In Stoute schoenen keert Bart Van Loo terug naar de wereld van De Bourgondiërs. Hij reisde kriskras door West-Europa, op zoek naar sporen van onze aartsvaders en het ontstaan van de Lage Landen. Met de Volkskrant keert hij terug naar Gent.
‘Welkom op het nulpunt’, zegt Bart Van Loo en begint, zonder dat hem een vraag is gesteld, te vertellen. ‘We staan hier op een van de meest sacrale plekken van Gent, zo mag je de ruïnes van de Sint-Baafsabdij gerust noemen. Dat er van de oude abdijkerk bijna niets meer recht staat, doet daar weinig aan af. Je ziet de kerk voor je ogen verschijnen: haagbeuken staan op de plek van de verdwenen zijbeuken en pilaren. Een deel van de abdijkerk staat nog overeind, het is de oudste muur van Gent.’
Hij loopt op de muur af en legt zijn handen ertegenaan. ‘Het strelen van deze stenen is goed voor een tijdreis. Hier, in de verdwenen Sint-Baafskerk, gaven op 19 juni 1369 Margaretha van Male, de dochter van de Vlaamse graaf en de rijkste erfgename van Europa, en Filips de Stoute, de machtige hertog van Bourgondië, elkaar het jawoord.’
Van Loo duwt tegen de imaginaire kerkpoort. ‘Piepend en krakend gaan de deuren open en daar staat Filips de Stoute! Zijn blauwe praalgewaad laat de monden openvallen. Op zijn huwelijkskleed staat de letter P van Philippe talloze keren in goud geborduurd. Er prijken ook bloemetjes op zijn mantel. Geen Franse lelies, maar margrietjes voor zijn bruid, sa chère Marguerite…’
‘Was het liefde op het eerste gezicht?’, vraagt Van Loo zich af, terwijl we door de overwoekerde abdijtuin lopen. ‘Philippe had een grote neus en een forse kin, en de bronnen suggereren dat Margaretha ook geen schoonheid was. Maar daar ging het Philippe ook niet om. Hij bikkelde zich een weg naar Margaretha’s hand omwille van haar bruidsschat: heerschappij over het rijke graafschap Vlaanderen, de metropolen Rijsel, Ieper, Brugge en natuurlijk Gent.
‘De verbintenis tussen Vlaanderen en Bourgondië is de eerste belangrijke schakel in het ontstaan van de Lage Landen als staatkundige eenheid tussen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk, de wieg van wat later België, Nederland en Luxemburg zou worden. Hier is alles begonnen.’
Met zijn bevlogen geschiedenis van de Bourgondische hertogen, de aartsvaders van de Lage Landen met hun huwelijken, veldslagen, riddertoernooien en banketten, boekte Bart Van Loo een duizelingwekkend succes. De afgelopen vijf jaar werden maar liefst 400 duizend exemplaren van de 650 pagina’s tellende De Bourgondiërs verkocht, inclusief vertalingen in Frans, Duits en Engels. De podcast die hij over hetzelfde onderwerp maakte, werd 5 miljoen maal beluisterd en in het theater trok hij volle zalen.
Nu is er een nieuw boek, even weelderig en aanstekelijk geschreven en nog dikker dan het vorige: Stoute schoenen. ‘Een jaar na verschijnen van De Bourgondiërs, in de lente van 2020, dacht ik: als ik nu eens letterlijk in de sporen van onze aartsvaders zou stappen en zou proberen het decor van ons oerverhaal aan te raken? Aanraken en opschrijven, reizen en beter begrijpen, anders en dieper beleven wat ik eerder schreef, nieuwe zijpaden in wandelen, onontgonnen terrein ontdekken. Ik wilde, om met de historicus Johan Huizinga te spreken, de historische sensatie ondergaan.’
Hoe bent u oorspronkelijk bij de Bourgondiërs terechtgekomen?
‘Ik heb altijd naar het zuiden gekeken vanaf mijn huis in West-Vlaanderen, op een boogscheut van de Franse grens. Ik ben gefascineerd door Frankrijk, dat is mijn beloofde land. Ik verdiepte me in de geschiedenis, de kunst, de taal, het eten, de wijn. Ik schreef boeken over de chansons en Napoleon. Maar wat doe je als je wat ouder wordt? Dan kijk je niet alleen in de verte maar ook naar beneden, naar je voeten, naar je wortels.’
Terwijl we de oude refter van de Sint-Baafsabdij binnenstappen, wijst Van Loo op zijn oude, vertrapte Adidas-sneakers. ‘Op de ene schoen liet ik Philippe graveren, op de andere le Hardi. Filips de Stoute. De P, die zo weelderig over het huwelijkskleed van mijn held was verspreid, is er inmiddels afgesleten. Tijdens het schrijven had ik ze elke dag aan. Een mentale truc om het al die jaren vol te houden. Voor De Bourgondiërs heb ik een paar bibliotheken moeten doorslikken.’
Had u verwacht dat het zo’n succes zou worden?
‘Toen ik net was begonnen, werd mij verbaasd gevraagd: ‘Filips wie? Ik zei: Filips de Stoute, Jan zonder Vrees, Filips de Goede… Dat was één grote waas. Alleen een handvol historici en wetenschappers wist iets van de Bourgondiërs af. Ik was er dan wel van overtuigd dat ik het onderwerp van mijn leven had gevonden, maar ik wist niet of iemand mijn boek zou willen lezen. Dat was bang afwachten – en toen is het ontploft, ik heb geen ander woord.’
Kunt u dat verklaren?
‘In Vlaanderen en Nederland gaf mijn boek een antwoord op de vraag: waar komen wij vandaan? Dat willen de mensen weten, zeker in een tijd waarin zo veel onzeker is. Iedereen zoekt naarstig naar zijn identiteit, zijn herkomst. Dit verhaal was volkomen onbekend, een blinde vlek. Zo verscheen De Bourgondiërs als een aanstekelijke combinatie van ontstaansverhaal en alternatieve Europese geschiedenis. De internationale dimensie zorgde ervoor dat het boek ook in Frankrijk, Duitsland en Engeland aansloeg.’
Schuilt het succes niet in de eerste plaats in uw onstuitbare enthousiasme?
‘Het is waar’, zegt Van Loo lachend, ‘ik grijp de kans om mijn verhaal zo beeldend en gedetailleerd mogelijk te vertellen met beide handen aan. Ik wil dat de lezer denkt: wow, ongelofelijk, wat is daar nu te zien? Dat ze hun vrouw erbij roepen, beginnen voor te lezen en roepen: dit kán toch niet? Maar het kan wél.
‘Neem het Banket van de Fazant dat Filips de Goede op 17 februari 1454 liet aanrichten in een van zijn paleizen in Rijsel, Lille. Daarbij werd een kapoen in wapenuitrusting, schrijlings gezeten op een varkentje dat gevuld was met aan elkaar geweven worstjes, door vier Hongaarse dwergen de zaal binnengedragen. Ik heb oog voor la grande et la petite histoire. Met de allerkleinste elementen kun je de grote geschiedenis illustreren.’
Waarom deden de Bourgondiërs dat?
‘Om het machtsvacuüm tussen Engeland en Frankrijk te vullen. De Bourgondische hertogen slaagden erin de sprong naar de top en de heerschappij te maken met veel blingbling. Ze wilden dat iedereen besefte: die Bourgondiërs, dat zijn pas koningen, die maken van hun banketten hele kunstwerken! Was dat niet zo geweest, dan hadden wij een andere term moeten bedenken om het over bourgondische genoegens te hebben.’
Uw eigen bourgondische wijze van vertellen werd overwegend geprezen, maar kreeg ook wel wat kritiek.
‘In Nederland verbaasde men zich soms…’ Hij grinnikt. ‘Ergens las ik: ‘De heer Van Loo bakt zijn volzinnen in braadboter.’ Maar lieve Nederlanders, dacht u dat ik mijn zinnen over de Bourgondiërs in margarine zou stoven? Dit vlezige en sappige onderwerp smeekt om een volle stijl.’
Er waren ook wetenschappers die hun wenkbrauwen fronsten. De Bourgondiërs zou te weinig de moderne wetenschappelijke inzichten volgen, te veel gaan over de hertogen en te weinig over de gewone mens.
Van Loo haalt zijn schouders op. ‘Ach, dat is een oude discussie die wel geslecht lijkt. In De Standaard gaf een van die kritische wetenschappers Stoute schoenen zojuist vijf sterren. Weg met de muren tussen universiteit en werkkamer! Voor mijn nieuwe boek ging ik met topacademici op pad, keek ik verder dan de hertogen alleen en ondernam ik veldwerk. De paring van romantiek en wetenschap, de rode draad van Stoute schoenen, zorgt voor nieuwe inzichten.’
U kon het niet laten om uw oude schoenen opnieuw uit de kast te halen.
‘Tot mijn eigen verwondering was mijn belangstelling nog lang niet uitgedoofd. Ik wilde deze keer echt in de teletijdmachine naar de Middeleeuwen en keerde dus niet terug naar binnen, de archieven en bibliotheken in, maar naar buiten. Ik greep de kans om nieuwe wegen in te slaan en onderwerpen verder uit te diepen. Mijn hart gaat het hevigst kloppen van de kunstenaars die dankzij de Bourgondiërs echte sterren werden. De Haarlemse beeldhouwer Klaas Sluter en de schilder Jan Maelwael uit Nijmegen werden getransfereerd naar het hof in Dijon en gaven de kunst een nieuw gezicht.’
Is dat niet wat u ook probeert te doen? De geschiedenis niet alleen beschrijven, maar ook herschrijven?
‘Als je bij jullie in het Rijksmuseum de eregalerij bezoekt, dan is die natuurlijk prachtig, uitlopend op De Nachtwacht van Rembrandt, tintelend van Hollandse genialiteit. Maar waarom vertelt men daar niet dat de wieg van de Nederlandse schilderkunst in Gelre stond, en dat die wieg een Bourgondische glans had?
‘De verhollandsing van jullie historische blik probeer ik te corrigeren door ook in Utrecht, Brabant, ja, tot in Nijmegen te gaan spoorzoeken. De geschiedenis van Nederland is meer dan het verhaal van Holland. Hadden zijn voorouders zich vanuit Breda niet tegen de macht van de Bourgondiërs aangeschurkt, dan was Willem van Oranje nooit jullie Vader des Vaderlands geworden.’ Hij lacht. ‘Jullie hebben veel aan hen te danken.’
Welke route heeft u gevolgd in Stoute schoenen?
‘Eerst doorkruis ik België, vervolgens trek ik via Brabant naar en door Nederland, waarna ik langs Vlaamse steden de Lage Landen verlaat, daarbij de sporen drukkend van de lijkstoet van Filips de Stoute, die me tot in het hart van het oude Bourgondië brengt.
‘Door mee te stappen met de lijkstoet voelde ik me een van de pleurants, de rouwklagers die Sluter vervaardigde voor Filips’ albasten praalgraf in Dijon. Tot slot zit ik Karel de Stoute tijdens zijn laatste dollemansexpeditie op de hielen: over Zwitserse wegen via de Franche-Comté, het vrijgraafschap van Bourgondië, naar zijn einde in Nancy.’
‘Kom’, zegt Van Loo, ‘we gaan.’ We laten de ruïne van de Sint-Baafsabdij achter ons, steken de Schelde over en lopen over de kasseien naar het Gravensteen, de plompe middeleeuwse burcht in het hart van Gent. ‘Maar hier gaan we niet binnen. Een achterkleinzoon van Margaretha, Lodewijk van Male, vond de naargeestige vertrekken van het Gravensteen te weinig comfortabel en verhuisde in 1350 naar het Prinsenhof, zo’n 500 meter verderop. Daar richtten de Bourgondiërs een waar stadspaleis op, waarvan bijna niets bewaard is gebleven, maar waar we toch een kijkje moeten nemen.’
Van Loo pakt zijn telefoon en belt pater Lucas. In het grote gebouw waar wij voor staan, zwaait prompt een deur open en laat een priester in bruin habijt ons binnen. We zijn in het klooster van de Gentse Karmel, die hier al sinds de 17de eeuw is gevestigd. De orde van karmelieten kreeg destijds de kans om een deel van de oude tuin van het Prinsenhof te kopen, waarin zich nog het Leeuwenhof van de Bourgondische hertogen bevond.
‘De oudste dierentuin van Europa’, fluistert Van Loo geheimzinnig, terwijl we ons door lange kloostergangen achter de sandalen van pater Lucas aanspoeden. ‘Filips de Goede zette een heel kweekprogramma op voor de leeuwen en kocht regelmatig uit de kluiten gewassen stieren om die door de leeuwen aan flarden te laten scheuren. Karel de Vijfde zond in 1535 van een veldtocht in Tunesië nog eens vijf leeuwen naar Gent.’
Door de kloostertuin leidt pater Lucas ons naar het vervallen leeuwenhok. Van Loo loopt eromheen naar de achterzijde, klimt boven op een enorme stapel knappende takken en wijst naar een gekruist vensterraam, dat volgens hem uit de 15de eeuw moet stammen. De schrijver creëert een postmodern droste-effect door boven op de takken een exemplaar van Stoute schoenen uit zijn rugzak te vissen en hardop voor te lezen hoe hij hier een paar jaar geleden door pater Lucas zijn venster op de geschiedenis vond.
Tot slot van onze tocht neemt Bart Van Loo me mee naar de Donkere Poort, het enige wat van het Prinsenhof nog fier overeind staat. ‘Met de van nature nogal opstandige Gentenaars was een goede uitgang voor onze Bourgondische graven geen overbodige luxe’, zegt hij. Een groepje Gentenaars dat een historisch verklede processie aan het voorbereiden is, krijgt hem in het oog. ‘O, meneer Van Loo’, zegt een dame. ‘Is dat uw nieuwe boek? ’t Vorige was niet op één dag uit, maar ik las dat zo graag.’
Even later schrijdt Bart Van Loo plechtig voorop in een processie van vaandeldragers met wapperende, kleurige banieren. Stoute schoenen houdt hij lachend en met gestrekte armen voor zich uit als heilig boek. Dan verdwijnt hij door de Donkere Poort.
Bart Van Loo (1973) is een Vlaamse schrijver, conferencier, documentaire- en podcastmaker. Een meesterverteller met een grote liefde voor de literatuur, de muziek en de geschiedenis. Hij zette de toon met zijn Frankrijktrilogie – Parijs retour, Als kok in Frankrijk en O vermiljoenen spleet! – en wist met Chanson – Een gezongen geschiedenis van Frankrijk en Napoleon – De schaduw van de revolutie het grote publiek te bereiken.
In januari 2019 verscheen De Bourgondiërs – Aartsvaders van de Lage Landen, dat wordt beschouwd als zijn meesterwerk. Er werden 400 duizend exemplaren van verkocht en het vuistdikke boek werd in tien talen vertaald. In 2022 ontving Bart Van Loo in België de eretitel van Commandeur in de Kroonorde en werd hij in Frankrijk benoemd tot Chevalier dans l’Ordre des Arts et des Lettres. Van zijn nieuwe boek Stoute schoenen – In de voetsporen van de Bourgondiërs werden in de eerste week 30 duizend exemplaren verkocht.
Bart Van Loo: Stoute schoenen. De Bezige Bij; 848 pagina’s; € 45.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant