Met een stralend charisma en het vermogen haar publiek diep te raken, behaalde ze de top van de internationale balletwereld. Deze week overleed sterballerina Michaela DePrince.
Ze maakte zich al zorgen of er inmiddels wel genoeg zwarte balletdanseressen werden opgeleid die in de toekomst, wanneer popster Madonna háár autobiografie zou gaan verfilmen, de benodigde hoofdrollen zouden kunnen vertolken. Hoewel ze in haar korte leven met een enorm charisma wereldwijd de aandacht heeft weten te vestigen op de moeizame acceptatie van zwarte dansers in het klassieke ballet, wist ballerina Michaela Mabinty DePrince, geboren in Sierra Leone, opgeleid in Amerika en tot wasdom gekomen in Nederland, dat er nog een lange weg te gaan was. Discriminerende vooroordelen over voorgeschreven lichaamsbouw, gewicht, schoonheidsideaal en rolinvulling bleken behoorlijk hardnekkig.
‘Ik voel mij een klaproos in een veld narcissen’, zei ze zeven jaar geleden tijdens een conferentie in Amsterdam bij een discussie over witte dominantie in het klassieke ballet, nadat ze eind 2016 was bevorderd tot tweede soliste bij Het Nationale Ballet. ‘Maar ik ben niet bang zo te bloeien.’
Over de auteur
Annette Embrechts schrijft voor de Volkskrant over dans, performance en (circus)theater.
Zelf kan ze de verfilming van haar indrukwekkende levensverhaal niet meer meemaken. Dinsdag stierf DePrince op 29-jarige leeftijd een natuurlijke dood, zo maakte haar Amerikaanse team vrijdag bekend. Wat de oorzaak is voor haar overlijden, vermelden haar intimi niet.
Wie haar filmische levensverhaal een sprookje waagde te noemen, kreeg glimlachend te horen dat ze daarvoor te veel gruwelijkheden had meegemaakt en nog geregeld therapie nodig had om nachtmerries te temperen. De Prince werd als Mabinty Bangura geboren in het door een bloedige burgeroorlog geteisterde Sierra Leone, als enige dochter van een liefdevol echtpaar. Haar vader, die net als zij een gevlekte huid overhield aan de huidziekte vitiligo, onderwees zijn peuterdochter al vroeg in verschillende Afrikaanse talen, zodat ze zich enigszins zou kunnen weren tegen venijnige pesterijen. Mabinty werd verketterd als ‘luipaardkind’ en ‘duivelskind’.
Op haar derde verloor ze beide ouders. Rebellen vermoordde haar vader bij de diamantmijn waar hij werkte. Haar moeder overleed kort daarna door honger en koorts. In haar autobiografie Ze noemde me duivelskind, in 2014 geschreven met haar Amerikaanse adoptiemoeder Elaine DePrince, beschrijft ze pijnlijk eerlijk van welke gruwelijkheden ze piepjong getuige was, nadat ze door haar gewelddadige oom in een weeshuis was gedumpt. Als vierjarige zag ze hoe haar zwangere lievelingsjuf, de enige die haar niet als een paria behandelde vanwege haar huidziekte, buiten de poort door rebellen werd opengesneden, waarna moeder en kind verminkt werden weggegooid.
De cover van een danstijdschrift uit 1979, twintig jaar later tijdens een Saharastorm tegen de weeshuispoort gewaaid, bood schrale troost. De jonge Mabinty, smachtend naar lieve adoptieouders, dacht dat alle Amerikanen er uitzagen als die stralend witte ballerina op spitzen. Met de verfrommelde voorkant als enige privébezit begon haar droom danseres te worden. Jaren later, tijdens Ivo Niehes TV show voor Unicef en een door DePrince georganiseerde benefietvoorstelling voor War Child – vanaf 2016 zette ze zich in als ambassadeur voor oorlogskinderen - ontmoette ze deze Frans-Amerikaanse coverballerina, Magali Messac.
Het Amerikaanse echtpaar DePrince kwam in 1999 naar Sierra Leone met het voornemen haar weeshuisvriendinnetje Mia te adopteren. Toen moeder Elaine bemerkte dat ‘duivelskind’ en oorlogswees Mabinty door niemand werd opgehaald, vroeg ze haar echtgenoot Charles of twee adoptiedochters ook goed was. Tijdens de vlucht terug naar Amerika raakte een koffer zoek, met daarin de cover van het danstijdschrift.
In New Jersey zette Michaela, zoals ze vanaf toen werd genoemd, samen met haar moeder alles op alles een balletcarrière mogelijk te maken. Balletdocenten zagen weinig heil in het trainen van een zwart lichaam, laat staan een met een zichtbaar gevlekte huid. Op haar veertiende verwierf ze via een danswedstrijd toch een balletbeurs voor de American Ballet Theatre Jacqueline Kennedy Onassis School in New York.
Na haar afstuderen danste ze als gastsoliste bij het Mzansi Ballet Theatre voor Zuid-Afrikaans talent en werd ze aangenomen bij het Dance Theatre of Harlem. Rinus Sprong en Thom Stuart, artistiek leiders van De Dutch Don’t Dance Division in Den Haag, scoutte haar daar voor een gastrol in 2011 en 2012, in hun jaarlijkse kerstvoorstelling. Vanaf toen begon, met steun van Ted Brandsen, artistiek directeur van Het Nationale Ballet, Michaela’s stralende carrière in Nederland, eerst nog in 2013 als lid van de net opgerichte Junior Company. Een jaar later trad ze als élève toe tot het grote gezelschap om in twee jaar in rang op te klimmen tot tweede solist van Het Nationale Ballet.
DePrince bleek een natuurtalent met een grote sprongkracht en vooral een stralend charisma op toneel. Menig toeschouwer zei na afloop van een balletvoorstelling in de grote zaal diep geroerd te zijn, omdat ze zich door DePrince persoonlijk voelde aangekeken. Ze danste onder meer in de balletklassiekers Giselle en Het Zwanenmeer en kreeg felbegeerde hoofdrollen in Notenkraker en Muizenkoning (2015) en Coppelia (2016). In de romantische bioscoopverfilming van dit laatste ballet vertolkte ze eveneens de titelrol.
Helaas veroorzaakte een gescheurde achillespees een hardnekkige blessure, waardoor ze een jaar uit de running was. Uiteindelijk koos ze er in 2021 voor een nieuwe start te maken in Amerika, bij het Boston Ballet. Ondertussen wisten haar danscharisma en haar in twee boeken opgetekende levensverhaal ook de harten te raken van wereldsterren als Madonna en Beyoncé. In 2016 danste DePrince in Hope, een videoclip voor Beyoncés zesde studioalbum Lemonade. Op het gezongen woord Freedom zwierde ze de clip binnen in een witte jurk.
Zo bouwde DePrince aan een bestaan als model en freelance danseres. Ook stak ze veel tijd in haar ambassadeurswerk voor goede doelen. De schok van haar vroegtijdig overlijden dreunt daarom door tot ver buiten de internationale danswereld.
Popster Madonna over haar keuze Michaela’s autobiografie te verfilmen: ‘Michaela’s levensverhaal raakte mij diep, als artiest maar ook als activist die begrijpt wat tegenslag is. Deze film geeft een unieke mogelijkheid licht te werpen op Sierra Leone en Michaela de stem te laten zijn voor alle weeskinderen die naast haar zijn opgegroeid.’
Bij de tweedaagse ontmoeting met Beyoncé, in 2016, voor de videoclipopnames: ‘Ze vond het een eer mij in haar team te hebben en noemde mij een buitenaardse verschijning van een andere planeet. Ik zei: ‘The honor is mine. I’m sitting on cloud nine.’
Ted Brandsen van Het Nationale Ballet: ‘Hoewel haar levensverhaal bekend was, begreep ik pas na haar eerste jaar bij ons hoe diep die trauma’s zaten. Op het eerste gezicht leek zij iemand die altijd optimistisch en vrolijk was, kwaliteiten die ze op het toneel overbracht. Die donkere kant van zichzelf liet ze liever niet zien.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant