Home

EU wil meer druk op landen die uitgewezen migrant weigeren, want terugkeercijfers zijn laag

De terugkeer van uitgewezen asielzoekers loopt niet zo gesmeerd als de Europese Unie zou willen. Talloze Afrikaanse en Aziatische landen nemen nog geen 10 procent van de uitgewezen migranten terug. De Europese Commissie wil onwillige landen tot medewerking dwingen.

Dat blijkt uit een vertrouwelijk rapport dat is opgesteld door de Europese Commissie, openbaar gemaakt door de Britse non-profitorganisatie Statewatch.

Een land dat eruit springt in het rapport is Marokko. Dat liet in 2023 slechts 8 procent toe van de Marokkaanse migranten die moesten vertrekken uit de EU. Guinee en Ivoorkust namen een nog kleiner deel van de uitgewezen migranten terug: 5 procent.

Over de auteur

Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.

Voor de Europese Commissie is het duidelijk dat er iets moet veranderen. Er bestaat sinds een aantal jaren een drukmiddel: als een land niet meewerkt aan gedwongen terugkeer, wordt het moeilijker en duurder voor de inwoners van dat land om een visum te krijgen voor de EU.

Ervaring met Gambia toont aan dat dit middel in de praktijk kan werken. Jarenlang weigerde het West-Afrikaanse land migranten terug te laten keren. Europese lidstaten besloten daarop gezamenlijk Gambiaanse visumaanvragen te bemoeilijken. Die straf lijkt effectief: in 2023 keerde 37 procent van uitgewezen Gambiaanse migranten uit Europa terug naar Gambia. De Europese visumregels zijn inmiddels weer enigszins versoepeld.

De Europese Commissie wil op dezelfde manier de druk opvoeren op andere landen. De focus zal daarbij liggen op landen waarvan de inwoners minder dan 20 procent kans hebben op asiel, zoals Marokko, Senegal, Tunesië en Egypte.

In het Europese migratiepact dat eerder dit jaar werd gesloten, is namelijk afgesproken dat, vanaf medio 2026 illegale migranten uit dergelijke veilige landen aan de grenzen van Europa worden vastgezet in detentiecentra. Er zijn dan twaalf weken voor de behandeling van de asielaanvraag, en bij afwijzing twaalf weken voor de terugkeerprocedure.

Om die opzet te laten slagen, moet het terugsturen van migranten een stuk vlotter gaan dan nu. Over Marokko schrijft de Commissie bijvoorbeeld dat ‘de effectiviteit in alle fases van het terugkeerproces moet verbeteren’. Het Noord-Afrikaanse land zou minder moeilijk moeten doen over de identificatie van zijn inwoners, sneller reisdocumenten moeten afgeven en minder eisen moeten stellen aan de terugkeervluchten.

Nederland-Marokko

Ondertussen doen Europese landen ook individueel pogingen om terugkeerlanden tot meer medewerking te bewegen. Zo was de relatie tussen Nederland en Marokko jarenlang stroef, maar die situatie verbeterde sinds de zomer van 2021, toen Nederland en Marokko een actieplan ondertekenden. Sindsdien zijn honderden ongewenste Marokkanen op het vliegtuig gezet.

Maar die verbetering geldt, blijkt uit het Commissierapport, niet voor andere EU-lidstaten: acht van hen noemen de samenwerking met Marokko nog altijd ‘armzalig’ of ‘zeer armzalig’. Bangladesh, Senegal en Algerije krijgen nog slechtere scores.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next