Als NSC-vicepremier en minister van Sociale Zaken moet Eddy van Hijum de agenda van partijleider Pieter Omtzigt bewaken in het kabinet en de samenwerking met de PVV in goede banen leiden. Een taak die nog belangrijker wordt nu Omtzigt tijdelijk een stap terugdoet.
Nog niet zo lang geleden wilde minister van Sociale Zaken Eddy van Hijum de politiek achter zich laten. Na ongeveer 25 jaar in verschillende functies bij het CDA was hij vorig jaar van plan om na zijn werk als gedeputeerde van de provincie Overijssel wat anders te gaan doen. Maar toen zijn vriend en oud-collega Pieter Omtzigt belde met de vraag of hij mee wilde bouwen aan een nieuwe partij, begon hij te twijfelen.
Het CDA was jarenlang ‘als familie’ voor Van Hijum. Maar evenals Omtzigt, met wie hij ruim dertien jaar in de Kamer zat, was hij kritisch op de koers. Als gedeputeerde bekritiseerde Van Hijum openlijk het stikstofbeleid van het vorige kabinet, waar ook de handtekening van het CDA onder stond, en hij vond dat zijn partij niet langer een ‘volkspartij’ was.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over de volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid.
Alles over politiek vindt u hier.
In plaats van de luwte volgde een hectisch jaar, waarin Van Hijum Nieuw Sociaal Contract (NSC) mede oprichtte, meeschreef aan het verkiezingsprogramma en maandenlang Omtzigts secondant was bij de almaar voortslepende formatieonderhandelingen. Met NSC wilde Van Hijum de ‘midden-politiek’ opnieuw uitvinden.
Nu zit hij in zijn nieuwe werkkamer op het ministerie, waar hij het voor zijn partij zo belangrijke thema ‘bestaanszekerheid’ moet bewaken, en ondertussen als vicepremier moet toezien op de samenwerking met VVD, BBB en PVV. Een taak die misschien nog belangrijker wordt nu NSC’s politiek leider Pieter Omtzigt deze week bekendmaakte tijdelijk een stap terug te doen.
U werkte maandenlang nauw samen met Omtzigt. Zag u zijn besluit aankomen?
‘Het is wel duidelijk dat hij ontzettend veel hooi op zijn vork heeft genomen. Het is iemand met een enorm plichtsbesef, die zich dingen heel erg aantrekt.’
Kon u hem als secondant niet afremmen?
‘Dat plichtsbesef laat zich niet zo makkelijk sturen. Maar ik hoop dat hij snel terugkeert. Hij is toch het gezicht van de partij, het boegbeeld, de reden waarom we hier überhaupt zitten. Zonder Pieter waren we niet zo ver gekomen.’
Omtzigt had grote bezwaren tegen samenwerking met de PVV. Vooral u werd gezien als aanjager, omdat u bestuursverantwoordelijkheid wilde nemen.
‘We kregen twintig zetels. Dat betekent dat je daarmee aan de slag moet, ja. Maar de samenwerking is geen doel op zich. De vraag is altijd: kun je voldoende van je idealen omzetten in beleid?’
U wilde met NSC de midden-politiek opnieuw uitvinden. Nu zit u in een rechts kabinet met ministers die in het verleden de omvolkingstheorie hebben verspreid. Was dat wat u voor ogen had?
‘Nou, ik had het niet verwacht. Maar de verkiezingsuitslag was een kleine revolutie. En ik merk in het kabinet dat we het verschil willen maken, en dat ook echt willen waarmaken. Op de inhoud is de sfeer goed.’
Toch gaat het ook op die inhoud moeizaam. Uw partij zou vorige week hebben gebotst met de PVV op het immigratiebeleid en de kwestie Israël-Palestina. Is de samenwerking wel vol te houden?
‘Ik ga niet in op de vertrouwelijkheid in de ministerraad. Maar laat ik dit zeggen: de eerste coalitie waarin vier verschillende partijen uit vier verschillende richtingen geen inhoudelijke discussie hebben, moet nog worden geboren. En uiteindelijk is het gelukt om eruit te komen, en ligt er een programma.’
In dat programma lees ik op uw gebied vooral veel beleid van uw CDA-voorganger Karien van Gennip. Waar zit volgens u het grote verschil?
‘Ik zit hier niet om me af te zetten tegen mijn voorganger. Integendeel. Ik maak dankbaar gebruik van een aantal goede dingen die zij in gang heeft gezet. Maar ik denk wel dat wij een veel duidelijker agenda hebben voor bestaanszekerheid, ook als je kijkt naar armoede en schuldhulpverlening. En we willen aan de slag met arbeidsmigratie om uitbuiting tegen te gaan.’
Over dat laatste thema is een hele stapel rapporten verschenen. Hoe verklaart u dat er zo lang niet is ingegrepen?
‘Ik denk dat het verdienmodel van te goedkope arbeid te lang dominant is geweest en onbelemmerd zijn gang heeft kunnen gaan. Arbeidsmigratie is iets wat ons voortdurend lijkt te overkomen. Ik wil de omslag maken naar de visie: welke economie, welke samenleving wil je? We moeten echt selectiever worden.’
Wat voor soort werk moeten we in Nederland dan niet meer willen?
‘Ik heb ervoor gekozen om niet meteen te beginnen met de discussie welke sectoren of bedrijven we niet willen. Ik geloof ook echt niet dat je de economie zo kunt sturen.’
Waarom gaat u die discussie uit de weg?
‘Nou, volgens mij heb ik gedreigd om in te grijpen in een sector. (Van Hijum laat een uitzendverbod in de vleessector onderzoeken vanwege voortdurende misstanden, red.) Ik blijf er dus niet bij weg. Maar ik waak ervoor om te zeggen dat de overheid dan wel even een dictaat kan opleggen.’
Moet u niet gewoon eerlijk zijn en zeggen dat aanpak van arbeidsmigratie betekent dat sommige sectoren moeten krimpen?
‘We moeten ook denken over hoe je productiviteit vergroot, zoeken naar alternatieven voor arbeidsmigratie. Ik vind dat arbeidsmigratie veel te makkelijk als goedkope oplossing voor bedrijven wordt gezien. Terwijl er ook nog heel veel mensen langs de kant staan waar we net even iets meer moeite in moeten steken. Of het nou om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt gaat of ouderen. We zullen er echt aan moeten wennen om ook die groepen een kans te geven in de vacatures. Maar sectoren laten krimpen? Ik weet niet hoe ik dat zou moeten afdwingen.’
Zitten uw coalitiepartners VVD en BBB niet in de weg? Zij vonden het uitzendverbod dat u overweegt in de vleessector al te ver gaan.
‘Het kabinet heeft een extraparlementair karakter, en ik merk dat er in de Kamer brede steun is voor mijn aanpak.’
In het spoor van uw voorganger wilt u schijnzelfstandigheid onder zzp’ers aanpakken. Maar coalitiepartijen VVD en BBB willen een voorzichtige aanpak. Zet u door?
‘Wij willen die handhaving echt oppakken. Ook omdat de oneerlijke concurrentie met vaste werknemers in veel sectoren een probleem is. Ik krijg ook mails van bedrijven die zeggen: neem alsjeblieft die onzekerheid weg. Er wordt al acht jaar niet gehandhaafd en daardoor is er een grijs gebied ontstaan. Dus je moet eindelijk een keer die grens trekken en handhaven.’
U draait aan verschillende knoppen voor bestaanszekerheid, zoals een hogere huurtoeslag. Maar de kern van het probleem is niet weg: dat mensen afhankelijk zijn van toeslagen en daardoor vrezen voor terugvorderingen.
‘Toch is dat wel een van de centrale punten van het programma. Namelijk dat wij de toeslagen, de fiscaliteit, uitkeringen en gemeentelijke regelingen willen hervormen. Het moet veel eenvoudiger, en mensen moeten uiteindelijk echt merken dat ze erop vooruitgaan als ze meer werken. Dat wordt werkelijk een groot project van deze regering. Daar gaan wij mee beginnen, al gaan we dat niet in één periode afronden.’
Wat houdt die hervorming dan in?
‘Als ik die nu al helemaal zou kunnen uittekenen, dan zouden we klaar zijn.’
Het vorige kabinet had ook de ambitie om het toeslagenstelsel af te schaffen. Dat kwam er niet van. Zit u niet op hetzelfde punt?
‘Dit is echt een ingrijpende hervorming van het hele stelsel. En dat moet meerdere kabinetten kunnen overleven.’
De commissie sociaal minimum adviseerde vorig jaar dat bestaanszekerheid met name door de verhoging van het minimumloon en de bijstand kan worden verbeterd. Waarom begint u niet daar?
‘We hebben in Nederland een omvangrijk toeslagen- en belastingstelsel. Dat bepaalt uiteindelijk wat iemand verdient en of iemand erop vooruitgaat. Ook een hoger minimumloon kan daaraan bijdragen, maar het ingewikkelde is dat je ook de consequenties voor de economie moet overzien. Het zou niet zorgvuldig zijn als we nu plompverloren een voorstel zouden doen en zeggen: dit gaat het worden, went u er maar aan.’
Voorlopig verdwijnen toeslagen dus niet en blijven mensen daarvan afhankelijk.
‘Nee, het voorstel voor het afschaffen van de toeslagen staat niet in het regeerprogramma, maar het is wel een variant die straks op tafel ligt.’
De kinderopvangtoeslag moet in elk geval worden afgeschaft en vervangen door een hoge vergoeding, waarmee het bijna gratis wordt. Ook uw voorganger wilde dat, maar zij liep tegen personeelstekorten in de sector aan. Die zijn niet ineens weg, waarom kan het nu wel?
‘Het belangrijkste aan deze hervorming is dat de vergoeding straks niet naar de ouders, maar naar de opvanginstellingen gaat. Daarmee voorkom je de ellende rond terugvorderingen, de oorzaak van het toeslagenschandaal. Maar het is een terechte vraag of de personeelstekorten kunnen worden opgelost. Je moet eerlijk zijn over de verwachtingen die je wekt. Daar moet de staatssecretaris (van Sociale Zaken, Jurgen Nobel, red.) die hier verantwoordelijk voor is een vinger aan de pols houden.
Vorige week werd u geconfronteerd met foute berekeningen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen door het UWV. Mensen hebben te weinig of te veel ontvangen. Hoe voorkomt u dat onder NSC-bestuur dezelfde fouten worden gemaakt als bij de afhandeling van de toeslagenaffaire?
‘We zijn intensief met het UWV in gesprek om inzichtelijk te maken wat de omvang van het probleem is en hoe we zo snel mogelijk duidelijkheid kunnen bieden. We voelen het hier allemaal hoe erg het voor hen is. Die afhandeling moet met de menselijke maat. Ik vind dat het uitgangspunt moet zijn dat overheidsfouten niet bij de burger worden gelegd.’
De kwestie maakt duidelijk dat het arbeidsongeschiktheidsstelsel compleet is vastgelopen. Een commissie oordeelde eerder dit jaar dat hervorming hoognodig is. Het regeerprogramma is daarover erg summier, wat gaat u doen?
‘We hebben afgesproken dat we daar in het najaar keuzes over maken. Maar daar komt natuurlijk nu bij dat we zien dat het echt vastloopt bij het UWV. Het moet eenvoudiger. Op dit moment is het niet meer houdbaar.’
Aan een hervorming zit ook een prijskaartje, tot 2 miljard euro. Is dat geld er?
‘Het staat niet in het hoofdlijnenakkoord. Dus wat het gaat kosten, is onderdeel van de besluitvorming. Maar ik realiseer me ook dat het kabinet niet in een rooskleurige financiële situatie zit. Daar zit spanning.’
Op het moment ligt u overhoop met de vakbonden over een nieuwe vroegpensioenregeling. U zou volgens vakcentrale FNV een maximum willen stellen aan het aantal mensen dat er gebruik van maakt, een inkomensgrens willen introduceren en de regeling opnieuw tijdelijk willen maken. Waarom vindt u dat nodig?
‘Ik vind het lastig om via de media te reageren op voorstellen die ik gedaan zou hebben. Er ligt een open uitnodiging om over het eerste bod in gesprek te gaan, maar daar is niet op ingegaan. Dat is jammer. We moeten rechtdoen aan mensen met zwaar werk, maar ook voorkomen dat te veel mensen stoppen. En de regeling moet toekomstbestendig zijn. Want we hebben er niets aan als we over twee, drie jaar weer dezelfde discussie voeren.’
Die discussie gaan we in elk geval weer voeren als er geen permanente regeling komt.
‘Ja, ik lees dat de bonden schrijven dat ik dat heb voorgesteld, maar dat herken ik niet.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant