensector.

De Hoge Raad gaf hem gelijk. Er is een podium, een voorstelling en betalend publiek, en dus is het toneel, aldus het arrest. Het kabinet had de bui al zien hangen, en had daarom snel de Wet op de omzetbelasting veranderd, zodat nieuwe peepshows – en voor de zekerheid ook maar meteen ‘paaldans-acts’ – in elk geval niet meer onder het verlaagde btw-tarief zouden vallen. Een peepshow, zo staat sindsdien in de wet, ‘is nimmer aan te merken als een toneeluitvoering’.

Maar als het aan het kabinet-Schoof ligt, vallen peepshows en Shakespeare-voorstellingen binnenkort alsnog onder hetzelfde btw-tarief, zij het dan het hoogste tarief. Vanaf 2026 verhoogt de regering namelijk de btw op cultuur, boeken, sport, logies en media van 9 naar 21 procent.

1969

Het is waarschijnlijk de radicaalste verandering van de consumptietaks sinds de ‘belasting toegevoegde waarde’ in 1969 überhaupt werd ingevoerd. Hoewel de btw toch al een van de grootste melkkoeien van de staat is – de oogst was vorig jaar bijna 76 miljard euro – hoopt het kabinet daar vanaf 2026 nog eens 2,3 miljard euro aan toe te voegen – al waarschuwt ABN Amro dat dit een te rooskleurige inschatting is.

De schok is groot in de getroffen sectoren. De btw-verhoging zal onherroepelijk hogere prijzen tot gevolg hebben voor hotels, boeken, concerten, kranten en sportschoolabonnementen, wat niet alleen slecht is voor de omzet, maar ook voor mensen met minder gevulde portemonnees, voorspellen zij.

De boekenbranche bijvoorbeeld waarschuwt voor een achteruitgang van de leesvaardigheid – ‘analfa-btw’, zogezegd – terwijl voetbalbond KNVB zich zorgen maakt over de gevolgen voor de volksgezondheid, zeker nu obesitas in Nederland in veertig jaar tijd toch al is verdrievoudigd. De btw-ingreep staat bovendien haaks op het regeerprogramma, waarin het kabinet zich juist hard maakt voor ‘de bestrijding van laaggeletterdheid’ en een ‘gezonder en fitter Nederland’.

Roerig instrument

Het tekent de tumultueuze carrière van de btw, de bij economen geliefde en bij ondernemers gehate omzetbelasting. Al ruim een halve eeuw leidt het drieletterwoord tot een hoop gevloek en getier, van wasmiddelfabrikanten en pretparkexploitanten tot kranten, kappers, bloemenkwekers, schrijvers, sauna-uitbaters en taxidermisten.

De btw verdeelt de economie immers in een soort tweestandenmaatschappij, waarin een kleine groep bevoorrechte goederen en diensten – zoals eten, medicijnen, schilderijen, fietsenmakers, dierentuinen, stukadoors en campings – onder het verlaagde regime van 9 procent valt, terwijl de rest zucht onder de knoet van de 21 procent. Over dit privilege – wie het krijgt, en van wie het wordt afgepakt – woedt al zolang de consumptietaks bestaat een felle strijd, die soms wel een front lijkt in de cultuuroorlog tussen rechts en links.

Exemplarisch zijn pretparken en podiumkunsten. Het argument waarmee toeristenorganisatie ANWB begin jaren negentig een btw-verlaging voor pretparken bepleitte, was dat zij ‘een steeds sterker cultureel en educatief karakter’ hadden gekregen. De btw-lobby van de culturele sector kon toen al bogen op een ruime Kamermeerderheid, wat uiteindelijk zou resulteren in in een btw-verlaging voor musea (1996) en podiumkunsten (1998, tegelijk met pretparken), terwijl een ander cultuurgoed, het boek, altijd al onder het verlaagde tarief viel.

Onder het door de PVV gedoogde kabinet Rutte-I, dat 200 miljoen euro bezuinigde op cultuur, raakten de podiumkunsten hun lagere btw-tarief in 2011 kwijt. Een jaar later werd de btw-verhoging alweer teruggedraaid dankzij het Lenteakkoord, dat de VVD en het CDA na de val van het kabinet sloten met D66, GroenLinks en de ChristenUnie.

Nu verbant het kabinet-Schoof de podiumkunsten andermaal naar het hoge btw-tarief, terwijl voor pretparken opvallend genoeg het lage tarief blijft gelden, net als voor circussen, dierentuinen, kermissen en bioscopen. Pretparken dienen namelijk ‘primair en permanent voor vermaak en dagrecreatie’, schreef staatssecretaris Folkert Idsinga van Financiën (NSC) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Zo is de tijdgeest 180 graden gedraaid: niet cultuur, maar vermaak geldt nu als aanbeveling voor een laag btw-tarief. En cabaret, musicals, popfestivals en andere podiumkunst zijn in de ogen van het kabinet blijkbaar niet vermakelijk genoeg.

Appel versus appelmoes

Het politieke geharrewar over lage en hoge btw is economen al decennia een doorn in het oog. Want op die tweedeling na is de btw ‘een bijna perfecte belasting’, zoals een IMF-rapport het recentelijk noemde.

Dat heeft bijvoorbeeld te maken met psychologie, weet Bart van Zadelhoff, emeritus hoogleraar belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Als jij een spijkerbroek van 121 euro koopt, heb je niet het idee dat je net 21 euro belasting hebt afgetikt. Terwijl: als je voor 100 euro een spijkerbroek aanschaft, en bij thuiskomst een blauwe brief met een belastingaanslag van 21 euro op je deurmat vindt, ga je vloeken.’

Het liefste zou menige econoom de btw-discriminatie afschaffen en één uniform tarief invoeren. Zoals in Denemarken, waar één tarief van 25 procent geldt, al zijn boeken en kranten juist helemaal vrijgesteld van btw. ‘In de internationale literatuur is men het er unaniem over eens dat één btw-tarief het efficiëntst is’, zegt Koen Caminada, hoogleraar empirische analyse van sociale en fiscale regelgeving aan de Universiteit Leiden. ‘Al is het maar om het geklungel met twee verschillende groepen goederen en diensten te voorkomen, wat altijd weer tot gezeur leidt.’

Bijvoorbeeld over fiscale haarkloverijen als: is een door een taxidermist opgezet dier een kunstwerk (9 procent)? Nee, oordeelde de Belastingdienst. Hoort parkeren bij de Efteling bij het tarief voor parkeerplaatsen (21 procent) of dat van pretparken (9 procent)? Dat van parkeerplaatsen, vond de Hoge Raad. En valt een homosauna met optionele darkroom en ‘gloryhole-carrousel’ onder het kopje ‘sportbeoefening en baden’ (nu nog 9 procent) of ‘seksueel vermaak’ (21 procent)? Sportbeoefening en baden, aldus de rechtbank Noord-Holland.

Om diezelfde reden stond ook niet iedereen bij de Belastingdienst op tafel te juichen toen het kabinet-Rutte IV enkele jaren geleden opperde om de btw op groente en fruit naar nul te verlagen, een plan dat inmiddels een stille dood lijkt gestorven. ‘Probeer maar eens een sluitende definitie te geven van fruit’, zegt Reg Brennenraedts van onderzoeksbureau Dialogic, dat vorig jaar in opdracht van het ministerie van Financiën een rapport schreef over het verlaagde btw-tarief.

‘Het lijkt makkelijk, maar dat is het niet. Want is appelmoes ook fruit? Of appeltaart? En wat te denken van een appellolly? Als je wilt dat kinderen meer fruit eten, kun je beter appels uitdelen op school, dat is een stuk minder bewerkelijk dan de btw verlagen.’

Spaanse zon of Hollandse regen

Het is veel efficiënter om zaken die de overheid belangrijk vindt direct te subsidiëren, zegt ook Bas Jacobs, hoogleraar overheidsfinanciën aan de VU. Want een verlaagde btw leidt niet alleen tot hoge uitvoeringskosten bij de fiscus, maar ook tot welvaartsverlies, bijvoorbeeld doordat consumenten hun keuze tussen producten niet laten afhangen van hun voorkeur, maar van het verschil in belasting.

Daar komt bij dat de redenen waarom branches onder het verlaagde btw-tarief vallen soms discutabel zijn, ontdekte Brennenraedts. Zo dankten hotels, pensions en andere aanbieders van logies hun btw-privilege uit 1969 aan de slechte Nederlandse ‘klimatologische omstandigheden’, zoals de Kamercommissie voor Financiën het destijds noemde.

Omdat het nu eenmaal lastig was om een gelijk meteorologisch speelveld te creëren, bijvoorbeeld door wat Spaanse zon te ruilen voor Nederlandse regen, moest een btw-verlaging extra toeristen lokken. Het is de vraag hoe actueel dit argument 55 jaar later nog is, zegt Brennenraedts.

Waar de logiessector vanaf 2026 te maken krijgt met een btw-verhoging, ontziet het kabinet juist de sierteelt. Bloemen vallen al bijna een halve eeuw onder de lage btw. De argumenten waarmee kwekers dit privilege door de jaren heen hebben verdedigd, waren soms even kleurrijk als hun producten. Zo betoogden ze in de jaren tachtig dat bloemen ‘binnen de Nederlandse cultuur als eerste levensbehoeften worden gezien’. In tal van andere landen gelden bloemen echter als luxe.

Arm tegen rijk

Discutabel is ook het veelgebruikte argument dat het lage btw-tarief een vorm van inkomensondersteuning is, bedoeld om de armsten te helpen. De gedachte hierachter is dat btw een ‘regressieve’ belasting is, omdat arme mensen er een groter deel van hun inkomen aan kwijt zouden zijn dan rijken. En dus, is de veronderstelling, is het rechtvaardig om voor sommige producten en diensten, zoals voedsel en de kapper, een verlaagd tarief te rekenen.

In werkelijkheid zijn de consumptiepatronen van arme of rijke huishoudens echter redelijk vergelijkbaar. De rijkste huishoudens besteden bijvoorbeeld relatief gezien grofweg evenveel aan eten en kappersbezoekjes als de armste huishoudens. De reden is simpel, ziet Brennenraedts: de rijken hebben een duurdere smaak. ‘Eten in een sterrenrestaurant valt bijvoorbeeld ook onder de lage btw.’

En dat is dan alleen nog maar het relatieve consumptiepatroon. In absolute zin geven de rijken veel meer geld uit aan producten en diensten met lage btw dan de armste Nederlanders. Het lage btw-tarief is dus in zekere zin een rijkensubsidie.

De rijkste helft van alle huishoudens profiteert namelijk twee keer zo veel van de lage btw als de armste helft, constateerde Brennenraedts. Bovendien loopt de schatkist 20 euro mis voor elke 1 euro voordeel die de 10 procent armste huishoudens hebben van het lage btw-tarief. ‘Inkomens herverdelen is veel efficiënter met de inkomstenbelasting, heffingskortingen, toeslagen en uitkeringen dan met het lage btw-tarief’, constateert ook Jacobs.

Rechts contra links

De inefficiëntie van de consumptietaks is een van de belangrijkste redenen waarom het kabinet de btw op logies, cultuur, sport, boeken en media verhoogt, schrijft Idsinga. Wat de staatssecretaris er niet duidelijk bij vertelt, is dat het door hem geciteerde Dialogic-onderzoek aantoont dat verlaagde btw überhaupt een zeer inefficiënte vorm van inkomenssteun is. Zeker ook voor wat betreft de pretparken, kermissen en bioscopen, die het kabinet buiten schot laat.

Sterker: waar de rijken ook verhoudingsgewijs een iets groter deel van hun besteedbaar inkomen spenderen aan pretparken, besteden ze althans relatief gezien niet meer geld aan boeken dan de armsten, blijkt uit CBS-cijfers. In die zin zijn pretparken elitairder, en is een btw-verhoging voor de Efteling logischer dan voor boeken.

Laten we er geen doekjes om winden, zegt Jacobs: ‘De btw-verhogingen voor cultuur, boeken en kranten zijn gewoon een manier om links te pesten. Met solide argumenten heeft het niks te maken, daarvoor is het allemaal veel te ad hoc. De rechtse partijen gebruiken de btw simpelweg om een cultuurstrijd te voeren, en de linkse partijen boos te maken. En dat lukt tot nu toe heel aardig.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next