Ze speelt een hoofdrol in Mocro Maffia en schrijft scenario’s: eindelijk gebeurt alles waar Zineb Fallouk jarenlang van droomde. Ook werkt ze aan een boek over een lang verborgen deel van haar leven: ‘Het is geen inspiratieverhaal, omdat het zo’n donkere tijd is geweest.’
Ze is net terug uit Marokko, waar ze een fotoshoot had voor een glossy. Én twee djellaba’s droeg van haar in 2018 overleden moeder. Zineb Fallouk: ‘Voor het eerst in zes jaar deed ik de koffer met haar kleding open. Die was altijd dicht gebleven, omdat ik bang was dat haar geur zou verdwijnen. Maar toen ik ’m opende, voelde het alsof ze zélf uit die koffer kwam. Een beetje wat er gebeurt als ik zo’n rond, blauw blik van Nivea pak, dat zij haar hele leven gebruikte. Zodra ik die geur ruik, staat mijn moeder naast me. Het is mijn manier om haar in leven te houden.’
Maar ja: ze is er dus niet meer. Fallouk: ‘We waren in een dorpje bij Rabat en ik merkte dat ik haar zocht in de gesluierde vrouwen die daar rondliepen. Ik maakte contact met een vrouw die op haar leek en moest vervolgens heel hard huilen. Want de herkenning gaf het gevoel dat ik zocht, maar tegelijkertijd ook niet, juist omdát ik haar niet terugkrijg.
‘Het gevoel van gemis en verlies is misschien wel groter dan ooit. Alle dingen die ik met haar zou willen delen, gebeuren nu pas. Ik wil het haar zo graag laten zien: ‘Kijk dan, mam, hoe ik word ontvangen in Rabat – ze rollen nog net niet de rode loper voor me uit.’
‘Ik speel een hoofdrol in een serie die in vijftig landen wordt bekeken, ik schrijf scenario’s, werk aan een boek. Ik heb uiteindelijk toch nog alles gedaan waarvan ik droomde! En dát wil ik met haar delen, juist omdat zij mijn moeilijke tijden heeft meegemaakt, mijn pijn en verdriet.’
De carrière van Fallouk kwam pas op latere leeftijd tot ontwikkeling – over de reden daarvoor bleef ze in interviews tot nog toe gesloten. In coronajaar 2020, Fallouk werkte in een verslavingskliniek voor psychiatrische patiënten omdat al haar acteerwerk stillag, deed ze auditie voor seizoen drie van de dan al zeer populaire misdaadserie Mocro Maffia. Even snel, omdat haar dienst in de instelling kort daarna zou beginnen en ze eigenlijk toch al uitging van de zoveelste ‘nee’.
Maar ze kreeg de rol meteen, die van Samira, de aanvankelijk timide zus van de nietsontziende capo Paus (Achmed Akkabi), die twee seizoenen later is uitgegroeid tot een haai die zelf met automatische wapens zwaait en de lakens uitdeelt.
Vanaf 20 september is het zesde en laatste seizoen via Videoland te streamen, met opnieuw een hoofdrol voor Fallouks personage Samira. Daarnaast is ze te zien in de Vlaamse serie Alter Ego, in de Mocro Maffia-spin-off Taxi, komt seizoen twee van de dystopische NPO-serie Arcadia eraan en beginnen binnenkort de opnamen van dramaserie Sihame.
Waar Samira uitsluitend in intimiderend zwart gekleed gaat, betreedt Fallouk haar favoriete buurtrestaurant Cantine de Caron op het Amsterdamse Westergasterrein in een lichtblauwe blouse, witte tanktop en lichtblauwe spijkerbroek. Op haar handen en voeten nog de henna uit Marokko; precies zo aangebracht als haar moeder het altijd had.
Zineb Fallouk (37) is het nakomertje uit een gezin van negen kinderen, van wie er twee al jong overleden. Haar vader was gastarbeider: hij werkte begin jaren zeventig in Europese fabrieken en kassen totdat hij, na twintig jaar, recht kreeg op gezinshereniging. Zineb was toen 5 jaar, haar oudste zus 22 en ze kwamen terecht in Den Haag, waarvandaan ze elke zomer met een Mercedes-bus teruggingen naar Ajdir, in het noorden van Marokko.
Hoe was het om ineens in een totaal andere omgeving te wonen?
‘Ik heb er alleen maar goede herinneringen aan. Ja, ik sprak de taal nog niet en dat voelde soms eenzaam, maar tegelijkertijd speelden we ’s zomers tot laat buiten, allerlei culturen door elkaar heen. Mijn vader was trots dat we nu in een land woonden waar alles was en waar we niets tekort zouden komen. Wij vonden Nederland een prachtig, idyllisch land – dat wilde ik ook met de foto’s bij dit interview laten zien. De polders, de molens, die mooie velden met paarden: mijn moeder en ik genoten daar altijd enorm van.’
Ook de aanzet tot acteren begint bij haar moeder Fatima: ‘Ze kon heel goed trommelen en zingen. Als er iets te vieren was, kwam mijn moeder op met haar trommel, prachtig opgemaakt, overal henna, en begon ze muziek te maken. Als klein meisje keek ik daarnaar en dacht: wow, dit wil ik ook.’
Theatermaker, regisseur en inmiddels goede vriend Willibrord Keesen vertelde over zijn tijd als gastdocent bij Theaterschool Hofplein in Rotterdam, waar jij toen net begon. Hij zei: ‘Ze was nog ongeschoold, maar ik dacht meteen: wát een uitzonderlijk natuurtalent. Zowel in het spelen zelf als in het schrijven van teksten.’
‘Willibrord was de eerste die mij echt een podium gaf, die me liet zoeken naar wat acteren voor mij betekende. De andere docenten vonden het niet oké dat ik niet meeging met de rest. In deze wereld is het vaak zo: als jij Shakespeare niet op een bepaalde manier speelt, ben je geen goede acteur. Daar heb ik heel hard tegenaan geschopt.’
Wat is dan jouw manier van acteren?
‘Wij zitten hier een paar uur samen en ondertussen breng ik jou helemaal in kaart. Als jij straks weggaat, kan ik je nadoen. Ik loop nooit met een telefoon voor mijn neus over straat, ik wil kíjken. Hoe bewegen mensen, wat vertellen ze met hun lijf? Het komt bij mij van binnenuit; het interessantst is het als je aan mijn personage kunt zíén dat er veel meer aan de hand is zonder dat het wordt benoemd.’
Ze geeft een voorbeeld uit Mocro Maffia, als Samira in het mortuarium het lichaam van haar broer Paus bekijkt en ze volgens het oorspronkelijke script in onbedaarlijk huilen moet uitbarsten. Fallouk: ‘Samira is steeds harder geworden, heeft al een paar moorden gepleegd en maakt zich los van haar menselijke emoties. Dus zo’n huilbui klopt voor mij niet. Ik vond het veel mooier om te laten zien dat ze weliswaar geëmotioneerd raakt, maar zich vervolgens meteen weer beheerst. Maar mannen willen dat niet altijd, hè?’
Hoe bedoel je?
‘In de meeste series zijn vrouwen óf slachtoffer óf angstig en moet een man ze redden. Dus wordt er veel gehuild, om te laten zien: zie je, ze kan het niet zelf. En dán kom ik dus in actie. Omdat ik het juist zo geweldig vind dat Samira totaal niet bang is, nooit, ook niet voor haar broer. En ik ben Achmed Akkabi, de showrunner van de serie, voor altijd dankbaar dat ik me als actrice met mijn rol mocht bemoeien. Omdat het nog steeds een uitzondering is. Ik hoop dat het op een dag verandert. Dat vrouwen meer te zeggen krijgen over de invulling van hun rol.
‘Overigens gaat een sterke rol voor mij niet over de grootte ervan, of dat een sterke vrouw niet emotioneel zou kunnen zijn. Ik bedoel dat het een autonome rol is, niet weer alleen een extraatje naast het mannelijke personage.’
Hebben mannelijke acteurs wel inbreng in hun rol, denk je?
‘Ik denk dat mannenrollen gewoon vaker raak zijn. Misschien ook doordat de teksten meestal door mannen zijn geschreven. Over de transformatie van Samira – van bedeesde huismoeder die de broodtrommels vult tot grote maffiabaas – is achter de schermen veel discussie geweest. Zij was een moeder, dús zou zij dat nooit doen. Zou ze altijd voor haar kinderen kiezen, in plaats van voor de macht. ‘Eh, nee, niet waar’, zei ik. Waarom kijkt niemand ervan op als een mannelijk personage zijn kinderen in de steek laat en zou een vrouw dat niet kunnen doen? Of waarom is het prima als een man besluit geen kinderen te willen, terwijl een vrouw daar altíjd op wordt aangesproken?’
Het is hét onderwerp van de laatste jaren in jouw wereld, nu ook weer bij theatergezelschap ITA: dat er dingen van acteurs worden gevraagd die ze als onprettig ervaren, maar dat tegenspraak niet wordt geaccepteerd.
‘We namen een serie op, overigens met een vrouwelijke regisseur. Ineens was het script gewijzigd en moest ik een vrijscène doen. Ik zei: ik weet niet naar wie dit allemaal is gestuurd, maar ik ga dat niet doen. ‘Allez, allez’, werd er gezegd, ik moest het niet zo zwaar opnemen.
Mijn toenmalige agent zei nog: ‘We moeten wel voorkomen dat ze naar een advocaat stappen.’ Nou, dacht ik, laat die advocaat maar komen. Ik heb geen ‘ja’ gezegd tegen dit script, toch?
‘Weet je, er zijn actrices die alles overhebben voor hun vak. Ik niet. Ik wil dat mensen zich aan hun beloften houden. En het werd hierdoor een lange productie, hoor. Elke keer op en neer naar België, in een gespannen sfeer werken. Maar ik laat me gewoon niet intimideren. Door niemand. Dat gevoel zit zo diep.
‘Ik zie om me heen collega’s die in een dip raken als ze een tijdje geen werk hebben. Doe normaal! Ik vind het leven echt te speciaal om te denken dat dit vak het enige is waar ik gelukkig van kan worden. Maar goed, dat heeft natuurlijk ook met mijn geschiedenis te maken.’
Terwijl de garnalenkroketten, olijven, artisjokken en oesters op tafel komen, is er een korte aarzeling. Dan toch: ‘Het was al vroeg mijn grote droom om actrice te worden. Daar wilde ik het liefst zo snel mogelijk mee beginnen. Totdat ik op jonge leeftijd moeder werd en mijn leven totaal veranderde. Mijn dromen heb ik opzij moeten zetten.’
Hoe zag je leven er destijds uit?
‘Het is geen mooi verhaal; het was een donkere, moeilijke, pijnlijke tijd. Ik werd zwanger van mijn toenmalige partner en mijn hele wereld stond op zijn kop.’
Ongewenst zwanger, denk ik?
‘Dat vind ik een naar woord. Wij geloven thuis in mektab, het lot. Je kunt het lot niet sturen, je kunt niet zeggen: ik wil dát wel, maar dít niet. Nee: dit heeft het lot je gegeven en daar moet je het beste van maken. Dat heb ik gedaan. En het heeft me zeer ambitieus gemaakt, omdat je voor iemand te zorgen hebt. Het klinkt wat motivational, maar ik wilde aan mijn dochter laten zien: wat je ook overkomt, laat je meevoeren door de stroming, het komt uiteindelijk goed.’
Zijn er ook momenten geweest dat je dacht dat het niet goed zou komen?
‘Natuurlijk is er paniek geweest, veel stress, kopzorgen. Ik was jong en vrij snel werd duidelijk dat ik het alleen zou gaan doen. Ik wilde niet dat mijn kind voortdurend met stress en ruzies werd geconfronteerd. En inmiddels ben ik voor haar het universum geworden, zoals mijn moeder dat voor mij was. Had ik het anders willen doen? Absoluut niet. Maar heb ik mensen pijn gedaan? Ja, dat ook.’
Zoals wie?
‘Het pijnlijkste voorbeeld is mijn moeder. Ze heeft nooit gezegd dat ze niet trots op me was. Nooit. Maar ik heb heel lang gedacht: ik heb jou zo veel verdriet gedaan. En voor mijn gevoel kan ik dat nooit meer goedmaken, omdat ze er niet meer is.’
Wat denk je dan dat haar verdriet deed?
‘Mijn zussen en broers hebben allemaal voor een stabiel beroep gekozen, terwijl ik ging voor een onzeker vak; acteren, schrijven. Mijn oudste zus werd pas heel laat moeder, ik juist heel vroeg. Ik ben altijd anders geweest. Toen mijn moeder ziek werd en we veel gesprekken voerden, begreep ik dat ze juist vond dat dat mij speciaal maakte.’
Je hebt in eerdere interviews nooit willen vertellen dat je al op zeer jonge leeftijd moeder werd.
‘Ik wilde dat mensen me zouden kennen van mijn werk, niet vanwege dit verhaal. Maar inmiddels ben ik er wel een boek over aan het schrijven. Over hoe fucking zwaar én hoe mooi het was. Ik heb er al met een aantal uitgevers over gesproken, maar ik merkte dat sommigen er een slachtofferverhaal van wilden maken. Meteen die vragen: ‘Wat deden je ouders? Was het zwaar door je culturele achtergrond? Hielp niemand je?’ Met dat soort hijgerigheid wil ik niets te maken hebben, daar gaat het ook niet over.
‘Het is ook helemaal geen inspiratieverhaal, omdat het zo’n donkere tijd is geweest. Het zou te veel bij me openscheuren om nu alles te vertellen, maar in z’n algemeenheid gaat dat over eenzaamheid. Over niet begrepen worden, het gevoel hebben in de steek gelaten te zijn door mensen van wie je dat niet had verwacht. Maar ook dán hoef je dus niet in de goot te eindigen. Integendeel, ik heb juist een fantastisch leven opgebouwd.’
Wat was achteraf bezien het zwaarst?
‘De eenzaamheid. Grote dromen hebben, maar die niet meer kunnen uitvoeren.’
En hoe heeft het je veranderd?
‘Ik leid nog steeds een klein leven. Er is nu succes, maar dat vertaal ik niet in het kopen van dure tassen of een lifestyle die ik niet kan bekostigen als het er morgen niet meer is.
‘Ik weet hoe het is om heel weinig geld te hebben en toch te moeten overleven. Al had ik dat van huis uit al meegekregen, van mijn vader die ons met een laag inkomen toch een goed bestaan wist te geven. En ik heb altijd gedacht, nadat ik moeder was geworden: zodra het weer kan, maak ik de inhaalslag, dan doe ik álles wat me wordt aangeboden. Maar toen het zover was, bleek dat de mensen die erover gingen van alles van mij vonden. Dat ik té ambitieus was. Dat ik niet zo spontaan was als jongere klasgenoten.’
De docent die je afwees voor de toneelschool in Utrecht speelde later een klein rolletje in Mocro Maffia. Heb je toen nog iets tegen hem gezegd?
‘Nee. Ik herkende hem meteen, maar ik dacht ook: ik ben jou juist dankbaar. Als ik die opleiding wel had mogen doen, had ik nu misschien Shakespeare heel goed kunnen spelen, maar was ik ook mijn eigenheid kwijtgeraakt. Die afwijzing bleek voor mij een les om te blijven vechten voor wat ik wil. Hij zag zichzelf misschien als poortwachter, maar je staat niet bij de hemel om te bepalen of ik naar binnen mag of niet, hè? Dan kom ik er toch op een andere manier?
‘Ik heb één ding meegenomen uit Hamlet, een zin die mijn levensmotto is geworden. To thine own self be true, wees trouw aan jezelf. Ik weet nu dat het niet erg is als het even niet gaat zoals je wilt. En echt, als het acteren morgen ophoudt, ga ik in een bloemenzaak werken en heb ik dáár de mooiste tijd van mijn leven.’
Zover is het nog niet; Willibrord Keesen vertelde dat je inmiddels audities hebt gedaan voor grote internationale rollen. Hij weet het zeker, zei hij: ‘Zineb zal gezien worden.’
‘Dat is lief van hem, en ja: zo’n buitenlandse rol is inderdaad de volgende droom. Altijd weer iets nieuws nastreven hoort bij mijn karakter. Het houdt een mens in beweging. Maar goed: je doet als acteur nou eenmaal eerst héél veel castings voordat iets lukt.’
Voor welke rollen ben je opgegaan?
‘Kun je dat vertellen, vind jij?’
Ik vind van wel.
‘Oké, nou: voor de film The Last Kingdom: Seven Kings Must Die. Voor een Italiaanse serie, Everybody Loves Diamonds. En via mijn agentschap werd ik ook gevraagd auditie te doen voor de serie The Saints van Martin Scorsese, als Maria Magdalena. Dat is hartstikke goed voor je ego, hoor, als je door zo’n grootheid wordt gevraagd.’
Hardop lachend: ‘Alleen zijn de opnamen inmiddels begonnen en heb ik nooit meer iets gehoord.’
Dankzij streamingdiensten is wat je doet nu wereldwijd te zien.
‘Dat is een enorm voordeel, ja. Door Mocro Maffia krijg ik van over de hele wereld berichtjes. Maar mijn kracht is dat ik daar niks van vind. Ik maak mezelf geen illusies. Wat ik vaak bij jonge mensen zie, is dat ze schrijven: ‘Hey, Zineb, ik wil ook wel in Mocro Maffia spelen.’ Maar wat ze willen is over die rode loper gaan, mooi opgemaakt worden, de buitenkant. Niemand heeft zin om eerst honderd keer te worden afgewezen, of bij wijze van leerschool voortdurend andere mensen te bestuderen.’
Intussen werk je dus ook aan een boek én aan een scenario voor een fictieserie die je bovendien zelf wilt gaan regisseren. Waar gaat die over?
‘De serie moet Prooi gaan heten en vertelt het verhaal van spijtmoeders. Ik zag Maggie Gyllenhaals film The Lost Daughter, met Olivia Colman in de hoofdrol, waarin gaandeweg duidelijk wordt dat zij een vrouw is die vroeg moeder werd en haar kinderen op een gegeven moment heeft achtergelaten. Daardoor ging ik nadenken over mijn eigen moeder, die al 42 jaar was toen ze mij kreeg, wat in onze cultuur best oud is.
‘Ik heb altijd oneindig veel liefde van haar gevoeld, maar vroeg me ineens ook af: had je niet vijf jaar eerder, bij het kind vóór mij, moeten stoppen?
‘Het moederschap is zoiets ongrijpbaars. De een gaat het heel makkelijk af, de ander juist niet. Mijn moeder heeft haar hele leven in dienst van onze opvoeding gesteld, maar verloor daarmee ook een deel van haar eigen identiteit.
‘In de verslavingskliniek waar ik twee jaar heb gewerkt, zaten vrouwen die hun kinderen al op jonge leeftijd hadden afgestaan en daarmee moesten zien te dealen. Zoals Olivia Colman dat in The Lost Daughter moet. Want naar wie kun je toe, als vrouw, met zulke gevoelens? Zou je tegen je moeder kunnen vertellen dat je eigenlijk spijt hebt van je kinderen? Tegen je man, wetende dat hij juist gek op ze is? Er wordt toch meestal geoordeeld dat een moeder zoiets niet mág voelen.’
Kun jij je iets voorstellen bij die vorm van spijt?
‘Ik ben zelf het tegenovergestelde van zo’n vrouw. Ik heb er nooit spijt van gehad en mezelf heel lang weggecijferd, juist omdat ik wilde zorgen. Daar valt natuurlijk ook weer van alles over te zeggen.’
Een slok alcoholvrije prosecco: ‘Ik wil in de scenario’s die ik ga schrijven heel toffe, krachtige vrouwen neerzetten. Een sterke vrouw zijn heeft voor mij niets te maken met een glanzende carrière. Voor mij is een sterke vrouw iemand die voor haar eigen verlangens gaat, wat die ook zijn. Als het jou gelukkig maakt om de hele dag boterhammen te smeren voor jouw vijf kinderen: doe het. Als je 24/7 met je werk bezig wilt zijn: ook doen. Maar wél omdat jij het wil, niet omdat je man of de buitenwereld dat van je vragen.
‘Mijn moeder is opgegroeid in een tijd waarin vrouwen helemaal niets te zeggen hadden. Waar geen ruimte was voor hun angsten of dromen. Als je het met die generatie vergelijkt, zijn wij zo verwend. Wij mogen zeggen: nee, daar voel ik me nu niet gemakkelijk bij. Dat konden zij echt niet. Ik heb mijn moeder nooit horen klagen, maar in haar ogen heb ik gezien dat zij er soms klaar mee was. En dat ze dromen had die ze nooit heeft kunnen najagen.’
De generatie na haar is juist weer voorgehouden dat je als vrouw een carrière moet nastreven. ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’
‘Ja, terwijl er ook nu nog vrouwen gewoon fulltime moeder willen zijn, maar daar wordt tegenwoordig op neergekeken. Terwijl: waarom zou dat je minder waard maken?’
In Het Parool vertelde je vorig jaar dat je geen ‘vulmiddelrollen’ meer wilde spelen. Lege personages zonder verhaal, waar iemand met een kleurtje voor wordt gevraagd om zo toch diversiteitspunten te scoren. ‘Ik ga geen audities meer aannemen voor de rol van schoonmaakster, omringd door witte mensen’, zei je.
‘Nog geen maand later kwam er exact zo’n rol voor me binnen. Een schoonmaakster met een witte naam die in het script maar af en toe iets te zeggen kreeg. Natuurlijk wilde ik het niet doen. De regisseur belde nog: ‘Maar waarom dan niet? Heeft ze het script wel gelezen?’ Ja, maar ze heeft geen interesse. Ik heb geeneens zín meer om dat nog te moeten uitleggen.
‘Daarom ben ik zo blij dat ik nu werk met regisseurs als Achmed Akkabi, Fadua El Akchaoui; en hopelijk ben ik zelf straks ook zo iemand. Ik zou als regisseur nooit zeggen: ‘Ik wil wel goeie witte mensen, maar ik kan ze niet vinden.’ Ik kijk om me heen, en als ik ze niet meteen zie ga ik ernaar op zoek.’
Als jij het straks mag bepalen, ga je dan in eerste instantie voor acteurs van kleur?
‘Absoluut niet, van mij hoeft niet alles ingekleurd te zijn. Ik keek laatst naar een film over Edvard Munch, de kunstenaar die De schreeuw maakte. Fantastisch goed, echt een aanrader. Maar: het ging over een tijd waarin er in zijn wereld geen gekleurde mensen waren. En ineens liep er een zwarte vrouw in die film rond. Ik weet zéker dat ze haar erin hebben gezet om iets af te vinken: wij doen ook aan diversiteit, hoor. Terwijl: dat hoeft niet, het sloeg in deze context nergens op.’
Wanneer wel?
‘Als ik series zie waarin de advocaten of zorgmedewerkers allemaal wit zijn. In mijn scripts kan de strafrechtadvocaat Linda heten én een zwarte vrouw zijn. Ik ben opgegroeid met Dunya en Desie, zo’n mooi verhaal over de vriendschap tussen een Marokkaans en een Nederlands meisje. Als er één Maryam Hassouni te vinden was voor de rol van Dunya, moeten er toch meer Maryams zijn? Je moet ze alleen wel wíllen vinden.’
Jouw moeder droeg een hoofddoek, doen jouw zussen dat ook?
‘Ja, maar allemaal vanuit eigen keuze en pas vanaf latere leeftijd. Onze ouders hebben ons dat nooit opgelegd. Ik doe het niet, omdat het niet is wie ik nu ben, maar tegelijkertijd vind ik vrouwen die die keuze maken heel moedig. Het lijkt me vermoeiend om de hele dag aan wildvreemden te moeten uitleggen waarom je gesluierd bent. En dat het je eigen wens is, niet die van je vader of man.’
Heb jij eigenlijk een relatie?
‘Haha, de details blijven privé. Houd het er maar op dat ik gelukkig ben en dat ik het heel leuk heb.’
Het gesprek komt op Riet, jarenlang haar buurvrouw in Den Haag. ‘Voor mijn ouders waren buren heel belangrijk. Voor de buren moesten wij altijd klaarstaan, ze mochten nooit iets tekortkomen. Dat ben ik blijven doen toen ik op mezelf ging wonen. Elke week stapte ik bij Riet binnen, een oer-Hollandse vrouw. Medicijnen halen, een boodschapje doen, ik drukte haar op het hart dat ze me altijd kon inschakelen. Op een gegeven moment nodigde ik haar uit voor mijn verjaardag. De televisie stond aan, Riet keek ernaar en zei: ‘Goh, dit land wordt echt helemaal ingenomen door die islamitische baardapen.’’
Hoe reageerde je?
‘Ik vroeg haar of ze nog een koekje wilde. Kennelijk zag ze mij heel anders dan dat ik haar zag. Begreep ze niet dat ook míjn achtergrond islamitisch is. Ik had wel boos kunnen worden, maar dit was de boodschap die zij de hele dag hoorde. Zowel van politici als via de media. En als je niet zelf blijft nadenken over wat goed voor jou is, kan het gebeuren dat je je buren gaat haten.
‘Maar wat ik daar niet aan begrijp is: we willen toch allemaal geluk? Als hier de pleuris uitbreekt, blijven wij toch ook niet zitten? Als Nederland meedoet aan bombardementen op welk land dan ook, is het dan heel gek dat mensen onze kant op komen om een betere en veiliger plek voor zichzelf en hun familie te zoeken?’
Fatima Fallouk stierf midden in de nacht, 74 jaar oud, aan alvleesklierkanker, op een avond met hevig onweer. ‘De dokter had gezegd dat het elk moment kon gebeuren, maar mijn zus was nog onderweg uit Den Bosch. Steeds belde ze me: ‘Is ze er nog? Is ze er nog?’ Ja, ze is er nog. Vier uur later kwam ze eindelijk binnen. Pas toen mijn moeder iedereen om zich heen had, kon ze gaan.’
Er is nog veel emotie als je over je moeder praat, hè?
‘Soms zie ik mensen die ook een ouder verloren en er allang overheen lijken te zijn. Dan voel ik me schuldig dat ik nog steeds zo met haar verlies bezig ben. In therapie heb ik geleerd dat het niet zo werkt, dat het gemis ook een heel leven kan blijven, dat rouw geen klok heeft. Ik zie mijn rouw nu als water: het heeft geen eind, geen tijd of vaste vorm. Je kunt het niet vasthouden of in een doosje wegstoppen. Het komt zoals het is en het enige wat ik kan doen is erin meegaan.’
Als ze opstaat om het inmiddels lege restaurant te verlaten: ‘Als ik vroeger zo’n grote zaak binnenliep, dook ik bijna weg, terwijl ik dat nu met zelfvertrouwen doe. Mensen kijken mij aan, ik hen, we zien elkaar. Ik ben een totaal andere verschijning geworden. Ik weet nu: ik ben er, het is oké.’
1 mei 1987 Geboren in Marokko.
1992 Verhuizing naar Den Haag.
Opleiding Van Vredenburch College Rijswijk, mbo theater en cultuur in Rotterdam.
2011 Lid theatergroep Dox.
2013-2018 Culturele en maatschappelijke vorming, Hogeschool Rotterdam, specialisatie theater bij Jeugdtheater Hofplein.
2015 Stage bij Conny Janssen Danst.
2016-2019 Ensemble en schrijver bij toneelgroep Keesen & Co, schrijft o.m. eigen bewerking van Bertolt Brechts De Joodse vrouw.
2019-2020 Ensemble Zuidelijk Toneel.
2021-2024 Samira in Mocro Maffia (Videoland).
2022 Rol in telefilm Romaissa de superheld uit Rotterdam.
2023 Vlaams-Nederlandse serie Arcadia, serie Hockeyvaders.
2023 Vlaamse serie Alter Ego.
2024 Samira in Mocro Maffia-spin-off Taxi.
Fallouk woont in Amsterdam en heeft een dochter.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant