Home

De grenscontrole nieuwe stijl treft gewone mensen, onderweg naar goedkope boodschappen

Zo begint de nieuwe grenscontrole: met een rond rood-wit stopbord als uit een tekenfilm. Een Duitse agent in het neongeel springt ermee de weg op, de eerste auto’s negeren hem, in een brutaal boogje rijden ze om hem heen.

Volgens de Duitse minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser zijn de controles nodig vanwege ‘irreguliere migratie’ en ‘islamitisch terrorisme’. Het Schengenakkoord is niet zozeer passé, het wordt voortaan alleen anders uitgelegd, iets ruimer, het verloopt europarechtskonform, zoals de Duitsers dat geruststellend verwoorden.

In het dorp zijn de Duitse agenten sinds deze zomer al een paar keer gezien, soms samen met de Nederlandse marechaussee. Stonden ze op de parkeerplaats naast Hong Fong, het Chinese restaurant bijna op de landsgrens, ‘Amsterdam – Beijing’ staat op de ramen.

Barnflair is een lintdorp pal aan de grens en het omrijden waard. De slager slacht zelf, ‘paardenvlees’ en ‘boerenbrok’ zijn te koop en ‘hele en halve varkens’. Er is het Speldenkussen, een gloednieuwe ‘creatief atelier’ met modestoffen en wol in alle kleuren. ‘Creativiteit, het mag weer’, zegt de eigenaresse. ‘Sokken breien is helemaal hot.’

We wonen aan de ‘goede kant’, zeggen de Groningers hier. Barnflair is bijna vergroeid met het grotere Ter Apel. De goede kant van Ter Apel, dat is een oud klooster, bossen, wandelknooppunten. Dit Ter Apel haalt het nieuws nooit, want je hebt hier geen last van het beruchte aanmeldcentrum voor asielzoekers, bijna twee uur lopen naar het noordwesten.

In Barnflair zien ze soms wel vreemdelingen vanuit Duitsland komen, over het fietspad langs de N366. ’s Nachts worden ze met busjes gebracht, enkele bewoners zagen dat zelf, de meesten hebben het van horen zeggen.

In het plaatselijke tankstation, benzine voor 1,81 euro per liter, zijn ze nog niet de keer vergeten dat een buitenlands gezin de weg vroeg naar het aanmeldcentrum. Legden die mensen een pakketje op de toonbank, kwam er een baby tevoorschijn ‘van een week of drie oud’.

De dorpsbewoners gaan naar Duitsland voor goedkope boodschappen, drank en ‘de rokerij’. De landsgrens is hier nooit onzichtbaar uitgegumd zoals elders, maar wordt aan beide kanten gemarkeerd door een imposant voormalig douanekantoor, afgestoten toen het grensverkeer in 1992 werd vrijgegeven.

Deborah Veldhoen bewoont het vroegere kantoor van de Nederlandsche Douane. Rond de eeuwwisseling kocht ze het van de laatste douanier. Een enkele keer komt ‘oud-douanepersoneel’ buurten en ook stonden eens ‘twee ambtenaren in lange jassen uit Den Haag’ op de stoep.

Dankzij hun verhalen weet ze dat in het hok in haar tuin in de jaren zeventig aardappelen en bieten werden gecontroleerd door een Duitse en een Nederlandse douaneman samen, dat gold toen als vooruitstrevend. Het kogelwerende glas zit nog altijd in de ramen.

Bij haar tuin vond ze een buitenlandse ID-kaart in de struiken, weggegooid door iemand die blijkbaar geen papieren meer wilde hebben. In dat licht vindt ze het misschien beter dat de controles terugkomen.

Maar overdag, op het fietspad langs de N366, tonen zich geen illegale migranten en terroristen, hoezeer een Duitse agent ook speurt met zijn verrekijker. Schoolkinderen fietsen langs, de Nederlandse zonder fietshelm, de Duitse met.

Bij het vroegere Duitse douanekantoor staat inmiddels een kleine file. De politieman met het stopbord spreekt alle autobestuurders aan: ‘Wohin?’ Dit blijkt de realiteit van de grenscontrole nieuwe stijl: gewone mensen onderweg naar goedkope boodschappen, verbaasd zoekend naar woorden: ‘Supermarkt!’

René Boerema, derde generatie ondernemer uit het dorp, pakt zijn telefoon erbij om het na te zoeken. Wanneer ging de grens ook alweer open? Dat is al zo lang geleden, hij was toen nog een jongen. Zijn vrouw werkt soms ’s nachts, die ziet de migranten dan lopen, daarom begrijpt hij de nieuwe controles wel. Aan de andere kant: ‘Je gaat terug in de tijd.’

Hoe europarechtskonform het allemaal ook is, de gedachte van Europa was dat we dit niet meer zouden doen.

a.vanes@volkskrant.nl

Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next