Met een beroep op ‘buitengewone omstandigheden’ wil minister Faber via een nooddecreet ‘het strengste asielregime ooit’ mogelijk maken. Is dat juridisch houdbaar?
Onbekend is of asielminister Marjolein Faber weleens van gedachten wisselt met haar voorganger, voormalig staatssecretaris Eric van der Burg. Maar áls de PVV’er hem had gebeld voor advies, dan zou hij haar vermoedelijk hebben verteld dat het niet gerechtvaardigd is om een deel van de Vreemdelingenwet buiten werking te stellen door een asielcrisis uit te roepen.
Althans, dat concludeerde de staatssecretaris zelf twee jaar geleden in een brief aan de Tweede Kamer. Er zou immers sprake moeten zijn van een zeer uitzonderlijke situatie. Oorlog, ‘of andere buitengewone omstandigheden’. Niet alleen de staatssecretaris dacht er zo over; óók toenmalig minister van Justitie Dilan Yesilgöz bevestigde in een brief dat staatsnoodrecht niet bedoeld is voor de structurele knelpunten in de asielopvang.
Over de auteur
Loes Reijmer is verslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over migratie, asiel en polarisatie
Dat was het najaar van 2022, toen de problemen groter waren dan nu. In de zomer hadden mensen in Ter Apel in het gras geslapen, Artsen zonder Grenzen was ter plaatse gekomen en had de omstandigheden met het Griekse kamp Moria vergeleken. Toch was de situatie kennelijk niet uitzonderlijk genoeg. De Raad van State, om advies gevraagd, bevestigde die conclusie.
De twee voormalige VVD-bewindspersonen zitten nu voor hun partij in de Tweede Kamer. Yesilgöz onderhandelde over de totstandkoming van het kabinet-Schoof, het kabinet dat nu precies gaat doen wat de twee VVD’ers eerder niet mogelijk of gerechtvaardigd achtten: het noodrecht gebruiken om uitzonderingen te maken op de Vreemdelingenwet 2000, zoals het afschaffen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Kan dat zo makkelijk? Welke route moet de minister afleggen, zijn er juridische barrières en hoe zit dat met het ‘democratisch ethos’?
Het kán wel, zegt hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans. Op basis van artikel 111 in de Vreemdelingenwet mag het kabinet een beroep doen de eerdergenoemde ‘buitengewone omstandigheden’. ‘Dat zijn dingen die buiten je macht liggen’, zegt Voermans. ‘Oorlogen, natuurrampen, epidemieën.’
Daar is momenteel geen sprake van. ‘Je krijgt nu een semantisch spel’, voorspelt de hoogleraar. ‘Het kabinet zal zeggen dat er een golf over ons heen is gekomen die we niet kunnen controleren. Dat blijkt niet uit de cijfers: er zijn in het afgelopen jaar niet plotseling heel veel grotere aantallen naar Nederland gekomen. We hebben een opvangcrisis, maar dat is iets wat bínnen je macht ligt.’
‘Moeilijk uitlegbaar’, noemt Voermans de noodgreep van het kabinet daarom. Tegelijkertijd is het aan het kabinet om deze politieke inkleuring aan de wet te geven. De Raad van State moet vervolgens advies geven. ‘Als die zegt: dit zijn geen buitengewone omstandigheden, dan zal het lastig worden in de coalitie. Ik voorspel dat Faber het advies naast zich neer zal willen leggen. Dat mag ook, maar er zal wel gedoe komen met NSC en misschien ook de VVD.’
Er is nog een barrière: de minister mag de Vreemdelingenwet weliswaar gedeeltelijk buiten werking stellen, maar haar handelen moet nog steeds in overeenstemming zijn met het Europees recht. De Europese Commissie kan Nederland op de vingers tikken en eventueel een boete opleggen. ‘Maar’, zegt Voermans, ‘Nederland kan dan weer naar het Europees Hof van Justitie stappen. Het is eind 2026 voordat we daar iets van horen.’
Het kabinet probeert tijd te kopen, zegt Voermans. ‘Medio 2026 gaat het nieuwe Europese asiel- en migratiepact in. Dat leidt tot strengere regelgeving. Ze lijken alvast een voorschot te nemen daarop.’ Nederland staat daarin niet alleen. ‘België ging ons al voor, en je ziet dat Duitsland ook aan het schuiven is.’
En maatschappelijke organisaties zoals VluchtelingenWerk, kunnen zij naar de rechter stappen? Voermans: ‘Het zou de rechter wel in een lastig parket brengen. Die moet zijn juridische oordeel over de ‘buitengewone omstandigheden’ in de plaats stellen van het politieke oordeel. Maar het zou kunnen.’
Bij het nooddecreet staat de Tweede Kamer aanvankelijk buitenspel. Wel is Faber verplicht direct een zogenoemde ‘voortduringswet’ in te dienen voor de langere termijn. Daarover moet gestemd worden. ‘Het schuurt’, zegt Voermans, gevraagd naar het democratisch ethos. ‘Je wilt dat de Kamer vooraf bij zulke ingrijpende maatregelen wordt betrokken, met volledige inbreng – zeker nu er niet klip en klaar van een noodsituatie sprake is.’
Hoe de Kamerleden Van der Burg en Yesilgöz inmiddels oordelen over de buitengewone omstandigheden, zal dan moeten blijken.
De asielmaatregelen uit het regeerprogramma
‘Voor asielmigratie zet het kabinet als eerste, concrete stappen naar het strengste asielregime ooit’, stelt het kabinet. Migratie naar Nederland moet ‘zo snel mogelijk drastisch beperkt’ worden.
Met noodwetgeving wordt de asielvergunning voor onbepaalde tijd afgeschaft, moet het eenvoudiger worden vreemdelingen na een strafbaar feit ongewenst te verklaren, en wordt de mogelijkheid tot nareis met meerderjarige kinderen geschrapt.
Ondertussen bereidt minister Faber de ‘asielcrisiswet’ voor. Daarmee wordt onder andere de Spreidingswet ingetrokken, zou een ‘asielbeslisstop’ kunnen worden ingevoerd, wordt asielopvang beperkt en versoberd, en worden mensen zonder verblijfsstatus zoveel mogelijk, ook gedwongen, uitgezet. ‘Waar mogelijk neemt het kabinet ook additionele maatregelen aan de grens.’
Hoewel deskundigen grote vraagtekens zetten bij de haalbaarheid, maakt het kabinet bovendien ‘zo snel mogelijk in Brussel kenbaar dat Nederland een opt-out van Europese asiel- en migratieregelgeving wil’.
Jurre van den Berg
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant