is correspondent in Scandinavië en Finland van de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
Waar lopen de correspondenten van de Volkskrant tegenaan in hun dagelijks leven? Vandaag: Jeroen Visser ziet hoe de Zweden soms moeite hebben met sociaal verkeer – tenzij ze met z’n allen mogen zingen.
We waren uitgenodigd voor het jaarlijkse straatfeest in onze nieuwe buurt in Stockholm. Een echtpaar uit de buurt organiseert dit al een halve eeuw lang, ieder jaar in augustus. Er kwamen partytenten met daaronder lange tafels met kleedjes erop. We moesten zelf eten en drinken meenemen. Het liefst met rivierkreeft erbij, want het straatfeest dubbelde als kreeftfeest (kräftskiva), dat in augustus overal in Zweden opduikt.
De uitnodiging had ons verrast, want in onze vorige buurt was het contact met de buren spaarzaam. Zweden kunnen nogal eens moeite hebben met spontaan sociaal verkeer en onze vorige buren waren geen uitzondering. Eén buurman sprong altijd zowat achter zijn heg als we elkaar tegen het lijf dreigden te lopen.
(Er waren wel uitzonderingen, hoor. Een man in de straat, die Ingmar Bergman heette, net als de beroemde regisseur, maakte altijd een praatje en kwam eens te hulp met de zaagmachine toen onze appelboom was omgevallen).
In onze nieuwe straat lagen de zaken dus anders. Er was wijn en bier, we proefden van de zelfgebakken taarten en er ging een megafoon rond zodat iedereen zich kon voorstellen. De stemming zat er goed in. Maar halverwege gebeurde er iets bijzonders. Er verscheen een gitaar en er werden papieren uitgedeeld met liedteksten erop. Het was zo’n ouderwets stapeltje papier met scheef gekopieerde teksten en een nietje erin.
Ik schamperde nog een beetje naar mijn overbuurman aan tafel, maar die moest daar niks van hebben. Dit was een bloedserieuze zaak: in het uur dat volgde werden alle nummers, voornamelijk volksliederen uit de vorige eeuw, gezamenlijk afgewerkt. De een zong rustig genietend zachtjes mee, een ander ontpopte zich als een sopraan en ging staan om haar stem extra gewicht te geven.
De regen viel op het doek van de partytent, maar eronder bezongen de buurtbewoners nog een keer de zomer: O eeuwige jeugd, mijn hart is van jou. Speel maar, ik wil een wals dansen. Het geurt en het zingt van bossen en meren. Vanavond ben jij mijn gast.
Ik had het eigenlijk wel kunnen weten. De Zweden zingen te pas en te onpas om belangrijke momenten in het jaar te vieren. Met kerst en midzomer natuurlijk, maar ook tijdens de jaarlijkse schoolafsluiting. Die is eigenlijk een verkapte singalong waar onze kinderen wekenlang voor oefenen.
Vraag een willekeurige Zweed en hij zingt mee met de hymnehit Den blomstertid nu kommer (de bloeitijd komt er aan), die bij elke jaarafsluiting of diploma-uitreiking over het schoolplein schalt.
De Zweedse zangliefde is groot. Ruim een half miljoen Zweden (van de 10,5 miljoen) zit bij een koor en ’s zomers kijken miljoenen mensen naar Allsång på Skansen, een muziekevenement dat sinds 1935 wordt georganiseerd in Skansen, een openluchtmuseum in Stockholm. Het record ligt op 2,2 miljoen kijkers – bijna een kwart van de bevolking. Er is ook een rijke voorraad aan Zweedse drinkliederen, het liefst te combineren met een glaasje schnaps.
Nederlanders in Zweden krijgen vroeg of laat de vraag of ze Cornelis Vreeswijk kennen, een in Nederland geboren troubadour die op jonge leeftijd naar Zweden verhuisde en hier furore maakte. Ook een van zijn hits komt tijdens het straatfeest voorbij: een Zweedse vertolking van het vredeslied Last night I had the strangest dream.
Vannacht heb ik iets gedroomd dat ik nog nooit eerder heb gedroomd. Ik droomde dat er vrede op aarde was en dat alle oorlogen voorbij waren.
Gek genoeg werd ik door al dat zingen verlegen en was ik het liefst, zoals mijn oude buurman, achter een heg gesprongen. Gelukkig moesten de kinderen naar bed en kon ik even weg. Bij terugkomst was het zingen opgehouden, maar hing de saamhorigheid nog in de lucht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant