Home

Deze vrouwen hebben plannen voor ander leiderschap bij hun theaterorganisaties. Maar nu wordt de subsidie gekort

Bij vier grote theaterinstellingen zwaait eindelijk een vrouw de scepter na een lange periode van mannelijk leiderschap. Vanaf 2025 ontvangen zij echter onverwacht geen meerjarige subsidie meer van Fonds Podiumkunsten. Waar ligt dat aan? En wat staat ze nu te doen?

De champagne die ze in haar optimisme had meegebracht, bleef dicht, op kantoor bij Theater Rast, de interculturele theatergroep die sinds 2005 huist in Podium Mozaïek in Amsterdam. Begin juli kreeg theatermaker en zangeres Ayşegül Karaca (34) van de belangrijkste landelijke subsidieversterker, het Fonds Podiumkunsten (FPK), te horen dat er te weinig geld is om de positief beoordeelde plannen van haar en collega Sidar Toksöz (30) te honoreren. Omdat ze slechtziend is, moest ze vier keer aan de bureaumedewerker vragen of er echt stond wat er stond: 0 euro van het FPK in plaats van de gevraagde 250 duizend euro per jaar in de periode 2025 tot en met 2028.

Een onverwachte domper voor Karaca, die vanaf 2027 de helft van Rasts nieuwe artistieke leiding vormt. Het theatergezelschap met Turks-Koerdisch dna werd vanaf de oprichting in 2000 een kwarteeuw artistiek geleid door regisseurs Celil Toksöz en Saban Ol. De afgelopen twee kunstenplanperiodes (2017-2020 en 2021-2024) waren die wel verzekerd van FPK-geld.

Over de auteurs
Ela Çolak is freelance cultuurjournalist en schrijft voor de Volkskrant over theater en comedy.
Annette Embrechts schrijft voor de Volkskrant over dans, performance, theater en circustheater.

Regisseur Wieke ten Cate (37) kreeg eenzelfde klap te verwerken. Sinds 2021 is zij artistiek directeur van Orkater, een groot muziektheatergezelschap dat ruim vijftig jaar bestaat, lang geleid door oprichter Marc van Warmerdam. Ten Cates plannen zijn eveneens positief beoordeeld, maar in de puntentelling belandde Orkater net onder de beruchte zaaglijn, de grens waarbij het beschikbare budget op is.

Het muziektheatergezelschap loopt hiermee jaarlijks 845 duizend euro aan rijkssubsidie mis om grotere producties te maken, zoals het rechtbankdrama The Imposter van theatermaker Ada Ozdogan, en Moeder van Europa, een voorstelling over het onderschatte belang van vrouwen van kleur voor de ontwikkeling van Europa.

Ten Cate ziet, in het Rast-kantoor in de hoofdstad, nog altijd geen oplossing hoe ze deze nieuwe, geëngageerde projecten van vrouwelijke makers dan wel kan realiseren.

In het kantoor schuiven nog twee zwaar teleurgestelde vrouwelijke directeuren aan: Eva Line de Boer (36) van theatergroep Suburbia in Almere en de Vlaamse An Hackselmans (46) van Theaterproductiehuis Zeeland in Middelburg, dat jaarlijks ook het Zeeland Nazomerfestival organiseert. De Boer en Hackselmans kregen een nog zuurdere boodschap te verwerken: hun toekomstplannen vond FPK deels voldoende, maar te mager om te honoreren.

Net als Ten Cate en Karaca staan ze te popelen om met frisse blik leiding te geven aan theaterinstellingen in Nederland waar tot voor kort mannen de dienst uitmaakten. Daarmee vervult dit viertal een sleutelrol in het theaterveld: zij bepalen welke makers zichtbaar worden met grotere producties.

Orkater focust de komende jaren op uitsluitend nieuw geschreven muziektheaterrepertoire en maakt, anders dan vroeger, meer ruimte voor makers van kleur en vrouwelijke makers. Rast wil universele verhalen vertellen van en over migranten en biculturele Nederlanders en vaker spelers casten met een fysieke beperking. Suburbia gaat de stad Almere nadrukkelijker betrekken bij plannen, om de kloof tussen sociale klassen en tussen on- en offline bubbels te doorbreken. Theaterproductiehuis Zeeland trekt met verhalen over Zeeland door het hele land, en werkt hiervoor ook samen met onder meer Het Zuidelijk Toneel (Noord-Brabant).

Nu de hoofdmoot van hun landelijke financiering dreigt te stoppen, zitten deze vier theaterorganisaties in zwaar weer. Rast en Orkater krijgen wel geld van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (respectievelijk 240.000 en 667.225 euro per jaar). En de Raad voor Cultuur adviseert de minister om via de culturele basisinfrastructuur (BIS) 671.375 euro te investeren in Orkaters talentontwikkeling. Daarvan kan Ten Cate geen grote producties realiseren zoals eerder het Surinaamse drama De Gliphoeve (2021) of de hit De plantage van mijn voorouders (2023), naar de succesvolle podcast.

‘Ik voel veel woede’, zegt Ten Cate. ‘Er is Orkater onrecht aangedaan. We lopen op de valreep subsidie mis omdat we punten verliezen door onze vestigingsplaats Amsterdam. Maar ons publiek, jarenlang met zorg en aandacht opgebouwd, komt voor 80 procent van buiten de vier grote steden.’ Ze baalt dat ze in plaats van met inspirerende makers nu in de weer is met advocaten, lobbyisten en politici. ‘Ik steek geld en energie voor makers en plannen nu in tijdrovende, kostbare juridische procedures.’

Karaca vindt het onbegrijpelijk dat Rast punten verliest op vestigingsplaats Amsterdam. ‘Iedere Rast-voorstelling is door heel Nederland te zien. Van Terschelling, tijdens Oerol, tot theaters in Enschede en Apeldoorn. We komen écht wel buiten de Randstad. Dit blijft voor mij een vraagteken.’

‘Eigenlijk weet niemand precies hoe die commissies tot hun oordeel komen’, zegt De Boer. ‘Terwijl wij supertransparant moeten zijn over alles, is het Fonds dat op dit punt niet. Er is binnen deze procedure geen ruimte tot gesprek.’ Ze was met haar vader op motorreis door Hongarije, toen ze door haar collega’s werd geïnformeerd over het FPK-besluit. ‘Ik was ervan overtuigd dat Suburbia subsidie zou krijgen. Op papier leken alle richtlijnen en criteria helemaal in lijn met wat wij collectief in beweging willen zetten in Almere. Ik dacht dat het een grap was toen onze algemeen directeur via Zoom zei dat het FPK onze aanvraag niet zou honoreren.’

Theatergroep Suburbia, vanaf de oprichting in 2003 geleid door regisseur Albert Lubbers, wordt nu in haar bestaan bedreigd, net als Theaterproductiehuis Zeeland. Beide organisaties knokken nog voor meerjarige subsidies van regionale en lokale overheden. De Boer: ‘Ik moet overal lobbyen om een organisatie te redden die ik pas in 2025 ga leiden. Maar ik ben overtuigd van het belang van onze nieuwe koers voor Almere. Daarom ben ik ook in deze verantwoordelijke rol gestapt. Almere mag niet zonder stadsgezelschap voor volwassen theater komen te zitten.’

Hackselmans was met collega-docenten op de Toneelacademie Maastricht, toen de uitslagen online verschenen.Iedereen was in shock. Het leek wel een begrafenis, mede door de klappen die mid-career makers krijgen. Door het negatieve advies werd ik een andere realiteit in gekatapulteerd. In België heb ik jarenlang nationale en internationale subsidies binnengehaald. Dit is mijn eerste aanvraag in Nederland. En dan boem, ho, een streep door het enige professionele theateraanbod in Zeeland. De verbijstering en het ongeloof zijn groot. Maar ik sta in de overlevingsmodus, ook omdat het Zeeland Nazomer Festival eind augustus door moest gaan. Een bizarre rollercoaster.’

Karaca mist vooral steun voor haar toekomstplannen op het vlak van inclusiviteit, een belangrijk speerpunt in de cultuurwereld. ‘Ik weet zelf hoe moeilijk het is met een visuele beperking voor vol te worden aangezien. Daarom wil ik theater toegankelijker maken voor lotgenoten. Ik loop over van ideeën om doven, slechthorenden en slechtzienden bij theater te betrekken.

‘We voegen audiodescriptie toe bij elk beeld. We willen door het hele land voorafgaand aan een voorstelling een meet & feel organiseren, zodat mensen met een visuele beperking kunnen voelen aan kostuums en decorstukken. En we geven makers met een fysieke beperking een platform om hun talenten te ontwikkelen. Daar wordt in het commissieadvies nauwelijks over gerept.’

Toch heerst er in het kantoor geen grafstemming, wel dadendrang. In plaats van vakantie vieren of festivals afstruinen op zoek naar talent, zijn ze deze zomermaanden non-stop bezig met het schrijven van bezwaarschriften, de lobby naar de politiek, het berekenen van financiële en artistieke consequenties en het uitdenken van noodgedwongen reorganisaties.

Tot halverwege oktober, na Prinsjesdag en de daaropvolgende Algemene Politieke Beschouwingen, bestaat op papier de hoop dat de Tweede Kamer extra geld vrijspeelt om positief beoordeelde gezelschappen toch te honoreren. Vier jaar geleden repareerde de politiek zo een gebrek aan middelen. Mocht dit wonder zich voltrekken, dan kunnen Orkater en Rast daarvan nog profiteren.

Gezien de kabinetsplannen en de huidige meerderheid in de Tweede Kamer is die kans echter klein. Karaca: ‘Ben ik jong en naïef als ik hoop dat politici toch de waarde van kunst en cultuur inzien en op de proppen komen met extra geld?’ Ten Cate: ‘Lastig is dat veel kabinetsleden en Kamerleden nieuw zijn, druk met inwerken en moeilijk bereikbaar. Dat maakt een lobby complex. Toch is mijn hoop gevestigd op hen en lokale politici.’

Jullie hebben alle vier bezwaar ingediend bij het FPK. Zijn jullie daarover hoopvol gestemd?

Ten Cate: ‘Je wint die procedure alleen als juridisch gezien missers zijn begaan, zoals rekenfouten of andere feitelijke onjuistheden. Tegen inhoudelijke oordelen valt helaas niet te procederen. Mijn handen jeuken om de opmerking te weerleggen dat onze activiteiten ‘betekenisvol zijn voor de werkpraktijk en de bezoekers van Orkater zelf, maar niet van bijzondere betekenis voor de Nederlandse podiumkunsten in de brede zin’. Ik heb een lijst van 81 theaterprogrammeurs in Nederland die het tegendeel vinden. Maar ja, dat telt niet in deze procedure.’

De Boer: ‘Wij zien veel feitelijke onjuistheden in het advies. Onze advocaat ziet kans van slagen.’

Ten Cate: ‘Wat vooral steekt, is dat we voorafgaand aan de beoordeling een heel positief monitorgesprek hadden bij het Fonds. Ze vonden Orkater als organisatie zelfs zo gezond dat verdere gesprekken onnodig waren. Het ging voortreffelijk. En vervolgens beoordeelt een gelegenheidscommissie je plan en duikel je er toch net uit. Er ligt te veel macht bij die kleine commissie.’

Hackselmans: ‘Ik kan geen peil trekken op dat advies. Wij hebben zo’n bizar lage quotering. Dat strookt niet met de positieve gesprekken die we met het Fonds hadden, waarin ook de wisseling van de artistieke leiding is aangekondigd.’

Het grote contrast tussen de goede verstandhouding met het Fonds en de daaropvolgende negatieve beoordeling herkent De Boer: ‘Suburbia heeft alleen maar positieve gesprekken gehad, ook over mijn komst naar Almere. Hoe hadden we dit harde oordeel kunnen zien aankomen?’

Wat vinden jullie van het huidige beoordelingssysteem?

In koor: ‘Dat is failliet.’

De instroom wordt niet gereguleerd, concludeert Ten Cate uit het hoge aantal nieuwe aanvragers. ‘Er is te weinig continuïteit. Als je een glanzend seizoen hebt, een gezond functionerende organisatie en je trekt veel publiek, zoals bij ons bijna zestigduizend toeschouwers, kun je toch iedere vier jaar sneuvelen. Weg opgebouwd publiek. Dat is niet duurzaam. Elk jaar leveren wij bij het Fonds een jaarverslag in waarin iedere euro wordt verantwoord, ieder plan wordt beargumenteerd en iedere toeschouwer wordt toegelicht. Talent stroomt bij ons door, krijgt steeds meer verantwoordelijkheid. We werken en denken collectief. Als dat perfect werkt, met een groot publiek, waarom lig je er dan toch uit?’

De Boer: ‘Een theatergezelschap in Flevoland hoort ook verzekerd te zijn van een plek. Net als een theatervoorziening in Zeeland. Dan word je niet iedere ronde in je bestaan bedreigd. En krijg je de tijd voor een leiderschapswissel.’

De Boer wil het anders doen dan voorganger Lubbers, die meestal koos voor nieuw geschreven, regulier toneelrepertoire. ‘Ik wil Almere betrekken bij ideeën die makers als Cheyenne Herdigein, Giovanni Brand en Nina-Elisa Euson gaan uitwerken. Maar ik krijg de kans niet te laten zien dat zo’n open, meerstemmige koers echt van deze tijd is.’

Karaca: ‘Het Fonds is positief over onze komst als nieuwe artistiek leiders. Hoe kan het dat wij dan toch worden gekort? Met zo veel minder geld kunnen we toch alleen maar falen?’

Ten Cate: ‘Voor al die nieuwe artistiek leiders die nu aan het roer komen, met half zo veel middelen, geldt: het moet haast wel misgaan. Ik krijg zo’n groot probleem in mijn maag gesplitst, Orkater kán er over vier jaar nooit beter voor staan dan nu.’ De Boer: ‘Dat geldt precies voor ons alle vier.’

Allemaal willen ze het anders doen dan hun mannelijke voorgangers. Minder top-down, meer bottom-up, in dienst van het collectief. De Boer: ‘We geven op een nieuwe manier invulling aan leiderschap, door nadrukkelijk te kiezen voor meerstemmigheid. We breken met het idee dat de artistieke macht bij één individu ligt.’

Eline Arbo heeft bij Internationaal Theater Amsterdam Ivo van Hove opgevolgd. Herkennen jullie je in haar uitspraak dat ze als vrouw bij subsidiebeoordelingen langs een andere meetlat wordt gelegd?

Hoewel ze dit een lastige vraag vinden (‘Ja, we zijn allemaal vrouw, maar we zijn meer dan dat’), merkt Ten Cate toch iets opvallends op: ‘Wij hebben vanwege de bezwaarprocedure alle FPK-beoordelingen uitvoerig bestudeerd. Overal wordt artistieke kwaliteit gekoppeld aan kwalificaties als ‘helder’ en ‘eenduidig’. Dat past bij organisaties met één iemand aan het roer die duidelijk zegt: deze voorstellingen wil ik maken, dit is mijn signatuur. Dat is een klassieke opvatting van leiderschap, die voortkomt uit een mannelijk gedomineerd perspectief. Bij het huidige Orkater vinden we dat conservatief. Wij willen de artistieke macht delen, collectief werken. Daar horen andere kwaliteiten bij, dan ‘helder en eenduidig’.’

De Boer: ‘Volgens mij heb ik mezelf te weinig centraal gesteld in onze aanvraag. Misschien had ik mezelf meer moeten poneren, om in het gewenste plaatje te passen. Maar ik wil mij niet in het centrum van de macht plaatsen. Een groeistad als Almere kan ik geen recht doen door alleen eigen werk te maken. Meerstemmigheid is een voorwaarde om hier succesvol te kunnen zijn.’

De cultuursector is lang door mannen gedomineerd. Van de grote theatergezelschappen had lange tijd alleen Tryater in Leeuwarden een vrouwelijke artistiek leider. Sinds enkele jaren vindt een wisseling van de wacht plaats die wel gekleurd wordt door vrouwen: Daria Bukvić bij Theater Oostpool, Alida Dors bij Theater Rotterdam, Sarah Moeremans bij Het Zuidelijk Toneel, Eline Arbo bij ITA.

Ten Cate: ‘Laatst bij een overleg met directeuren van grote theatergezelschappen zei een man die al jaren meedraait: ‘Ik heb de sector nog nooit zo leuk gevonden. Er is meer betrokkenheid, solidariteit en collegialiteit.’ Maar hoe zorgen we er nu voor dat deze ontwikkeling doorzet? Deze FPK-besluiten zijn op dit gebied een stap terug.’

Zijn jullie al aan het reorganiseren?

Ten Cate: ‘Artistiek staat bij Orkater een kerncollectief centraal van acht stemmen. Moet ik nu de helft daarvan wegsturen? Moeten we het halve pand verhuren, medewerkers en makers ontslaan? Dan hebben we geen gezelschap meer over. Ik stel dit uit totdat ik zeker weet dat er geen andere optie meer is. De korting gaat in per 2025. We bevinden ons in een hogedrukketel. Ik heb al doorgerekend wat dit FPK-besluit voor het publiek betekent. Veel gezichtsbepalende, grote producties vallen weg.’

Ook de rest komt met soortgelijke aantallen – eenderde tot de helft eruit – maar wil daar liever nog niet aan denken. De Boer: ‘We kijken of de gemeente en de provincie ons tijdelijk kunnen helpen met een overbruggingsplan.’

Wat betekent dit voor de doorstroom van vrouwelijke artistiek leiders op belangrijke posities in de theaterwereld?

Hackselmans: ‘Er zitten hier vier strijdlustige vrouwen, vakmensen met veel kennis, expertise en ervaring. Wij zijn open en genereus, wij houden onze kaarten niet voor onze borst. Er is zo’n behoefte aan dit soort leiderschap, juist om met het traditionele perspectief te kunnen breken. Maar het wordt ons nu vrijwel onmogelijk gemaakt.’

Karaca: ‘Daarom hebben we elkaar nodig. Je merkt dat makers elkaar meer opzoeken. Ik ben gebeld door gezelschappen die wel geld krijgen en ons steunen met: hé, we zijn er voor je. Het geeft een warm gevoel dat ik zo word gesteund.’

Ten Cate: ‘Nu moet blijken of het perverse systeem bewerkstelligt dat die solidariteit alleen voor de bühne is.’

Werkwijze Fonds Podiumkunsten

Iedere vier jaar is de beoordeling door het FPK van de artistieke en financiële plannen voor meerjarige rijkssubsidie een van belangrijkste momenten voor de podiumsector. Het FPK heeft met 47,5 miljoen euro een flink budget aan vierjarige subsidies te verdelen. Het fonds was dit keer echter zwaar overvraagd. Daardoor vallen er ook positief beoordeelde plannen buiten de boot.

Een groot aantal succesvolle makers verliest hun meerjarige subsidie, zoals De Warme Winkel, Nineties Producties, BOG, Wunderbaum, Black Sheep Can Fly, Marjolijn van Heemstra en Laura van Dolron. Zij uitten eerder al hun wanhoop en teleurstelling in open brieven. Afgelopen donderdag onderbraken ze met een demonstratie de opening van het Nederlands Theaterfestival. ‘Vernieuwing is belangrijk. Maar 40 procent vernieuwing is afbraak’, aldus deze makers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next